Brussel wil geen marktdominantie

De Europese Commissie toetst grote concentraties in de EG op 'verenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt'. De Commissie heeft meer dan 680 fusies beoordeeld. Tot op heden heeft zij acht fusies tegengehouden, waaronder die tussen Aerospatiale, Alenia en De Havilland uit 1991.

In veel gevallen stelt de Commissie stringente voorwaarden aan het goedkeuren van een voorgenomen concentratie, bijvoorbeeld dat een of meer dochterondernemingen of activiteiten moeten worden afgestoten. De betrokken partijen accepteren deze voorwaarden meestal. Wel gaan hieraan vaak harde en langdurige onderhandelingen met de Commissie vooraf. De onlangs goedgekeurde fusie van Boeing en Mc Donnell Douglas is daar een voorbeeld van.

De beoordeling van de 'verenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt' is in verregaande mate feitelijk. Omdat de Europese Commissie uitsluitend concentraties met een 'communautaire dimensie' toetst, zijn de dossiers van de Commissie-ambtenaren en de fusiepartners en hun adviseurs per definitie vuistdik. De ondernemingen die willen fuseren, kennen de markten waarop zij actief zijn samen bijna altijd beter dan de commissie-ambtenaren. Zij zullen daarom in staat zijn de kans op goedkeuring vrij goed in te schatten.

Natuurlijk spelen bij de fusiecontrole soms ook intern-politieke overwegingen een rol. Het is immers de Europese Commissie en niet commissaris Van Miert die uiteindelijk het groene of rode licht geeft. Politieke motieven kunnen echter niet doorslaggevend zijn.

Belangrijker is de tendens fusies van grote Europese ondernemingen vrij snel toe te laten. Met name voor de werkgelegenheid in de EG is het immers van belang dat deze ondernemingen zijn opgewassen tegen grote rivalen uit de VS en Azië. Vanwege de toenemende mondialisering van de economie en het bestaan van economische machtsblokken wekt deze benadering van Van Miert geen verbazing. Grote niet-Europese fusiepartners zoals Boeing en Mc Donnell Douglas en mondiale fusiepartners zoals Ernst & Young en KPMG moeten, zo is gebleken, op fikse tegenstand van Van Miert rekenen. Dit geldt vooral als de betrokken markten al vergaand geconcentreerd zijn en weinig restconcurrentie dreigt over te blijven. Ook van oudsher Europese ondernemingen met een bijzonder groot marktaandeel op de Europese thuismarkt en zeer grote belangen in de VS moeten echter op hun tellen passen. Reed Elsevier en Wolters Kluwer konden op hun klompen aanvoelen dat zij als een van de grootste uitgeverscombinaties ter wereld in Brussel niet met open armen zouden worden ontvangen. Vanzelfsprekend waren zij ermee bekend dat hen op z'n minst een langdurig spel van onderhandelingen met de Europese Commissie te wachten stond. En men mag aannemen dat de fusieafspraken tussen de uitgevers wel voorzagen in een mechanisme om de pijn van door de Europese Commissie aan eventuele goedkeuring van de fusie te stellen voorwaarden eerlijk te verdelen. Met een en ander wil bepaald niet gezegd zijn dat de aanmelding voor de fusiecontrole een fluitje van een cent is, maar wel dat het niet erg aannemelijk is dat bij concentraties en de controle daarop sprake is van trial and error.