'Stroomtarief nadelig voor kleine centrales'

DRIEBERGEN, 19 MAART. De elektriciteitssector stelt tarieven voor het gebruik van de Nederlandse netwerken voor die de grote centrales in bescherming nemen. De voorstellen gaan ten koste van warmte/krachtcentrales die goedkoper en milieuvriendelijker werken, en van lokale duurzame projecten zoals windmolens en zonnepanelen.

Dat schrijft het Projectbureau Warmte/kracht (PW/K) in een notitie Warmte/kracht: kiezen voor de toekomst. Als gevolg van de nieuwe Elektriciteitswet die dezer dagen in een plenair debat door de Tweede Kamer wordt behandeld, worden de stroomtarieven gesplitst in twee delen: een prijs voor de productie en een prijs voor het gebruik van het openbare elektriciteitsnet. De elektriciteitssector (grootschalige productie en distributiebedrijven) wil dat alleen de de klant en kleinschalige producenten de netwerkkosten gaan betalen, aldus de notitie. PW/K acht dat “oneerlijk” en bepleit een “gelijk speelveld”: iedereen die op het netwerk is aangesloten moet betalen, ook de grote centrale productie-eenheden.

Als daar niet voor wordt gekozen, zullen grote industriële bedrijven die zelf stroom opwekken steeds minder gebruik maken van het netwerk of zich daar zelfs helemaal van losmaken. Dat betekent dat er in veel gevallen (overtollige) energie wordt verspild omdat men deze niet meer aan het net levert. Kleine klanten zoals huishoudens en het midden- en kleinbedrijf zullen dan voor de kosten van het net gaan opdraaien.

PW/K schetst een toekomstige energievoorziening waarin uiteindelijk elektriciteit alleen nog maar lokaal wordt geproduceerd door warmte/krachtcentrales, zonnepanelen op woningen, kantoren en bedrijven, windmolens en andere duurzame projecten. In plaats van via de grote netwerken zal de vraag en het aanbod van elektriciteit zich grotendeels binnen regionale netten gaan verdelen. De energiestromen vanaf grote centrales worden dan steeds minder belangrijk.

In die trend past een tariefsysteem voor netwerken waarbij de kosten in rekening worden gebracht bij allen die ze veroorzaken. Afnemers betalen alleen voor de netwerken die ze gebruiken (regionaal en lokaal in plaats van het hoogspanningsnet), en de tarieven worden afhankelijk gemaakt van de tijdsduur van het gebruik, aldus het PW/K. Mevrouw mr. W.N. Kip, coördinator milieuzaken van EnergieNed, de koepelorganisatie van energie-distributiebedrijven, onderstreept dat de netwerktarieven een evenwichtige verdeling van lasten moeten opleveren. “Het is geen zwart-wit situatie. Je moet voorkomen dat een nieuw tarief plotseling de lasten naar een bepaalde groep verbruikers verlegt. De grote centrales betalen mee, via de aansluitkosten. Verder moet je bedenken dat de kosten voor de regionale laagspanningsnetten een factor tien hoger zijn dan voor het landelijke hoogspanningsnet.” “We zijn er nog niet uit”, aldus Kip.

Drs. Daan Dijk van de afdeling planning en onderzoek van de Samenwerkende elektriciteits productiebedrijven (Sep) denkt dat het PW/K “vanuit een sleutelgatperspectief” vooral de kleine warmte/krachtcentrales via de tarieven in een voordeliger positie wil brengen. “Het is een single-issueverhaal, dat niet in het voordeel van alle stroomverbruikers en van het milieu is. Want die kleine warmte/krachtcentrales kennen relatief hoge kosten, een lage efficiency en een laag rendement.”