De wind, die maakt de kleuren; Willem den Ouden schildert het landschap aan de Waal

Schilder Willem den Ouden werkt altijd rond zijn huis, aan de dijk bij het Waaldorp Varik. Het liefst schildert hij de rivier en de lucht daarboven, om niet te hoeven kijken naar de vernielingen die de recente dijkverzwaringen aan het landschap hebben toegebracht. “De lucht, daar kan tenminste geen overheid aan komen.”

Werk van Willem den Ouden is 29.3-29.4 te zien in Galerie Jas te Utrecht, op de expositie 'Het jaar van De Kat'. Peter van Straten nam het initiatief voor deze tentoonstelling over de 9 leerlingen die in 1955/56 samen de schildersklas volgden van Otto B. de Kat, aan de Rijksacademie in Amsterdam. Litho's en schilderijen van Den Ouden zullen worden geëxposeerd bij Art Consulting, Keizerstraat 9-11 in IJzendoorn; 21-25.5, 29.5 en 1.6, dag. 12-18u. In december komt er in Museum De Beyerd in Breda een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk. Er zal dan ook een monografie verschijnen.

In de zomer heeft Willem den Ouden (69) vrijwel uitsluitend in tegenlicht zitten schilderen. Buiten, op een krib die bij zijn woonplaats Varik de Waal insteekt. Al een jaar of dertig zijn de paar kilometer aan weerszijden van zijn huis, dat onder aan de dijk aan de voet van het middeleeuwse kerkje ter plaatse ligt, de rivier, de dijk, de uiterwaarden en de hoge luchten daarboven zijn motieven en bronnen van inspiratie: “Ik zou nog een leven lang zo op deze plek kunnen werken”, en “Ik ken elke meter van de dijk zo goed dat ik er 's nachts als ik niet slapen kan, in gedachten wandelingen maak en ook schetsen.”

Hij werkt in plein air met een ouderwetse schilderskist, waarvan de binnenkant van de opengeklapte deksel als ezel dient. Per werkdag ontstaan er meestal zo'n zes olieverfschetsen op paneeltjes, die in de deksel passen. Ze worden 's zomers gemaakt om in de winter als uitgangspunten te dienen voor de grote schilderijen die in het atelier, ook op paneel, de eindresultaten zijn.

Den Ouden zit dan achter een ezel met aan weerszijden en ook op zijn schoot grote spiegels die het boven hem via een matglazen stuk van het dak binnenvallend licht zo verstrooien dat de oorspronkelijke sfeer tijdens het buiten schetsen benaderd wordt.

Afgelopen zomer schetste hij tegen de zon in, de komende zomer zal hij vooral met de zon in de rug gaan werken. Op dezelfde krib. Het vereist een nauwkeurige indeling van de dagen en dus vaste, zij het in de seizoenen verschuivende werkuren.

De laatste jaren zit Willem den Ouden bij voorkeur met zijn rug naar het land en het zicht op de rivier.

Hij keert het vernielde landschap, zegt hij, zijn rug toe. De dijken werden hier immers sinds de bijna-watersnood van 1995 versterkt en verhoogd. Veel sneuvelde daarbij, bomen en oude bebouwing, ruigte en variatie. Den Ouden geeft onmiddellijk toe dat het allemaal nog veel erger had gekund maar toch: “Als ik het zie word ik nog altijd woedend. En dan kan ik me niet concentreren, ik kan niet woedend schilderijen maken.”

Vandaar zijn zicht op het altijd stromende en kolkende water van de Waal en de luchten daarboven: “Ik heb dan de zekerheid dat geen enkele overheid, dat niemand daar aan kan komen.”

Watersnood

Toch heeft Den Ouden een achteruitkijkspiegel aan zijn schildersgerei bevestigd om af en toe in de gaten te kunnen houden wat er achter hem gebeurt. Het is een veiligheidsmaatregel tegen lieden die hem nog steeds zijn lange strijd voor het behoud van het oude dijklandschap kwalijk nemen en hem de dreigende watersnood persoonlijk toerekenen.

Willem den Ouden was inderdaad de stuwende kracht achter een actiegroep die zich met hand en tand verzette tegen de plannen van Rijkswaterstaat om de rivierdijken te verstevigen. Maar, zegt en herhaalt hij met nadruk: “Bij ons is de veiligheid nooit een punt van discussie geweest.” Misschien wel beter dan wie ook wisten de actievoerders dat de dijken al meer dan een halve eeuw verwaarloosd waren en dat er vooral door overvloedig kwelwater veroorzaakte zwakke plekken waren. Ook bij Varik. Hun activiteiten waren niet gericht tegen verbeteringen maar tegen de rigoureuze plannen van Rijkswaterstaat die de dijken tot een soort rechtgetrokken damwanden wilde omvormen. Er werden zelfs alternatieve plannen gemaakt en ingediend, waarin meer rekening werd gehouden met het oorspronkelijke karakter van het landschap.

Hoewel Den Ouden nog steeds verbitterd is over de onverschilligheid en liefdeloosheid van de Gelderse overheden waarmee hij en zijn medestanders te maken kregen kan hij toch op enkele resultaten wijzen: de dijken werden niét rechtgetrokken maar verbeterd met behoud van het met de rivier mee-meanderen. En de begroeiing van de slingerende dijken werd niet vervangen door een taaie, stugge en harde grassoort maar overgelaten aan de variatie die de natuur zelf veroorzaakt.

De oorspronkelijke plannen werden dus mede dank zij het optreden van de actiegroep rondom Den Ouden bijgesteld, om het allerergste te voorkomen.

Dat alles weten we nu. Toen het water in 1995 inderdaad over en door de dijken heen dreigde te komen en er sprake was van een op het nippertje voorkomen nationale ramp waren Den Ouden en zijn medestanders de meest voor de hand liggende zondebokken. Het was allemaal hun schuld geweest. Er volgde een periode van terreur.

Voorop in de hetze liep een plaatselijke baron die als ex-gedeputeerde ooit mede-verantwoordelijk was voor de later veroordeelde afbraak van het dijkdorp Brakel en die zijn gelijk daarna volhield via een Stichting Dijkverbetering Levensbelang. Deze edelman liet in de hele streek huis aan huis een door hem ondertekende brief bezorgen die nog net niet met zoveel woorden opriep om de actievoerders te grazen te nemen. Hij waarschuwde wel dat ze nog 'voortdurend bezig zijn uw veiligheid te ondermijnen.'

Het was waarschijnlijk de aanmoediging voor een aantal onbekenden om het huis van Den Ouden uit een over de dijk rijdende auto te beschieten, om de ruiten in te gooien en om de schilder dag en nacht met dreigtelefonades en anonieme brieven te bestoken.

Hij en zijn vrouw zouden worden doodgeschoten, verdronken, geliquideerd, hun huis zou in brand worden gestoken. Het echtpaar heeft overwogen te verhuizen, er werd zelfs al naar een andere woon- en werkplek gezocht, maar besloot op zeker moment toch om zich niet te laten wegjagen, zelfs niet, toen het telefonisch gepest en gedreig een jaar ging duren.

Wel beveiligde ze hun oude boerderij met prikkeldraad, schriklichten, pantserglas en wat maatregelen die ze liever voor zich houden, zodat ze nu in een soort fort leven.

Carnaval

Oorspronkelijk waagde Den Ouden, die overigens uitstekende contacten heeft met de dorpsbevolking en bijvoorbeeld de carnavalsversieringen verzorgt, zich niet op de dijk, maar schetste in zijn wilde en weelderige tuin. Hij werkte er buiten zelfs direct op de lithosteen. Hij ging zich ook op het zelfportret concentreren.

Op het moment dat ik hem bezoek staat er een groot paneel op de ezel tussen de spiegels waarop een zelfportret, in dik opgebrachte olieverf geboetseerd, wordt gecombineerd met een 'rivierschap' en wolkenvegen in een onstuimige lucht.

De gebeurtenissen van de afgelopen jaren hebben dus zeker hun invloed op zijn werk. Hij schildert nog steeds liever niet op de dijk, maar trekt zich terug op een krib, vanwaar de kleurnuances van de rivier en de luchten boven een steeds lagere horizon aanhoudend worden geregistreerd in een structuur van vegen, strepen en vlekken die tot aan de rand van de abstractie reikt maar volgens hemzelf het tegendeel van abstract blijft.

Willem den Ouden, geboren in Haarlem en gevormd op de Rijksacademie in Amsterdam (waar hij later zelf docent werd) is altijd in het landschap geïnteresseerd geweest.

Van Amsterdam uit maakte hij steeds verder reikende fietstochten, eerst langs de Amstel, later ook langs de Lek, onderweg zijn indrukken in schetsen vastleggend. Zodoende bereikte hij de Betuwe, de Lingestreek, de Waal en omgeving en onderging er het landschap als een sensatie. Het was nog voor de ruilverkaveling, de boerderijen, die nu verdwenen zijn of verbouwd tot villa's, waren nog in bedrijf in een gevarieerd landschap, waarin ook de hoogstamboomgaarden.

Hij besloot hier te gaan wonen en vond in Varik de toen nog vervallen boerderij bij de kerk. Omdat het huis op het punt van afbreken stond kon hij het voor een luttel bedrag krijgen. Er moest veel aan gebeuren maar nu staat het huis, beveiligd als een vesting, op de monumentenlijst.

Sindsdien, nu ruim dertig jaar geleden, is de directe omgeving Den Oudens vrijwel uitsluitende onderwerp. Het rivierenlandschap, al of niet ondergelopen uiterwaarden, strekdammen, boomgaarden, het per minuut veranderende uitspansel zijn de elementen die Den Ouden dagelijks bezighouden. Ze lossen op in een euforische verneveling met wisselende stemmingen. Een onweersbui, plotseling opkomende mist, het zijn gebeurtenissen van belang. Het licht, het uur van de dag, de windrichting zelfs bepalen door de seizoenen heen kleurpatronen waarin hij in de loop van de jaren allerlei wetmatigheden heeft leren onderscheiden.

De rivier, het silhouet van de overkant, bomen en huizen verdoezelen tot het licht teruggevende vlekjes en nuanceringen, er is een vergaande versobering, waarin de uitbundigheid van de kleuren wordt getemperd en verinnerlijkt, alsof je aandachtig door je wimpers kijkt.

Er zijn ook tekeningen en litho's. Nog meer dan in de olieverven zitten de getekende voorstellingen gevangen in een veelheid van krabbeltjes en lijntjes, in aanduidingen die door de beschouwer ontcijferd moeten worden om daarna als landschapsgedichten gelezen te worden. Of ze leiden tot een plotselinge verrassing van herkenning.

Ochtendnevels

Meestal is Willem den Ouden bezig met zijn olieverfschetsen op kleine paneeltjes. Hij begint in de ochtendnevels, weet dat omstreeks tien uur de wolken hun rol beginnen te spelen en werkt door tot de zon over hem heen is gedraaid.

Hij heeft dus allerlei wetmatigheden leren onderscheiden, die mede te maken hebben met de windrichting. Die immers heeft weer zijn invloed op de vorm van bewegingssnelheid van de wolken. Bij noordwesten wind zijn de kleuren intenser, vooral de blauwe en de witte, bij zuidwestenwind krijg je meer grijze. Dan heb je nog 'wapperwinden' zonder wolken, waarin het licht door alle mogelijke vochtkristallen wordt verstrooid.

Den Ouden citeert Constable die gezegd heeft: 'The Sky is the key of the painting', een waarheid die de zeventiende-eeuwers al wisten en volop gebruikten en die bij Den Ouden tot een geloofsartikel is geworden.

De lucht staat in het vlakke land als een koepel over alles heen, van horizon tot horizon en zet zich voort in de weerkaatsing in het rivierwater dat al stromend zorgt voor een eindeloze reeks varianten waaraan ook de wind meewerkt.

Daar gaat het om. Het is allemaal, vindt Den Ouden, veel interessanter dan de luchten boven een heuvellandschap waar de hemel meer als een soort deksel op ligt.

Hij blijft aan de gang hoewel de Betuwe, die hem ooit hierheen trok, volgens hem niet meer bestaat. Juist in de afgelopen weken werd een van de laatste hoogstamboomgaarden, mooie oude kersenbomen, genadeloos gerooid en verbrand. De Betuwe, vindt hij, is niet meer dan een geografisch begrip.

Tot een jaar of tien geleden ongeveer waren er nog plekjes die de charme van vroeger hadden behouden.

Bijvoorbeeld het stuk dijk waaraan Den Ouden woont, de Waaldijk bij de kerktoren van Varik dus. Het staat afgebeeld op een door de schilder H. Rol in 1938 vervaardigde aquarel, die als illustratie was opgenomen in het Verkade-album Onze Grote Rivieren. Alles was tot voor betrekkelijk kort nog hetzelfde met als enige uitzonderingen, een inmiddels verdwenen veerhuisje en de bomen naast de kerk, die waren gegroeid. De uiterwaard, het voor de kerk de Waal instekende schiereiland met gras en grazende koeien, het was er allemaal nog inclusief een aan een paal gebonden geitje.

Maar plotseling was het weiland in de rivier verdwenen, het was een asfaltvlakte, een aanlandingspunt voor materialen die voor de toen al geplande dijkverbetering werden aangevoerd. Op de dijk verrees op een aangeplempt stuk grond zo'n onheilspellende directiekeet van waaruit mannen met meetlatten tevoorschijn kwamen.

Het was het begin van de principiële veranderingen die noodzakelijk waren, maar toch anders, liefdevoller hadden gekund. Het stemt Den Ouden nog steeds somber maar dat weerhoudt hem niet dagelijks door te werken met de discipline van iemand met vaste werkuren op kantoor. Het doorlopende verhaal van de rivier en de wolken is nog lang niet uitverteld.