Tweede ronde nodig in Armenië

JEREVAN, 19 MAART. Premier Robert Kotsjarian en de vroegere partijleider Karen Demirtsjan komen in de strijd om het presidentschap van Armenië op 30 maart in een tweede ronde van de verkiezingen tegen elkaar uit.

Beiden eindigden in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen, afgelopen maandag, op de eerste twee plaatsen. De overige deelnemers aan de verkiezingen vallen voor de tweede ronde af.

Kotsjarian, premier van Armenië - en waarnemend president sinds het aftreden van Levon Ter-Petrosian in januari - kreeg volgens de vanochtend bekendgemaakte uitslagen 38,82 procent van de stemmen. Demirtsjan, die van 1974 tot 1988 partijchef van de Sovjet-republiek Armenië is geweest, eindigde met 30,62 procent op de tweede plaats. De opkomst was 63,97 procent van de 2,2 miljoen ingeschreven kiezers.

Onder de afvallers bevindt zich de leider van de communistische partij, Sergej Badaljan, een voorstander van aansluiting van Armenië bij de unie tussen Rusland en Wit-Rusland. Hij kreeg 11,02 procent van de stemmen en eindigde vlak achter Vazgen Manoekian, die jarenlang de oppositie tegen Ter-Petrosian heeft geleid en die in 1996 de presidentsverkiezingen verloor. Manoekian kreeg 12,22 procent van de stemmen.

De Europese Veiligheidsorganisatie OVSE heeft gisteren melding gemaakt van fraude en onregelmatigheden bij de verkiezingen, maar daaraan toegevoegd dat ze niet ernstig genoeg waren om de uitslag te beïnvloeden. Dat zou anders zijn geweest als Kotsjarian en Demirtsjan in de uitslag dichter bij elkaar waren geëindigd, zo zei de leider van de tweehonderd OVSE-waarnemers, Sam Brown. Hij riep de autoriteiten op zich in te spannen om in de tweede ronde onregelmatigheden te verhinderen.

In de OVSE-verklaring werd gezegd dat onregelmatigheden - vooral ten gunste van Kotsjarian - zijn geconstateerd bij het stemmen door soldaten, bij het gebruik van staatsfondsen voor kandidaten en de aanwezigheid van politiemannen in stembureaus. Ook is melding gemaakt van kiezersintimidatie. (Reuters)