Voorstel structuurfondsen:

Totaal bedrag 275 miljard ecu voor periode 2000-2006, waarvan 45 miljard voor kandidaat-lidstaten en 20 miljard voor het cohesiefonds voor meest arme landen (nu Spanje, Portugal, Griekenland en Ierland) en 210 miljard structuurgeld voor de 15 EU-lidstaten. Ter vergelijking: voor periode 1994-1999 gaat 153 miljard ecu naar structuurfondsen en 15 miljard naar cohesiefondsen.

Aantal inwoners in regio's die structuurgeld ontvangen terugbrengen van 51 naar 40 procent van EU-bevolking (375 miljoen).

Lidstaten verliezen niet meer dan eenderde van huidige steun voor gebieden in structurele crisis.

Aantal doelstellingen terugbrengen van zes naar drie

Doelstelling 1, voor de ontwikkeling van meest arme regio's, blijft voor gebieden met een bbp onder 75 procent van het EU-gemiddelde. Hieraan moet tweederde van het structuurgeld worden besteed. Overgangsregeling voor ex-doelstelling 1-gebieden tot 2006.

Doelstelling 2, voor hulp aan regio in structurele crisis, mag niet meer dan 18 procent EU-bevolking bestrijken, waarvan 10 procent industrie en diensten, 5 procent landelijke gebieden, 2 procent stedelijke gebieden, 1 procent visserij. Overgangsregeling ex-doelstelling 2-gebieden tot 2004.

Nieuwe doelstelling 3, opleiding en training ter bevordering werkgelegenheid, uitsluitend voor gebieden die niet onder doelstelling 1 en 2 vallen.

Huidige doelstelling 4 (aanpassing werknemers aan gewijzigde omstandigheden in bedrijfsleven), 5 (ontwikkeling landelijk gebied) en 6 (ontwikkeling gebieden met zeer lage bevolkingsdichtheid) vervallen

Communautaire initiatieven worden teruggebracht van dertien naar drie: 1) grensoverschrijdende samenwerking; 2) ontwikkeling platteland; 3) grensoverschrijdende bestrijding discriminatie.

10 procent structuurgelden reserveren en in 2004 toekennen aan programma's die het goed doen.