Ambivalent Vaticaan

HET IS VOOR buitenstaanders nooit eenvoudig om de geschriften van het Vaticaan samen te vatten, laat staan te begrijpen. Het maandag geopenbaarde document Wij herinneren ons over de jodenvervolging (Shoah) tussen 1933 en 1945 is daarop geen uitzondering. Maar enigszins grof gelezen komt Wij herinneren ons hierop neer: de kerk als zodanig heeft niet met het nationaal-socialisme gecollaboreerd, haar parochianen hebben dat te vaak wel gedaan.

Vaticanologen kunnen deze ambivalente terugblik begrijpen. De ambiguïteit, die uit het document spreekt, is het gevolg van het feit dat de geestelijke en organisatorische motieven niet sporen.

Met de komst van paus Johannes Paulus II in het Vaticaan heeft de rooms-katholieke kerk voor het eerst voorzichtige stappen gezet op de weg van zelfreflectie en rekenschap. Volgens de paus heeft de Shoah een 'onuitwisbare smet' op deze eeuw geworpen en moeten christenen daarom aan zelfonderzoek durven doen. Hij heeft in Polen de jodenvervolging van dichtbij meegemaakt maar is daartegen uit pacifisme, behalve bidden, toen niet daadwerkelijk opgetreden. Tijdens zijn pontificaat heeft Johannes Paulus II op gezette tijden ook blijk gegeven van zijn verlangen naar een vorm van verzoening met het jodendom (zoals zijn bezoek aan Auschwitz).

DE PAUS HEEFT zijn inzet om in het reine te komen met de “zwartste pagina's in de geschiedenis van de kerk” binnen de curie niet kunnen effectueren, zo blijkt uit Wij herinneren ons. De reden is dat de kerk als hiërarchisch instituut buiten schot moet blijven. Omdat de paus de plaatsvervanger van Christus is en in een dynastieke lijn tot zijn voorgangers staat, een status die op de hele kerk afstraalt, kan de man geen fouten maken. Alleen individuele “zonen en dochters” kunnen falen, zoals het document het formuleert.

En of deze argumentatie nog niet ingewikkeld genoeg is, probeert het document onder deze boodschap nog een extra ambivalentie te leggen. Door een onderscheid te maken tussen 'anti-judaïsme' en 'antisemitisme' wordt de kerkelijke herinnering nog gecompliceerder. Als het om anti-judaïsme gaat, treft de kerk volgens het Vaticaan blaam. Een eeuwenlang volgehouden (verkeerde) interpretatie van het Nieuwe Testament heeft bij christenen het idee doen postvatten dat de joden collectief schuldig waren aan de dood van Jezus. Maar het antisemitisme dat tot de Shoah leidde, was hiervan toch niet de politieke uitwas. Het antisemitisme was namelijk buiten het christendom geworteld, stelt Wij herinneren ons. Waarmee een van de grootste massamoorden van de afgelopen millennia uit het zicht van Rome wordt geplaatst en de solidariteit, die individuele katholieken met joodse slachtoffers hebben betoond, tegelijkertijd is verklaard.

HET LIJKT er op dat al deze dubbele bodems vooral tot doel hebben paus Pius XII buiten schot te houden. Zijn rol tijdens de oorlog is al decennia lang onderwerp van discussie. Volgens serieuze onderzoekers heeft hij geen hand uitgestoken, al dan niet uit angst voor de wankele basis onder het concordaat tussen kerk en, fascistische, staat. Er zijn bijvoorbeeld aanwijzingen dat hij op de hoogte was van de actieve rol die zijn priesters speelden in de Kroatische vazalstaat van PaveliEÉc en diens Usta. Volgens het Vaticaan daarentegen heeft de paus wel degelijk stille diplomatie bedreven, ook al suggereert de beslissing om zijn zaligverklaring nog wat uit te stellen enige onzekerheid daarover.

Dat ligt ook voor de hand. De verdediging van Pius XII is tot nu toe namelijk oncontroleerbaar, omdat de kerkelijke archieven gesloten blijven. Ondanks alle vaticanologie dringt zich één conclusie op. Wij herinneren ons is een gebaar, maar niet meer dan dat. Zolang de rooms-katholieke curie de eigen kluizen niet opent, is het dus beter om de geschiedschrijving van de kerk niet aan de kerk zelf over te laten.