Berouw

In de wondere wereld die religie heet, heeft de paus van Rome een excuus uitgesproken over de slappe houding van het Vaticaan ten opzichte van de Holocaust. Sommige rabbijnen vonden dat excuus weer te slap en meenden dat de huidige paus niet diep genoeg had gebogen voor de dwalingen die de zonen en de dochters van de kerk zo'n vijftig jaar geleden hebben begaan. Zware kritiek kreeg Johannes Paulus II op zijn opmerking dat zijn voorganger Pius XII veel heeft gedaan om het leven van honderdduizenden joden te redden.

“Een vreselijke leugen”, riep Rolf Hochhuth. Vijfendertig jaar geleden schreef hij het toneelstuk Der Stellvertreter. Ik heb dat stuk nog gezien, maar niet in 1963 want toen wilde de Haagsche Comedie het niet spelen. Daarna heb ik nog maar weinig van Hochhuth gehoord, maar hij bleek nog te leven. Volgens Hochhuth heeft Pius XII ook niets gedaan toen zijn eigen mensen, te weten drieduizend katholieke priesters, door de nazi's werden vermoord. Zou dat waar zijn?

Van de geschiedenis van de katholieke kerk weet ik vrijwel niets, en daarom is het zo aardig dat er Internet bestaat. Binnen een paar minuten verschenen alle publicaties van Pius XII op mijn beeldscherm. Zo kon ik in een oogwenk nagaan wat de paus tijdens de Tweede Wereldoorlog zoal bezighield.

In 1940, de oorlog was zojuist uitgebroken, of de paus liet een stuk uitgaan waarin gesproken werd over het feit dat Portugal acht eeuwen geleden onafhankelijk was geworden. Daarna bleef het een paar jaar stil, maar in 1943 verschenen twee publicaties. In juni 1943, als de slag bij Stalingrad koud is afgelopen, de geallieerden op het punt staan Sicilië te veroveren en Eichmann al helemaal op stoot is, schrijft Pius XII een uitvoerige verhandeling over het mystieke lichaam van Christus. Het is een taai en voor een leek moeilijk te doorgronden stuk. Mijn hoop dat ik ergens een dubbelzinnige verwijzing zou vinden naar de actualiteit van die dagen bleek ijdel, maar dat kan natuurlijk ook liggen aan mijn onervarenheid om dit soort stukken op de juiste manier te lezen.

Een maand later, in september '43, komt de paus met een nieuwe publicatie. In Noord-Italië neemt het Duitse leger zelf het heft in handen en verschanst zich achter het front bij Monte Cassino. Het Rode Leger zet zijn opmars voort. Stalin, Roosevelt en Churchill staan op het punt naar Teheran te gaan. De gaskamers draaien op volle toeren. Pius XII schrijft over het nut van de bijbelstudie.

Dan moeten wij bijna een jaar wachten voordat de paus in geschrift weer iets van zich laat horen. Maar dan op 9 april 1944 is het zo ver. De invasie in Normandië staat op het punt te beginnen, en de paus van Rome laat een stuk verschijnen over het grieks-orthodoxe christendom en over de patriarch van Alexandrië. Het duurt dan nog een jaar en zes dagen, alvorens Pius XII op 15 april 1945 schriftelijk een oproep tot vrede doet.

Na de oorlog stijgt het aantal publicaties van de paus weer gestaag, maar iets over joden heb ik er niet tussen gevonden, althans niet op de lijst zoals die op het Internet wordt aangeboden. Wel schrijft de paus in 1954 een uitvoerige lofzang op Bonifatius die, zoals wij allen weten, twaalf eeuwen eerder bij Dokkum werd vermoord. Het kan best zijn dat Pius XII in stilte heel veel goeds heeft gedaan voor de joden, maar als de aarde vergaat en marsmannetjes vinden tussen de ruïnes toevallig de geschriften van deze paus, dan zullen zij haast onvermijdelijk de indruk krijgen dat Pius XII meer interesse had voor de laaghartige moord op Bonifatius dan voor het lot dat de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft getroffen.

Hebben al die excuses wel zin? Je neemt er kennis van en je gaat over tot de orde van de dag. Excuses aanbieden voor historische vergissingen lijkt vooral onder staatshoofden erg in de mode. De keizer van Japan, de koningin van Nederland, de paus van het Vaticaan, zij deden het allemaal, vermoedelijk omdat zij anders het gevoel zouden hebben niet mee te tellen. Voor mij hadden al die excuses niet gehoeven, maar misschien kan de paus bij een volgende Holocaust een commissie van onafhankelijke historici benoemen, die nu eens echt uitzoekt hoe het zit.