De getekende stad

Er is maar één kunstvorm waarin het decor van stad en landschap, karaktertekening, dialoog en actie, niet zonder elkaar kunnen, en als het goed is, op iedere pagina tot de hoogste graad van eenheid worden gebracht. Dat is het genre van de beeldroman, de strip. Zoiets schiet je meestal te binnen als het te laat is.

Niettemin: jammer dat juist in deze Boekenweek van Panorama Nederland, de stad en het land in de Nederlandse strip niet aan de orde zijn geweest; nog jammerder omdat ook in dit genre een paar Nederlandse kunstenaars naar het grote buitenland zijn doorgebroken; het jammerst omdat deze kunstenaars niet aanwezig zijn op de tentoonstelling Ciutat & Comic in Barcelona. Wel Rome, zoals het in vogelvlucht wordt gezien bij Asterix; Times Square door Liberatore; het klooster van de Dalai Lama; het Larkin Building van Frank Lloyd Wright; maar niet de Mozes en Aäron Kerk en een stukje Stopera van Cees Dam, zoals getekend door Theo van den Boogaard in Wim T. Schippers' avonturen van Sjef van Oekel, in Frankrijk beroemd onder de naam Léon le Terreur.

Ik put mijn wetenschap over deze tentoonstelling uit een artikel van Cees Zoon in de Volkskrant van vorige week vrijdag. Hij citeert de catalogus: 'Het lezen van strips heeft verscheidene generaties begeleid in hun vormingsjaren. Onze cliché's van wat een stad is of kan zijn, zijn grotendeels daarop gebaseerd. De tentoonstelling wil ons laten nadenken over de invloed van de stripverhalen op onze conceptie van de stad.'

Verhelderend uitgangspunt. Om in een groter kader dichterbij te blijven: wat is voor de lezers van Robbedoes België? Het land dat even ten zuiden van Roozendaal begint of het land dat je tegemoet komtals je een album van Franquin en Jidehem openslaat? De onregelmatige gevellijnen, de wijde straatpanorama's met trams van andere komaf en grote reclameborden op verrassende plaatsen: dat is het allerkenbaarste België, zoals de striplezers het in de aardrijkskundelessen van deze twee auteurs hebben geleerd.

Uit mijn geheugen geput. Als kind las ik Krazy Kat, van George Herriman. Niet zelden is het decor in deze strip ontleend aan Monument Valley in Arizona: de rotsformaties die optorenend uit de woestijn, oude wolkenkrabbers zouden kunnen zijn, maar ook wel monumenten. Vijftig jaar later reed ik er in de trein langs. Ik dacht: eindelijk het Amerika zoals ik het ken (afgezien van de wolkenkrabbers). Het wezen van de stadslijnen, de smaak van een stadsbeeld of landschap wordt vastgelegd in de striptekening, en daaraan conformeert zich de werkelijkheid als je die later onder ogen krijgt.

Op een scherp getekende, tot in de details nauwkeurige strip, met het bijbehorend perspectief, vooral de beelden in vogelvlucht, komt een kind niet uitgestudeerd. Het is dus heel goed mogelijk dat de striplezende jeugd daardoor de archetypische voorstellingen van 'de stad' worden bijgebracht. En het kan nog verder gaan. De Amerikaans Nederlandse schrijver Hendrik Willem van Loon (1882-1944) is beroemd geworden door zijn boek The Story of Mankind, dat hij zelf heeft geïllustreerd. Als tekenaar had hij voor het wezen van de stad een gevoel, of een intuïtie, waardoor hij ook als auteur van strips geen gek figuur zou hebben geslagen. Een tekening getiteld De muren van Ninive, staat me in het geheugen gegrift, zoals waarschijnlijk voor de jeugd van nu tot enige tientallen jaren geleden het panorama van België onvergetelijk is geworden door de lectuur van Robbedoes.

Onze archetypische beelden van Nederland zijn gevestigd door de albums van Verkade, in het bijzonder de aquarellen van Voerman die ik in deze Boekenweek vaak heb horen prijzen. Houdt dit verband met een diep geworteld vaderlands vraagstuk: dat het de Nederlanders zoveel moeite kost, werkelijk stadsmensen te worden?