Buiten Parijs moet je vechten; Gesprek met regisseur Manuel Poirier

In Manuel Poiriers film 'Western' gaan twee mannen, op het dieptepunt van hun leven, op zoek naar een vrouw om van te houden. Ze trekken over het platteland van Bretagne, dat lelijk en vijandig is. Toch heeft de film een gelukkig einde. “Juist als je niet gelukkig bent, ben je gevoelig voor het verdriet van de ander.”

Western van Manuel Poirier draait deze week in De Uitkijk en Rialto, Amsterdam; Lantaren/Venster, Rotterdam; Haags Filmhuis, Den Haag; 't Hoogt, Utrecht; Cinemariënburg, Nijmegen; Filmhuis, Arnhem.

In café Le Select aan de Boulevard Montparnasse lijkt het nog een beetje jaren dertig, toen deze buurt een vergaarbak was van intellectuelen en kunstenaars uit de hele wereld. Twee armelijk geklede Russische vrouwen praten over geld en theater, en raken in verlegenheid als de rekening hoger uitvalt dan verwacht. In de jaszak wordt naar laatste muntjes gezocht. Aan een ander tafeltje bomen twee mannen intellectueel in het Bulgaars.

Er is alle tijd om de klanten te bekijken want Manuel Poirier (42), regisseur van Western, is te laat. Hij had tevoren al gewaarschuwd dat het vraaggesprek kort zou zijn - een Franse filmregisseur die naar een dorpje in Normandië is verhuist, moet zijn tijd in de hoofdstad goed gebruiken. Een uur later dan voorzien komt Poirier binnen, duizend excuses mompelend, ongeschoren en met zo'n goedkope, slappe reistas in schreeuwend groen-paars die uitpuilt van kleren. Biertje graag. Zou het in 35 minuten kunnen? Hij moet straks een vliegtuig halen.

Daar gaan we dan. Bijna altijd als je in films ziet hoe mannen vrouwen proberen te versieren, hebben ze daar plezier in. Ze vatten het op als een soort gezelschapsspel, of als aanleiding tot vertoon van zelfvertrouwen. Zelden of nooit zie je in de bioscoop die sukkelige paradox verbeeld, die mijzelf vaak heeft dwarsgezeten: je bent op zoek naar de liefde van een vrouw, omdat je die ontbeert en dus ongelukkig bent. Maar dat ongeluk is tevens je grootste handicap bij het zoeken, want leuke vrouwen vallen niet op blijken van mannelijke onzekerheid, laat staan ongeluk.

Versieren

Voeg daarbij nog dat je aan vrouwen op het eerste gezicht niet kunt zien of ze gevoelig zullen zijn voor enige toenaderingspoging, of dat ze zich zullen ontpoppen als probleemgevallen waarbij je eigen moeilijkheden in het niet zinken. Nee, versieren is niet het schalkse spel dat je meestal in films ziet, maar kommervol werk met veel kwade kansen. Ik had altijd aangenomen dat de cinema aan deze problematiek voorbij ging, totdat ik Western zag. Het is het verhaal van twee mannen die, beiden op een dieptepunt in hun leven, langs de wegen van Bretagne een gelegenheidsverbond sluiten, en ernstig op zoek gaan naar een vrouw om van te houden.

“Het belang van Western is dat het niet alleen maar een liefdesverhaal is, maar ook een film óver het verschijnsel liefde, en over vriendschap”, zegt Poirier. Hij beantwoordt de vragen enigszins zalvend, met een breedvoerige ernst, die je na zijn gestresste binnenkomst niet zou verwachten. Hier is iemand aan het woord die de problemen van liefde, vriendschap en andere relaties behandelt op een toon, die duidelijk maakt dat we hier over ernstige maatschappelijke, zoniet politieke vraagstukken spreken.

Die benadering laat zich, achter de ironische toon van Western, ook wel vermoeden. Het is nog een beetje jaren zeventig in die film, niet omdat hij ouderwets zou ogen, maar omdat je voelt dat authenticiteit van gevoelens bij de filmmaker opvallend hoog in het vaandel staat.

“De paradox die u bespeurt bij de toenadering tussen mannen en vrouwen, kan ik niet onderschrijven”, zegt Poirier. “In Western wil ik laten zien dat liefde mogelijk is als de partijen zich voor elkaar openstellen en bij elkaar passen - ook al bevinden ze zich dan misschien op een dieptepunt, omdat ze eerder in de liefde zijn afgewezen. De vrouwen die mijn hoofdpersonen in Western ontmoeten zijn minstens zo ongelukkig als zij. Maar juist als je niet gelukkig bent, ben je gevoelig voor het verdriet van de ander. Dat werkt het ontstaan van een affectieve band in de hand”.

Je zou bij zo'n antwoord bijna vergeten dat er in Western veel te lachen valt, denk ik, maar op dat moment wordt - tot mijn niet geringe verbazing - het café betreden door de twee hoofdrolspelers uit Western, de Catalaanse acteur Sergi Lopez en de Russische acteur Sacha Bourdo. Zij komen aan ons tafeltje een hand geven en zetten zich dan verderop aan de koffie. Beiden zeulen eenzelfde goedkope reistas als van de regisseur met zich mee. Het is wel duidelijk: die vliegen straks met z'n drieën ergens heen.

Lopez en Bourdo spelen in Western, een in Bretagne spelende, in breedbeeld opgenomen road movie, respectievelijk een Catalaanse en een Russische have not, die samen op pad gaan. In de aftiteling laat Poirier achter de naam van alle medewerkers twee vlaggetjes zien: een Frans, en meestal nog een ander - achter zijn eigen naam de vlag van Peru omdat hij daar in 1956 is geboren. De Frans-Franse vlaggencombinatie is veruit in de minderheid. Minstens negentig procent van de medewerkers aan de film heeft wel ergens een antecedent in den vreemde. Vanwaar dat internationalisme, die preoccupatie met het vreemdelingschap? Had het niet meer voor de hand gelegen, twee Franse have nots in Bretagne op stap te sturen?

Poirier: “Het probleem van de vreemdeling in onze samenleving is erg belangrijk. Politiek gevaarlijke krachten van extreem-rechts proberen grote groepen in onze samenleving te verzwakken, door ze als 'vreemdelingen' te stigmatiseren. Ik vind dat onmenselijk en ik strijd daartegen. We zijn op deze planeet toch zeker allemaal vreemdeling in de ogen van een ander? Als er iets is wat het individu om zeep helpt, dan is het de verplichting om zich uniform te gedragen”.

Xenofobie

In Western stelt Poirier de positie van de vreemdeling in een Westeuropese samenleving misschien wel wat rooskleurig voor. De omzichtig door het tweetal benaderde vrouwspersonen lijkt het niets te kunnen schelen, dat de mannen buitenlanders zijn: het inspireert ze niet tot achterdocht, en evenmin vinden ze het interessant. De film eindigt idyllisch: een eettafel vol kinderen van één moeder, maar van vaders die overduidelijk uit vele windstreken kwamen. Iedereen gelukkig. Nergens een spoor van xenofobie. Is dat wel de werkelijke situatie langs de wegen van Bretagne?

“Noem mij gerust een utopist”, zegt Poirier. “Wie niet droomt, gaat dood. Iedereen droomt: van een mogelijke liefde, van een reis die je zou kunnen maken, van een gezin dat je zou kunnen stichten, of van een verzoening. De wreedste wereld die ik mij kan voorstellen, is er eentje waarin je alleen nog maar aan de werkelijkheid zou mogen denken”.

Heel wat minder idealistisch is Poiriers voorstelling van het Franse platteland. Af en toe komt er een wijds Bretons vergezicht in beeld, maar nooit landelijke idylle. De enige landbouwer in de film is een schoft. Het platteland in Western bestaat, net als in Poiriers vorige film Marion, uit asfaltwegen, morsige hotels, lelijke hoogbouwflats in stadjes waar men zich stierlijk verveelt en armoe troef is, en schilderachtige boerderijen die uitsluitend nog dienst doen als poenerig buitenverblijf voor Parijzenaars.

“Dat gebrek aan idylle is geen toeval. Een van de redenen dat ik mijn hoofdpersonen hun tocht op het platteland laat ondernemen, is dat het leven daar harder is dan in de stad”, zegt Poirier. Hij kan het weten, want hij heeft op z'n dertigste het bestaan in Parijs verruild voor dat in Normandië. Die stap wordt in alle Franse krantenartikelen die ooit aan hem zijn gewijd als heldendaad gememoreerd - in weinig andere landen is het culturele leven zozeer in de hoofdstad geconcentreerd en geldt deze als het Mekka van alle intellectuele activiteit.

“De verhuizing was het resultaat van persoonlijke omstandigheden”, zegt Poirier. “Ik was op een dood punt in mijn leven en ging de stad plotseling als agressief en vijandig ervaren. Natuurlijk is het wel eens onpraktisch - alles wat film is, zit in Parijs. Aan de andere kant geeft zo'n handicap een aparte vorm van energie: de kracht om te vechten. Ik heb de verhuizing nooit betreurd”.

Poirier is in meer opzichten een buitenbeentje in de Franse cinema. Hij heeft niet gestudeerd. Tot zijn dertigste had hij verschillende beroepen. Dat van timmerman, zegt hij, heeft hem het meest gevormd. “Ik heb er lang over gedaan mezelf een beetje te vinden in het leven. Maar film heb ik altijd interessant gevonden en toen ik bijna dertig was, ben ik een korte film gaan maken, over een man die uit de gevangenis komt. Omdat die een prijs won, was het niet moeilijk om mijn volgende korte film gefinancierd te krijgen. En zo verder. Geld voor een korte film kun je altijd vinden in Frankrijk, een baan en geld om van te leven vormen een groter probleem”.

Doorbraak

Western is zijn vierde lange speelfilm, van de eerdere is in Nederland alleen Marion uitgebracht. Filmmaker is sinds 1994 nog zijn enige beroep en Western is de doorbraak naar het grote succes: de prijs van de jury in Cannes en een van de best bezochte Franse films in 1997. Toch is Western geen makkelijk, van grap naar grap glijdend werkstuk. De film heeft eerder iets hoekigs, met scènes waarin de hoofdpersonen eindeloos talmen, en breed uitgemeten scènes van woede, of frustratie. Hun bondgenootschap heeft aanvankelijk iets zeer onwaarschijnlijks: de een gapt de auto van de ander, en wanneer die hem dan bij toeval op straat tegenkomt, slaat hij hem het ziekenhuis in.

Heel geleidelijk zie je in de twee uur durende film tussen beide mannen een vriendschap groeien, al staat die voortdurend op de tocht als de een meer succes heeft bij vrouwen dan de ander, want liefde heeft duidelijk een hogere prioriteit dan vriendschap. “Sergi en Sacha zijn tijdens de opnamen daadwerkelijk bevriend geraakt”, vertelt Poirier. Volgens hem kun je dat in de film ook duidelijk zien, temeer daar de verschillende scènes zijn gedraaid in de volgorde waarin ze in het scenario stonden.

Bij veel films worden, uit overwegingen van geldbesparing, vaak eerst alle scènes opgenomen die op lokatie A spelen, of ze nu aan het eind of het begin of het eind van de film terecht zullen komen, en daarna alle scènes op lokatie B, enzovoorts. Maar daar voelde Poirier niet voor, ook al betekende dit voortdurend heen en weer gereis van de filmploeg naar locaties waar ze al geweest waren. “Je kunt alleen maar de sfeer van een road movie treffen, als ook de opnamen een reis zijn”, meent de regisseur. Hetzelfde streven naar authenticiteit bracht hem ertoe een scène waarbij de twee mannen verzeild raken op een dorpsfeest niet te bevolken met figuranten, maar daadwerkelijk een heel dorp voor een dag eten, drinken en dansen uit te nodigen.

Gevoelsbanden

Gevraagd naar de opvallende betekenis van het gezin in Poiriers laatste twee films - Western eindigt in een ongebruikelijk maar gelukkig gezinsverband, en Marion behelst zelfs een regelrechte verdediging van het gezin tegen bedreigingen van buiten - bevestigt de filmmaker dat hij aan dit instituut grote waarde toekent. “Waar anders kan een kind zich ontwikkelen en de gevoelsbanden ontwikkelen die hem kracht geven in het leven? Waarmee ik niet wil voorschrijven hoe een gezin eruit moet zien. Iedereen mag zijn eigen gezin uitvinden, zoals de vrouw op het einde van Western”.

Over de ontwikkeling van de Franse maatschappij is Poirier “niet pessimistisch, al komt dat voor een deel voort uit mijn behoefte om te geloven, om hoop te hebben”. Zolang er democratie is, en de Franse maatschappij zich teweer weet te stellen tegen sommige plannen van de politiek gaat het nog niet zo slecht, denkt Poirier. “Politici denken vaak alleen in cijfertjes. Het is de taak van film en andere kunsten, om te laten zien dat het individu de werkelijkheid gevoelsmatig beleeft, niet als een statistiek”.

Maar het is nu toch echt tijd om naar het vliegveld te gaan. Nog één snelle vraag: waarom heet de film Western, terwijl hij geen western is, met cowboys en zo? Poirier: “Western was de werktitel toen ik de film schreef - een knipoog naar het feit dat de film speelt op de uiterste Westpunt van Frankrijk. Ik had hem wel anders willen noemen, maar er is me later geen betere titel te binnen geschoten”.

De regisseur en de twee acteurs verlaten het café en slenteren, vrolijk pratend, naar de taxistandplaats aan de overkant van de boulevard. Zoals ze daar lopen, enigszins shabby met die tassen achter zich aan, is het net een scène uit Western, zij het dan met drie in plaats van twee protagonisten: vage mannen op weg naar een onbekende bestemming. Maar dat komt natuurlijk vooral omdat ik vergeten ben te vragen waar de vliegreis eigenlijk heen gaat.