Directie Jumping hekelt nieuwe opzet circuit wereldbeker

ROTTERDAM, 20 MAART. De Internationale Hippische Federatie (FEI) heeft met de voorstellen voor de nieuwe opzet van de strijd om de wereldbekers (dressuur en springen) verwarring bij de organisatoren gezaaid. Vooral de leiding van Jumping Amsterdam (19 tot en met 22 november) voelt zich in een hoek gezet door berichten waarin sprake zou zijn van degradatie tot een B-status.

“Het is absoluut niet aan de orde dat Jumping Amsterdam in een minder aansprekende categorie wordt ingedeeld”, reageerde organisator Kees de Ruiter gisteren als door een adder gebeten. “We blijven een wedstrijd om de wereldbeker springen houden. Met veel prijzengeld, met sterke deelnemers, met de gebruikelijke ambiance. Ook de geruchten dat we geen wereldbekerwedstrijd dressuur meer zouden hebben, zijn onwaar. Daarover zijn nog geen besluiten genomen.”

Een half jaar geleden liet de Zweedse firma Volvo, al twintig jaar de hoofdsponsor van de strijd om de wereldbekers, weten er na dit indoorseizoen een punt achter te zetten. Begin deze week bracht de FEI na gesprekken met het managementsbureau BCM uit Best - dat al jaren een grote invloed heeft in de hippische wereld - een nieuwe opzet naar buiten. Negen concoursen, waaronder Den Bosch, kunnen rekenen op een sponsorovereenkomst voor de FEI-wereldbeker, de andere zeven (waaronder Amsterdam) moeten zelf maar zien bedrijfssteun te werven.

De Ruiter: “De conclusie dat we dan een B-evenement worden slaat nergens op. Natuurlijk missen we de bijdrage van 250.000 gulden van de huidige hoofdsponsor. Maar ik kan nu al op een briefje geven dat we er in zullen slagen die wereldbekerwedstrijd te organiseren. Alles wijst daarop in onze contacten met sponsors.” Jumping Amsterdam is een van de weinige grote concoursen die altijd hebben geweigerd met BCM zaken te doen.

De kritiek van De Ruiter klonk dan ook als een oorlogsverklaring. “We staan niet achter de filosofie van die mensen. We zijn er ook fel op tegen dat een intermediair ons vertelt hoe wij iets moeten doen. Nog even en dit bedrijf neemt de federatie over. Als organisator heb je slechts één keuze: of je kruipt op je knieën naar Best en vraagt de heren van BCM of ze willen helpen of je blijft zelfstandig en regelt je zaakjes naar eigen inzicht.”

Jumping Amsterdam kiest voor het laatste. “Als wij ons de wet moeten laten voorschrijven door BCM stop ik subiet”, sprak De Ruiter, dreigend. “Voor ons in Amsterdam is het zuivere liefhebberij. Dat willen we zo houden.”

George de Jong, directeur van de Nederlandse Hippische Sportbond, deelde de kritiek van De Ruiter. “De internationale federatie moet de sport blijven controleren. De FEI dient waakzaam te blijven, al is BCM niet meer weg te denken uit de sport.” Tot verdriet van de directie van Jumping Amsterdam. “Als de eerlijkheid verdwijnt, is de paardensport voor jaren kapot”, vreest De Ruiter.