VIJF ORGANEN, VIJF WEEFSELS

Vijf organen en vijf weefsels zijn geschikt voor transplantatie. Een overzicht van medische mogelijkheden en complicaties.

ORGANEN

Hart

Een patiënt komt in aanmerking voor een harttransplantatie als er sprake is van een chronisch hartfalen, waarbij de levensverwachting kleiner is dan één jaar en andere behandelingen niet (meer) mogelijk zijn.

Snelle transplantatie is van essentieel belang. Het hart is vier tot acht uur buiten het lichaam houdbaar, maar hoe sneller de operatie, hoe groter de kans op succes.

Het hart is het eerste orgaan dat uit een donor wordt genomen. Harttransplantatie geldt niet als de moeilijkste van alle orgaantransplantaties. Een operatie duurt gemiddeld zo'n drie tot vier uur. Een bijkomend nadeel is dat in verband met de geboden snelheid donor en ontvanger op bloedgroep op elkaar worden afgestemd. Afstemming op weefseltypering is in verband met de tijdsdruk niet mogelijk. Gevolg is dat in 5 tot 15 procent van de transplantaties het donorhart niet goed op gang komt.

De overlevingskans voor een persoon met een donorhart ligt op ruim 90 procent na één jaar; 84 procent leeft na vijf jaar nog.

Lever

De lever heeft twee belangrijke functies: het bloed zuiveren van giftige stoffen en eiwit aanmaken. Stoornissen daarin kunnen aanleiding zijn tot transplantatie.

Als een van de twee leverfuncties niet goed werkt, betekent het nog niet dat automatisch tot transplantatie wordt besloten. Er mag niets mis zijn met het hart en de longen van de patiënt. De leverziekte dient ook zó ernstig te zijn dat andere behandelingen geen nut meer hebben.

Een leveraandoening wordt meestal veroorzaakt door een erfelijke ziekte, een virusinfectie, medicijngebruik of overmatig alcoholgebruik. In het laatste geval is de aandoening vaak te behandelen met medicijnen en door te stoppen met drinken. Soms is transplantatie noodzakelijk, maar alcoholisten komen daarvoor in beginsel pas in aanmerking wanneer zij minimaal zes maanden 'droog staan'.

De levertransplantatie is wellicht de moeilijkste van alle orgaantransplantaties. Veel patiënten verkeren ten tijde van de operatie in een slechte conditie door een gebrek aan eiwitten. De operatie duurt zeven tot acht uur. Er is ook haast geboden bij een transplantatie: tussen het moment van uitname en transplantatie mag maximaal twaalf uur zitten. Ook hier geldt: hoe sneller, hoe beter.

Afstoting bij levertransplantaties is een reële kans. Zo'n 30 tot 40 procent van de patiënten heeft te maken met acute afstotingsverschijnselen (tussen 7 en 21 dagen na de transplantatie). De kans op overleving is ongeveer 85 procent na één jaar en 50 procent na vijf jaar.

Long

De grootste groep personen die een longtransplantatie ondergaat, lijdt aan longemfyseem, een ziekte die de elasticiteit van de longen aantast. Deze ziekte kan erfelijk zijn maar ook veroorzaakt worden door roken. Ook longfibrose of taaislijmziekte kunnen aanleiding zijn tot een transplantatie. In het geval van taaislijmziekte worden beide longen getransplanteerd.

Een patiënt die een longtransplantatie ondergaat, moet voor de rest gezond zijn. Gemiddeld duurt de operatie tussen de zes en tien uur.

Tussen het moment van uitname van de long(en) en transplantatie mag slechts zes à acht uur zitten. Een probleem bij longtransplantaties zijn de afstotingsverschijnselen op lange termijn. Een jaar na transplantatie is de kans op overleving nog zo'n 80 procent. Na vijf jaar ligt die op 50 à 60 procent.

Nier

Veruit de meeste orgaantransplantaties in Nederland zijn niertransplantaties. De wachtlijst hiervoor is ook veel langer. Dat komt doordat nierpatiënten dankzij dialyse langer kunnen wachten op een operatie.

Nieren zijn maximaal 48 uur buiten het lichaam houdbaar. De patiënt is echter gebaat bij een snelle behandeling. De kansen op overleving zijn bij transplantatie binnen 24 uur vele malen hoger. De operatie zelf duurt ongeveer drie uur en is in vergelijking met andere orgaantransplantaties relatief eenvoudig. De oude, niet functionerende nier blijft in het lichaam. De donornier wordt in de onderbuik geplaatst.

Bij nierdonatie hoeft niet per se sprake te zijn van hersendood. Ook personen die overlijden aan een hartstilstand kunnen nierdonor zijn. Eén jaar na een niertransplantatie is 95 tot 98 procent van de patiënten nog in leven, na vijf jaar 80 procent.

Alvleesklier

De alvleesklier (pancreas) produceert het hormoon insuline. Een tekort of een gebrek aan insuline veroorzaakt suikerziekte.

Alvleeskliertransplantaties worden meestal samen met een niertransplantatie uitgevoerd. Door de suikerziekte functioneert de nier veelal niet meer naar behoren. Iemand die lijdt aan suikerziekte heeft doorgaans weinig baat bij nierdialyse. De dubbele transplantatie, van nier en alvleesklier, biedt uitkomst.

Personen komen alleen op de wachtlijst voor een alvleeskliertransplantatie als andere behandeling uitgesloten is. Zonder transplantatie zouden deze patiënten binnen korte termijn overlijden. De levensverwachting voor patiënten na een nier/pancreas-transplantatie is ongeveer 75 procent na één jaar.

WEEFSELS

Hoornvlies

Als het hoornvlies niet meer helder is, en daarmee het gezichtsvermogen beperkt is, kan hoornvliestransplantatie uitkomst bieden.

Het hoornvlies, het voorste deel van het oog, heeft een doorsnede van ongeveer een centimeter en kan door infectie, beschadiging of een aangeboren afwijking troebel worden. De patiënt kijkt als het ware door een beslagen voorruit.

De transplantatie zelf duurt ongeveer een uur. Er worden nooit twee hoornvliezen tegelijkertijd getransplanteerd maar altijd één per operatie. Het is wel een veel voorkomende operatie. In 1997 vonden een kleine achthonderd hoornvliestransplantaties plaats. Er stonden 378 patiënten op de wachtlijst.

Gemiddeld vijftien procent heeft te maken met afstoting. Dit verschilt overigens sterk per individu. Er zijn ook patiënten die twintig tot vijfentwintig jaar vooruit kunnen met een nieuw hoornvlies. Hoornvliezen kunnen na uitname ongeveer een maand worden bewaard.

Botweefsel

Donorbotten gaan naar twee groepen patiënten. Bij mensen met een loszittende kunstheup wordt deze met behulp van donorbot vastgezet. De tweede bestaat uit patiënten, veelal jongeren, met een bottumor. Door het slechte bot te vervangen door donorbot kan onder meer amputatie worden voorkomen. Dergelijke operaties duren gemiddeld vier tot vijf uur. Essentieel bij bottransplantatie is dat het bot goed past.

Het aantal bottransplantaties is hoog: vorig jaar ruim 1.600. Dit heeft twee oorzaken: één donor kan veel botten leveren en botten kunnen na overlijden vele jaren gepreserveerd worden. Toch is er vaak een tekort aan bepaalde botdelen.

De botuitname bij een donor gebeurt altijd in een operatiekamer en duurt ongeveer vier uur. De uitname moet binnen 24 uur na overlijden gebeuren. De botten worden gemeten en bewaard in de botbank te Leiden. Ze zijn maximaal vijf jaar houdbaar.

Bloedvaten

Bloedvattransplantaties bevinden zich in Nederland nog in een staat van ontwikkeling. Bij bloedvattransplantaties gaat het om de lichaamsslagader. In bepaalde gevallen kan een kunststofbloedvat uitkomst bieden.

Dat gebeurt onder meer bij sommige vaatziekten. Als er een infectie optreedt, wordt het kunststofbloedvat vervangen door een donorbloedvat.

Donatie van bloedvaten gebeurt altijd tegelijkertijd met de uitname van hartkleppen. De bloedvaten kunnen, afhankelijk of het lichaam na overlijden gekoeld is, tot maximaal 24 uur na overlijden worden uitgenomen.

Hartkleppen

Patiënten van wie de hartkleppen vervangen moeten worden, kunnen op drie manieren geholpen worden: met kunstkleppen, dierlijke kleppen of donorkleppen.

Veelal komen jonge volwassenen of kinderen het eerste in aanmerking voor donorhartkleppen. Donorkleppen hebben drie voordelen boven het gebruik van kunstkleppen die met name voor hen van belang zijn. De patiënt hoeft bij donorkleppen niet zijn gehele leven bloedverdunners te gebruiken. En de kans op verdere operaties ligt bij kinderen en jonge volwassenen met een donorklep lager. Ook kunnen donorkleppen meegroeien. Zeker bij kinderen is dit van groot nut.

Er zijn twee soorten hartkleptransplantaties. In het eerste geval wordt de aortaklep vervangen door een aortaklep van een donor. Bij de zogenoemde Ross-operatie wordt de aortaklep vervangen door de longslagaderklep uit hetzelfde lichaam. Op de vrijgekomen plek wordt dan de donorhartklep geplaatst.

In 1997 vonden bijna tweehonderd hartkleptransplantaties plaats. Vijftien mensen stonden op de wachtlijst. Het voordeel van donorhartkleppen is dat ze lang houdbaar zijn. Het nadeel is dat er voor hartkleppen een tekort aan donoren is.

Huid

Huidtransplantatie met donorhuid kan een leven redden maar is in de meeste gevallen eerder pijnstillend, helend of esthetisch van aard. Donorhuid is als het ware een levend verband dat wordt aangebracht op de verbrande huid. Hierbij geldt een onderscheid tussen tweedegraads en derdegraads brandwonden.

Bij tweedegraads brandwonden heeft donorhuid een belangrijke cosmetische functie: er blijven minder littekens over. Bij derdegraads brandwonden is deze functie minder aan de orde. Bij zware brandwonden moet de verbrande huid worden verwijderd. Op deze plek wordt dan eigen huid, de zogeheten huideilandjes, geplaatst, waarvoor donorhuid de ideale bedekker is.

Donorhuid heeft een aantal voordelen boven het gebruikelijke verband. Allereerst lijdt de patiënt minder pijn en de wond geneest sneller. Ook is er een kleinere kans op infecties. Donorhuid is niet eeuwig houdbaar op de ontvanger. Na verloop van tijd kan daarom nieuwe donorhuid worden aangebracht.

Voor huid bestaat geen wachtlijst. Wel moet de huidbank in Beverwijk over een voorraad beschikken in het geval van grote rampen. De huid is lang houdbaar: na overlijden nog zo'n tweeënhalf jaar. Tevens levert één donor veel huid op.

Huid kan na overlijden binnen 12 uur worden afgenomen. Als het lichaam gekoeld is, is er 24 uur om dit te doen. De huidafname duurt ongeveer anderhalf uur. Ook in verband met een mogelijke opbaring wordt huid afgenomen op plaatsen die bedekt kunnen worden door kleding: kuiten, bovenbenen, rug en soms bovenarmen. De gemiddelde huidopbrengst per donor bedraagt ongeveer 3.500 cm.