ONDERWEG MET LODEWIJK DE WAAL; Duizend uur meer voorzitter

Iedere week rijdt NRC Handelsblad met een ondernemer, en soms een vakbondsman, mee op de achterbank. Waar gaat hij heen? En wat doet hij onderweg? Deze week: Lodewijk de Waal, voorzitter van de FNV. Auto zwarte Ford Scorpio Route van het FNV-hoofdkantoor in Amsterdam naar Brussel (meegereden tot Breda, anderhalf uur slow motion door de ochtendspits)

AMSTERDAM, 19 MAART. “Eerst reden we in een Mondeo”, zegt Lodewijk de Waal. “Maar Johan had rugklachten en in deze zit je beter. 't Was zijn keuze en ik heb hem van hem overgenomen.”

Johan is Johan Stekelenburg, De Waals voorganger, nu burgemeester van Tilburg. Zonder ironie: “Het is de goedkoopste uitvoering, want we zijn een zuinige club, hè. In het circuit van de arbeidsverhoudingen rijdt trouwens bijna iedereen in een Scorpio. Blankert heeft er ook één. En Wim Kok. In de volgende zullen we wel zo'n apparaat nemen dat de weg kan wijzen. Dat lijkt me handig, want Achmed moet nu heel vaak zoeken.”

Achmed is de chauffeur, samen met Tulai, de enige in Nederland met een hoofddoek. Ze werken allebei 32 uur in de week. “Ik wist eerst niet hoe ik twee chauffeurs aan het werk zou moeten houden, maar dat probleem heeft zich vanzelf opgelost. Ik rijd minder dan Johan, want hij woonde in Rijswijk en ik woon in Haarlem, maar de 50.000 kilometer per jaar haal ik wel.”

De Waal is nu op weg naar Brussel, “een rondje kennismaken” met de Nederlandse ambassadeur en de Nederlandse woordvoerders in het parlement.

“Stel dat die 50.000 oploopt naar 70.000 en je rekent dat om naar een gemiddelde snelheid van 70 kilometer per uur, dan win je in de auto 1000 uur per jaar die je kunt besteden aan kranten lezen, vergaderingen voorbereiden en de post afhandelen. De FNV heeft zo 1000 uur meer voorzitter. En het grote voordeel is: je komt altijd ontspannen aan.”

U slaapt nooit?

De Waal: “Achmed, slaap ik weleens?”

Achmed: “Best weinig.”

De Waal: “'s Avonds laat zeg ik weleens: zet de muziek maar op. Ik vind het prettig om mijn tijd zo nuttig mogelijk te besteden. Ik heb nu iemand die mijn agenda beheert en iemand die alles voor me voorbereidt. Dat heb ik ingesteld toen ik voorzitter werd. Ik moet zo efficiënt mogelijk werken, anders hou ik geen tijd over voor mijn kinderen. Johan deed dat anders. Die nam zijn vrouw vaak mee.”

U bent aan uw nieuwe leven gewend?

“In het begin vond ik het heel gek. Ik vind het eerlijk gezegd nog steeds niet logisch om naar een staking te rijden in een auto met chauffeur. Maar het begint te slijten.”

Het schept afstand.

“Nou ja, dat ik voorzitter ben schept afstand. Je bereikt op een gegeven moment een positie dat mensen niet zomaar meer naar je toe durven komen, zonder dat je het in de gaten hebt. Dat wordt sterker naarmate je functie meer uitstraling heeft. Aan het voorzitterschap, merk ik, kennen mensen een enorm gewicht toe. Dus de dingen die je zegt krijgen ook een enorm gewicht. Ik was alleen nog maar genomineerd toen ik op een bijeenkomst kwam van de vakbond met de raad van kerken en het Humanistisch Verbond, het ging over armoede. Op een gegeven moment zeg ik: het valt me op dat de kerken alleen maar aan getuigenis doen, de vakbondsbestuurders zijn veel praktischer. De volgende ochtend word ik wakker van de radio, hoor ik op het nieuws: de beoogde voorzitter van de FNV vindt dat de kerken te veel aan getuigenispolitiek doen.”

Hij schatert.

“Het leidt er wel toe”, zegt hij dan, “dat mensen in dit soort posities zoveel mogelijk in vage en wollige taal praten. Dat is het veiligst.”

U ook?

“Iedereen doet het. Maar opzettelijk doe ik het nog niet. Ik ben betrekkelijk confronterend. Ik zoek graag ruzie.”

U heeft nu ook macht.

“Mensen kennen macht aan mij toe.”

Dat is toch hetzelfde?

“Maar ik doe het er niet om. Ik doe dit werk omdat ik het leuk en nuttig vind.”

Wordt u er weleens zenuwachtig van?

“Ik heb zelden last van stress, ik organiseer goed. Maar laatst moest ik op de televisie met Andries Knevel en daar was ik wel zenuwachtig voor. Ik weet niet waarom. Ik denk: omdat het anders was dan anders. Zo'n interview duurt zestien, zeventien minuten. Je komt niet weg met de gebruikelijke soundbites. Je loopt het risico dat je een vraag krijgt waar je niet op bent voorbereid.”

En?

“Hij vroeg inderdaad volstrekt onverwacht naar mijn CPN-verleden en of ik daar verantwoording over had afgelegd. Toen ik het later terugzag, dacht ik: ik heb het goed gedaan. Over een jaar maak ik me over zulke dingen ook niet meer druk.”