Clinton komt in Oeganda bondgenoot eren

Zondag begint Bill Clinton aan een elfdaagse tournee door Afrika. Hij is de eerste Amerikaanse president die het continent zo lang bezoekt. De VS zien Oeganda als een voorbeeld voor Afrika en als een bondgenoot tegen Soedan.

KAMPALA, 20 MAART. Onder aanvoering van president Museveni's echtgenote Janet zijn de straten van de Oegandese hoofdstad Kampala de afgelopen dagen schoongeveegd. In de wegen waar de Amerikaanse president overheen zal rijden, werden talrijke gaten gedicht. De Oegandese media zijn eveneens gezuiverd. Hoofdredacteuren kwamen met de regering overeen tijdens Clintons bezoek niet te berichten over diens seksschandalen.

Oegandezen zijn er trots op dat de Amerikaanse president bij zijn tournee door Afrika, die zondag begint, ook hun land aandoet. Clinton is de derde Amerikaanse president die een officieel bezoek brengt aan Afrika. Franklin Roosevelt - tijdens de Tweede Wereldoorlog - en Jimmy Carter (1978) gingen hem voor, maar dat waren korte bezoeken. Behalve Oeganda doet Clinton Ghana, Senegal, Rwanda, Botswana en Zuid-Afrika aan.

“Zijn bezoek aan Oeganda toont aan dat we de naam 'slachthuis van Afrika' kwijt zijn”, zegt een winkelier in Kampala, verwijzend naar de moorddadige regimes van Idi Amin en Milton Obote. De Verenigde Staten zien Oeganda als een van hun bondgenoten op het continent. “Oeganda is het middelpunt van de regio geworden”, aldus een Amerikaanse diplomaat, “het heeft die plaats overgenomen van Kenia.”

Kenia was altijd de lieveling van de VS in oostelijk en midden-Afrika. Op het pro-Westerse Kenia kon tijdens de Koude Oorlog altijd worden gerekend, het verschafte Washington bijvoorbeeld militaire faciliteiten aan de Indische Oceaan. De Amerikaanse prioriteiten blijken veranderd. Kenia wordt in de nieuwe visie geleid door een van de laatste Afrikaanse potentaten, terwijl president Yoweri Museveni van Oeganda de 'Renaissance van Afrika' belichaamt. “De boodschap van Clinton aan de Afrikaanse leiders zal zijn: werk aan behoorlijk en doorzichtig bestuur, propageer democratie en de vrije markt en stimuleer buitenlandse investeringen”, zegt de Amerikaanse diplomaat. “Oeganda voldoet in hoge mate aan die criteria.”

Minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright noemde Museveni tijdens haar bezoek aan Afrika in december “een baken van hoop”. Washington legt in zijn nieuwe Afrikabeleid de nadruk op 'nieuwe leiders'. Museveni wordt beschouwd als hét voorbeeld van deze groep. “Afrika's beste nieuwe leiders brachten hoop en bekwaamheid. Ze dagen de VS en de internationale gemeenschap uit hun paternalisme uit het verleden te laten varen”, verkondigde Albright. Onder de 'nieuwe leiders' worden verder gerekend Meles Zenawi van Ethiopië, Isayas Aferworki van Eritrea, Alpha Oumar Konaré van Mali en de Zuid-Afrikaan Nelson Mandela. In de wachtkamer zitten Paul Kagamé van Rwanda en, misschien, Laurent Kabila van Congo-Kinshasa.

Evenals tijdens de Koude Oorlog tonen de VS zich terughoudend de minder fraaie eigenschappen van hun bondgenoten te kritiseren. “Betrokkenheid zonder te oordelen” noemt Allbright dit. Oeganda kent een vrije pers, een levendig en representatief parlement, een onafhankelijke rechtspraak en het voert een liberale economische politiek. Museveni verzet zich echter tegen de invoering van het meerpartijenstelsel, omdat dit tribale verdeeldheid in de hand zou werken. Hij introduceerde het 'geenpartijensysteem', waarin iedereen politieke activiteiten mag ontplooien, maar niet op partijbasis. De VS wensen dat Museveni het politieke systeem geheel opengooit maar, zo zeggen Amerikaanse diplomaten, Clinton zal hier tijdens zijn bezoek geen punt van maken.

De nieuwe leiders willen af van de afhankelijkheid van Westerse hulp. Die politiek past prachtig in het Amerikaanse beleid. Washington bracht de laatste twee jaar zijn hulpbudget voor Afrika met 135 miljoen dollar terug tot 665 miljoen. 'No aid but trade', luidt de nieuwe Amerikaanse filosofie. De ironie wil dat Oeganda juist meer dan menig ander Afrikaans land afhankelijk is van buitenlandse hulp. De economie groeide de afgelopen tien jaar spectaculair: gemiddeld bijna 7 procent per jaar en dit jaar 5 procent - voornamelijk als gevolg van overvloedige regenval liep het groeicijfer iets terug. Ongeveer de helft van de begroting komt echter van ontwikkelingshulp, vooral in de vorm van steun voor de wederopbouw na jaren burgeroorlog onder Obote en Amin. Amerikaanse bedrijven investeerden voor een magere 40 miljoen dollar in Oeganda en de handel tussen beide landen valt te verwaarlozen.

In belangrijke mate komt de Amerikaanse voorkeur voor Oeganda voort uit de strategische rol die Museveni speelt in de regio. Samen met Rwandese troepen speelden Oegandese soldaten vorig jaar een sleutelrol bij de opmars van de Congolese verzetsstrijder Laurent Kabila, die eindigde in de val van president Mobutu. Amerikaanse instructeurs hadden de Rwandese soldaten getraind en eind vorig jaar oefenden ze samen met Oegandese militairen. Behalve van Mobutu willen de VS ook af van het moslim-fundamentalistische regime in Soedan, dat wordt geleid door president Omar al-Beshir en de ideoloog Hassan al-Turabi. Die wens wordt gedeeld door Museveni. Hoge Oegandese regeringsfunctionarissen verwachten nog dit jaar de val van de regering in Khartoum.

De VS beschuldigen Soedan ervan terroristische verzetsorganisaties te steunen in onder meer Oeganda, Eritrea en Ethiopië. Washington leverde daarom ter waarde van 20 miljoen dollar 'niet-dodelijk' militair materieel aan Oeganda, Eritrea en Ethiopië. Een scenario als in Congo is besproken tussen Amerika's bondgenoten die aan Soedan grenzen. Volgens dit draaiboek zouden Eritrese, Ethiopische en Oegandese troepen meehelpen bij de omverwerping van de Soedanese regering om vervolgens de macht over te dragen aan de oppositionele krachten die zijn gebundeld in de Nationale Democratische Alliantie (NDA).

Museveni vertrok vorige week naar de Noord-Oegandese stad Gulu en SPLA-leider John Garang reisde naar de regio rond Torit, aan de andere kant van de grens in Zuid-Soedan. In wat lijkt op een gecoördineerd offensief voerde Museveni zijn troepen aan tegen rebellen van het Noord-Oegandese Verzetsleger van de Heer (LRA), die met steun van het Soedanese regeringsleger vanuit Zuid-Soedan opereren. Het SPLA opende de aanval bij Torit op posities van het regeringsleger en zou daar eveneens het LRA-kamp 'Little Kampala' willen vernietigen. De VS staan pal achter Museveni in zijn strijd tegen het LRA, dat op grote schaal kinderen naar Zuid-Soedan ontvoert en burgers doodt. Washington onderschrijft Museveni's analyse dat het LRA bestaat bij de gratie van de Soedanese regering.

In hoeverre Amerika ook wapenhulp verstrekt via Oeganda aan het SPLA blijft onduidelijk. Amerikaanse diplomaten in de regio ontkennen, andere Westerse diplomaten beweren het tegendeel. Sommige Amerikaanse functionarissen uiten hun twijfels over de capaciteit van het SPLA Zuid-Soedan te bevrijden om zo bij te dragen aan de gewenste val van het regime in Khartoum. Bovendien wijzen sommige diplomaten op nieuwe mogelijkheden om met een groep gematigde politici in de Soedanese hoofdstad zaken te doen, in de hoop zo de fundamentalisten te marginaliseren.