De Maastrichtse mafia; Orkater speelt een stuk over vriendschap en verraad

Acteurs Peter Blok, Porgy Franssen en Gijs Scholten van Aschat en regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen kennen elkaar van de Toneelschool in Maastricht. Ze spelen samen in 'De formidabele Yankee', een stuk over multi-miljonair Howard Hughes. “Zodra de een meer heeft dan de ander, geld, macht, aanzien of talent, wordt een vriendschap problematisch.”

'De formidabele Yankee' is vanaf vanavond t/m 4 juni te zien in de Stadsschouwburg, Groningen (première). Verder in Amsterdam, Rotterdam en in diverse andere plaatsen. Informatie: (020) 606 0606.

Muziektheatergezelschap Orkater repeteert De formidabele Yankee, een stuk over de laatste dagen van Howard Robard Hughes, de steenrijke rokkenjager, filmproducent, luchtvaartpionier en tenslotte vervuilde kluizenaar. “Jongens, we pakken 'm op vanuit de lach”, roept regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen. Behalve gelachen wordt er ook gezongen. En gevochten, zeer gestileerd, verfijnd haast, op de muziek van Vincent van Warmerdam.

In het door Jan Veldman geschreven stuk is Hughes' contact met de medemens nog niet helemáál verbroken. Bill Gay, zijn mormoonse lijfwacht, doet enorm z'n best om de zieke multi-miljonair een rimpelloze oude dag te bezorgen. Jack Real, Howards voormalige co-piloot en huidige businesspartner, slaagt erin het mormonenbastion binnen te dringen. Hij wil de verwilderde tycoon mee naar buiten nemen om de zakenwereld te tonen dat Hughes nog leeft.

Een dag na de repetitie passen Peter Blok (Howard Hughes), Porgy Franssen (Bill Gay) en Gijs Scholten van Aschat (Jack Real) voor het eerst hun kostuums. Van Aschat/Jack Real wordt voorzien van een buikje en krullen, Franssen/Bill Gay van een zwartgeverfd kapsel plus sik. Blok is als Howard Hughes amper te herkennen. Lang, viltig haar heeft hij voor de gelegenheid en blote knieën onder een voddig hemd.

Daar staan ze dan, de mannelijke fundamenten van het hedendaagse Nederlandse toneel- en televisiespel. De trotse winnaars van Gouden Kalveren, Louis d'Ors en bijna-Louis d'Ors. Een gouden club kortom, door achterdochtige collega's ook wel aangeduid als 'de Maastrichtse mafia'.

Peter Blok: “Telkens als Howard Hughes het zelf niet meer redt, is het Bill Gay die hem weer op de rails zet. Daar is hij hem dankbaar voor. Maar hij laat ook merken: 'Denk maar niet dat ik me totaal aan je uitlever. Jij bent bij mij in dienst en ik kan jou zo ontslaan'. Wat hij dan ook doet. Is dát vriendschap? Voor mij betekent vriendschap dat je het niet erg vindt om de ander je zwakke kanten te laten zien. Zoiets heb ik met Gijs en ook met Willem. Oude vriendschappen zijn dat, nog van de toneelschooltijd in Maastricht, waar ik in 1982 van af kwam. Ik ben nu 37, Gijs is 38, en we hebben elkaar nog nooit verraden. Net als wij waren Jack en Howard in hun jeugd een soort geuzen die samen de wereld bestormden. Maar hùn relatie eindigt met verraad.”

Judaskus

“Jack Real”, peinst Gijs Scholten van Aschat, “geeft Howard Hughes een judaskus en toch hou ik van hem. Ik hou altíjd van mijn personages, vooral als het slechte mensen zijn. En ach nee, echt slecht is Jack Real niet, alleen opportunistisch. Bill Gay, op het oog zo'n enge sekteleider, is voor Howard misschien wel een betere vriend dan Jack Real. Hoewel ook Bill Gay financieel heel wat uit Howard Hughes haalt. Zodra de een meer heeft dan de ander, geld, macht, aanzien of talent, wordt een vriendschap problematisch.

“Voor mij staat daar Orkater voor: allemaal maatjes die samen een stuk uit de grond stampen. Peter en Willem en ik en Porgy zijn allemaal redelijk succesvol. We hebben werk genoeg, we kunnen kiezen bij welke regisseur en welk gezelschap we willen spelen. We zijn evenveel waard, we weten wat we aan elkaar hebben en we zullen elkaar op de scène nooit in de steek laten. Dat weten we zeker sinds 1995, sedert de voorstelling Wie vermoordde Mary Rogers?, ook met Willem als regisseur. Met Peter heb ik jarenlang in een close-harmony-groepje gezongen: 'De Hermannen', bekend van Koninginnedagen in het Vondelpark in Amsterdam. Maar voor muziektheater, voor Mary Rogers, was ik heel bang. Het was de eerste professionele produktie waarin ik zoveel moest zingen. Muziek is onverbiddelijk, al heb je binnen die tellen, binnen die secondes, toch veel vrijheid. En sommige dingen worden al verteld door de muziek, dus die hoef je niet meer te spelen.

“Willem en Peter en ik, wij hebben aan een half woord genoeg. En we hebben dezelfde smaak, we houden allemaal van verhalend theater. We willen een wereld oproepen zonder trendy poespas. Geen van drieën zijn we op choqueren uit, we proberen eerder onze gevoelige kanten op het toneel tot uiting te laten komen. Als Peter en Willem tegen mij zeggen: 'Sorry, wat je nu deed vind ik niet goed', heeft dat uitsluitend betrekking op de zaak zelf. Andere mensen zeggen je iets omdat ze iets van je willen of omdat ze jaloers op je zijn. Ik herken dat, ben zelf vaak jaloers. Er is net een Hamlet geweest, bij De Trust: goede kritieken, terwijl ik volgend jaar zelf een Hamlet ga spelen. Daar heb ik van gebaald. Maar in dit clubje laten we de jaloezie niet toe.

“Onze vriendschap zou stuk kunnen lopen als Willem bijvoorbeeld over vijf jaar à la Paul Verhoeven in Amerika aan het regisseren zou slaan en films zou maken van 60 miljoen dollar per stuk. Hij is een van mijn beste vrienden maar hoe stel ik me dan op? Ik zou hopen dat hij zou vragen: 'Zeg Gijs, doe je mee in mijn film?' Hij weet dat ik dat hoop, maar helaas, het kan niet. Dan krijg je toch iets raars, iets ongelijks.”

Rijke vent

“Vriendschap? De formidabele Yankee een voorstelling over vriendschap?” Porgy Franssen fronst zijn wenkbrauwen onder het versgeverfde haar. “Jack Real kan a priori geen vriend zijn van mij, van Bill Gay bedoel ik. En Howard Hughes eigenlijk ook niet. Hughes en Real hebben wel herinneringen samen en ik, Bill Gay, tracht die herinneringen de kop in te drukken.

“Natuurlijk wil Bill Gay die rijke vent als patiënt behouden, dat gaat gewoon om geld. Op zich ben ik, is hij bereid om mijn verzorgende taak sympathiek te vervullen. Peter heeft pas sinds gister die pruik op, ik zie nu pas wat voor een zielige oude man Hughes is. Die kan wel wat liefde gebruiken - gisteren meer dan eergisteren, als je begrijpt wat ik bedoel.

“Ik ben van één toneelschoolgeneratie eerder dan Gijs Scholten van Aschat en Peter Blok, ben drie of vier jaar ouder. Dat merk je. We zijn goede collega's, maar ik ben altijd blij als ik weer naar huis kan. Ik ben niet zo vriendenrijk. Een vriend, dat is iemand die bij jou thuis koffie komt drinken en aan wie je heel veel durft te vertellen. Ik heb één of twee vrienden, misschien.

“Het werken aan dit stuk was eerlijk gezegd een beproeving. Dat langzame monteren, dat overleg, dat voortdurend onder die tl-buizen staan: verschrikkelijk. Ik ben een ongeduldig persoon, eeuwig getreuzel maakt me ongelukkig. Maar ik probeer mijn ongeduld serieus aan te pakken. 's Ochtends laat ik het badwater zo hoog stijgen dat ik nog net kan ademen en dan doe ik drie kwartier stemoefeningen. Je moet dan eerst door een geduldsbarrière heen om uiteindelijk die stem te laten doen wat jij wilt.”

Theater De Meerse in Hoofddorp is een betonnen kubus temidden van andere betonnen kubussen waar men vlijtig geld verdient. Een nuchtere omgeving, maar binnenin het theater is een wondertje aan het geschieden. Na de repetities en het kostuumpassen volgt de eerste try-out en de ernst waarmee ook de muzikanten hun rol spelen ontroert. De nare kanten van de drie hoofdpersonen en de milieus die zij vertegenwoordigen zouden scherper kunnen worden aangezet - of wil de regisseur het zo houden?

“De Howard Hughes die wij laten zien”, zegt Willem van de Sande Bakhuyzen, “is al heel lang afgesneden van zijn milieu en zijn rijkdom pakt tragisch uit. Howard Hughes was zo onwaarschijnlijk rijk en zo onwaarschijnlijk onbenaderbaar dat de mensen om hem heen hem niet durfden te corrigeren. Dat maakte hem almaar eenzamer en zieker.

Cynisme

“In mijn ogen gaat het stuk over een man die sterft. Over de restanten van een leven en het verlangen naar de eeuwigheid. Dat klinkt misschien wee, maar ik ben nu eenmaal geen cynicus. Cynisme is een vorm van zelfbescherming. Cynisme is ook heel erg een produkt van de ratio. Ik zeg niet dat het denken verwerpelijk is, maar het is wel een eindig instrument. Achter het denken zit iets veel groters.”

Willem van de Sande Bakhuyzen regisseerde de laatste tijd bijna onafgebroken voor de televisie: “Het was Oud Geld voor en na. Gelukkig begrijpen de acteurs me wanneer ik filmtermen bezig want zij hebben net zoveel filmervaring als ik.” In Oud Geld wordt een hoofdrol vervuld door Gijs Scholten van Aschat en een bijrol door Peter Blok; in de, ook door Van de Sande Bakhuyzen geregisseerde serie Pleidooi speelden beide acteurs de hoofdrollen.

“Gijs en ik zaten in Maastricht bij elkaar in de klas en we woonden in hetzelfde huis. Ons verbindt een... eh... een geloof in de hartstocht. Niet om de dingen heendraaien, maar tot het hart van een scène gaan. Dat hebben we ook geprobeerd in Pleidooi en Oud Geld. Geen zelfbescherming, maar dóórgaan, dóórgaan, dóórgaan.

“Vriendschap is een vorm van totaal vertrouwen. Vriendschap is dat je je aan de ander kunt uitleveren zonder dat je bang hoeft te zijn gekwetst of geraakt te worden. Zulke vriendschappen vond ik op de toneelschool. Na anderhalf jaar moest ik er weg. Ze vonden me niet goed genoeg. Ik kwam uit een bepaald milieu: oud geld. Net als Gijs overigens. Oud geld, dat is een glazen stolp, precies zoals in de serie. Daarom vond ik het des te rampzaliger dat ik weg moest van de toneelschool. De school was voor mij een bevrijding, één lange sensitivity-training die de grenzen tussen mensen ophief. Ik was opeens niet meer alleen.”

    • Anneriek de Jong