Barbara

In Der Barbara-Song van Bertolt Brecht valt de vrouw voor een minnaar zonder geld en schone kleren, wiens voornaamste verdienste is dat 'er nicht wusste, was sich bei einer Dame schickt'. In het Franse chanson komt zoiets niet voor: het chanson wordt traditioneel bevolkt door nette en schoongewassen mensen, 'qui disent encore 'Madame' aux dames.'

In 1982 werkte ik in een munitiefabriek in Israel, oorlog broeide in het Noorden, in Eilat was het 45 graden in de schaduw. Op een van mijn vrije middagen ging ik met de bus naar Tel Aviv, op weg naar de bibliotheek, en ik vond er het museum van moderne kunst. De museumwinkel verkocht niet alleen dienbladen en tandenborstels, er stonden ook een paar bakken met langspeelplaten. Hier kocht ik mijn eerste plaat van Barbara, een Duitse uitgave met een wervende tekst waarin sprake is van 'onstilbaar verlangen', van 'aanzienlijke levensangst', van 'die grosse Dame ohne Glück'. Maandenlang heb ik de plaat met me meegedragen door de gloeiende zon, wachtend op de bus manoeuvreerde ik haar in de schaduw van een lantarenpaal, tijdens legeroefeningen bracht ik haar bij vrienden in veiligheid en 's nachts legde ik de plaat in de koeling, naast de grapefruits. Pas toen ik na lange omzwervingen weer thuis kwam bij mijn grammofoon kon ik horen wat ik had gekocht; ik zette de plaat op en Barbara zong 'Pierre', het mooiste liefdesliedje dat in de geschiedenis van de mensheid is geschreven: 'nanana-nanana, il pleut' zong ze. Het regende, het regende een beetje op het land en op de rozen, het bos rook naar vochtige aarde, een vogel vloog geruisloos door de schemering en Pierre zou snel thuis komen. Tevreden daalde de stem een octaaf: 'oh, Pierre, mon Pierre'.

Barbara zong over de liefde of over verlies, ze experimenteerde of zong een traditioneel chanson, ze zong melancholiek over Parijs of uitgelaten over Venetië, ze zong mooi of zong niet mooi, maar bij alle stem- en stemmingswisselingen was er één constante: Barbara was moe. In de meeste teksten was ze aan het eind van haar latijn, en het enige wat ze nog wilde is slapen: 'oh, laissez, laissez-moi dormir', 'je veux dormir, j'ai besoin de silence', 'fatigué, fatigué'. Maar het gevaar van inslapen is dat je niet meer wakker wordt, en omdat ze niet wilde sterven wilde ze ook niet slapen, en zo nam de vermoeidheid toe. Meestal verschenen dood en slaapgebrek in de gedaante van een adelaar of een andere vogel ('ma fatigue est un oiseau blanc'); er was in deze teksten tussen vliegen, sterven en slapen een onlosmakelijk verband. En zo kon het ook gebeuren dat in 'Mille chevaux d'écume' iemand, 'teneinde zo licht te worden als een vogel op een wolk', van de zevende verdieping sprong.

Gelukkig stond Barbara niet alleen in haar vermoeiende strijd tegen de dood. In 'Insomnies' trof ze tijdens een van haar slapeloze nachten plotseling de brandweer aan in haar bed, en aan het voeteneinde stonden de adjudanten van politie: 'Messieurs, qu'est-ce que vous faites-là, je vous prie?' 'Madame, nous sommes-là pour veiller sur vos insomnies.' Helaas schoot de hulp haar doel voorbij, 's morgens vroeg lagen de hulpverleners slapend in haar bed en alleen Barbara was nog in volle wapenrusting klaarwakker: 'Ik leef liever in de hel dan dat ik doodga in het paradijs.'

Barbara is kort geleden gestorven aan de gevolgen van een bacteriële vergiftiging. Sinds ze is weggevlogen en ingeslapen ben ik slapeloos en vleugellam. De brandweer is weliswaar paraat - maar wat kan de brandweer anders doen dan het bordje boven mijn bed hangen dat ik onlangs op mijn hotelkamer vond: 'Auf keinen Fall versuchen, sich selbst mit Bettüchern oder ähnlichen provisorischen Hilfsmitteln abzuseilen'?

Die stem van Barbara was een godswonder. Een mooie stem, zonder behaag- of praalzucht, warm in de lage registers, helder en soepel in de hoogte, een diepe stem die niet klom maar omhoog viel, met van tijd tot tijd een neurotische, haast hoorbare ademhaling, en bewust vals op de juiste momenten. Barbara zong alsof ze de noten ter plekke bijeen scharrelde; ze was een van de zeldzame essayistische zangers, zoekend naar woorden op de piano, haar leven speelde zich af onder haar vingertoppen. Zelfs het zoontje dat ze voor zich zag in haar dagdromen wist zijn plaats al ingeruimd: 'je l'imaginais déjà tout petit, un immense piano au bout de ses doigts.' De piano was een oceaan, een toevluchtsoord, een paradijs. En op een dag ging in dit paradijs van muziek en zonlicht plotseling de telefoon: 'allô, allô, mon coeur' mompelde een stem. 'Je n'étais pas ton coeur,' stelde Barbara vast. 'C'était une erreur.' Maar zij hing niet op, en hij hing niet op... Ik was veertien jaar oud toen ik Barbara voor het eerst dit liedje hoorde zingen dat was genoemd naar de bedaagde chansonnier Fragson. Daarna kon, van Nina Hagen tot Cathy Berberian, geen stem mij nog verbazen.

Het lijkt onbegrijpelijk dat mijn leven veranderd zou zijn door de ontdekking van Fragson, door die Duitse plaat uit Tel Aviv en door de daarop volgende platen die allemaal min of meer La chanson: Barbara heten. Zoveel liefdesliedjes met zachte regen op de rozen, zoveel weemoed en afscheid zonder ruzie, zo vaak herfst op de Rive Gauche, zulk een goede smaak en zoveel angst voor een dood die arriveert op een grand-foulard van zijde: er is in deze liedjes weinig dat je leven op zijn kop kan zetten. Maar als het waar is, wat een oude rockzanger ooit zei, als het waar is dat je het echte leven niet zoeken moet aan de zelfkant, maar bij een klein meisje in een blauwe jurk die met een rode bal speelt in de achtertuin - als dat waar is, dan zijn we voor onze levenswijsheid inderdaad voorgoed aangewezen op de volwassen eenvoud van het Franse chanson: 'une petite fille modèle, qui joue sous la Tour Eiffel.'