Nederland hoeft niet te rekenen op extra geld Brussel

BRUSSEL, 19 MAART. Nederland hoeft er niet op te rekenen dat het na 2000 extra geld krijgt uit Europese structuurfondsen voor achtergebleven gebieden. Europees Commissaris Wulf-Mathies (regionaal beleid) zei gisteren dat het ondenkbaar is dat de rijkste lidstaten van de Europese Unie het meest profiteren van een solidariteitsfonds bestemd voor zwakke gebieden. “Nederland zal niet bij de winnaars horen”, aldus Wulf-Mathies tijdens de presentatie van de plannen van de Europese Commissie voor de structuurfondsen.

Nederland wil in de periode 2000-2006 in ieder geval even veel structuurgeld ontvangen als nu (2,6 miljard ecu, 5,8 miljard gulden). Nederlandse diplomaten spreken zelfs van een streefbedrag van ruim 5 miljard ecu (ruim 11 miljard gulden). Op die manier beoogt Nederland een verbetering van zijn nettopositie: het verschil tussen wat wordt betaald aan en verkregen uit Brussel. Maar de Europese Commissie wil de structuurgelden juist meer concentreren op de armste gebieden, met het oog op de toekomstige uitbreiding naar Oost-Europa.

De Nederlands lobby voor extra structuurgeld wekt forse irritatie bij de Europese Commissie. “We dachten dat Nederland een voortrekker was van Europese integratie, maar Nederland speelt het zuiver nationaal”, zegt een Commissie-ambtenaar. “Het Europees regionaal beleid gaat over solidariteit, niet over nationale belangen.” Een andere ambtenaar beaamt: “Het algemene beeld bij de Commissie is dat Nederland sinds het nettobetaler werd (1991) opeens heel kritisch is geworden.”

Ook de Britse lobby wekt irritatie. “Een vijftal Britse ministers is al langs geweest met als argument: We hebben nu net een pro-Europese regering, dan moet je niet ons structuurgeld afnemen.”

In de komende periode zal Nederland geen regio's hebben die in aanmerking komen voor de status van meest arme gebied (doelstelling 1), zoals nu Flevoland: goed voor 150 miljoen ecu. Voor Flevoland komt wel een overgangsregeling tot 2006, waarvan de hoogte nog niet vaststaat. De Commissie wil voor doelstelling 1-gebieden tweederde uittrekken van het totale bedrag (210 miljard ecu) voor de structuurfondsen. Behalve Nederland dreigt ook België zijn doelstelling 1-gebied Henegouwen te verliezen; Spanje Valencia; Frankrijk Corsica en Groot-Brittannië Noord-Ierland. Ierland dreigt in zijn geheel de 1-status te verliezen.

Pagina 21: Lidstaten krijgen meer zeggenschap

Nederland zal zich voor de komende periode vooral moeten richten op doelstelling 2, bestemd voor de ontwikkeling van gebieden met structurele problemen. Aan de criteria die de Commissie hiervoor heeft opgesteld, en waarbij rekening wordt gehouden met werkloosheidscijfers, zou Nederland niet voldoen. Maar de Commissie stelt voor dat lidstaten ook nationale criteria kunnen opstellen - een voorstel dat Nederland nieuwe mogelijkheden biedt. Opdat het totale aantal inwoners van de EU dat profiteert van doelstelling 2 niet uitkomt boven de 18 procent, wil de Commissie per lidstaat bepalen hoeveel mensen onder deze categorie mogen vallen. Voor Nederland wordt dat naar verwachting 15 procent.

Behalve bij het vaststellen van criteria, krijgen lidstaten ook meer zeggenschap bij het aanwijzen van de regio's waar het geld naar toe gaat. Dat kan in Nederland nog leiden tot een heftig debat.

PvdA-fractieleider Wallage zei deze week dat structuurgeld naar het noorden moet gaan - een standpunt dat ook staatssecretaris Van Dok (Economische Zaken) huldigt. Het noorden betekent echter al gauw 12 procent van de bevolking, waarmee voor de rest van Nederland niet veel overschiet. Minister Zalm (Financiën) daarentegen, legde vorige maand de nadruk op stadsontwikkeling en noodlijdende varkenshouderijen.

Kansen liggen voor Nederland ook bij de nieuwe doelstelling 3, voor opleiding en training, en bij de zogeheten communautaire initiatieven voor plattelandsontwikkeling en voor grensoverschrijdende samenwerking.

Volgens ambtenaren bij de Commissie zal Nederland er niet slechter van af komen met de huidige voorstellen. Een bedrag van 3 miljard ecu voor 2000-2006 wordt genoemd: rekening houdend met inflatie ongeveer hetzelfde bedrag als nu.

Nu de Europese Commissie voorstellen gepresenteerd heeft voor de uitgaven na 2000 voor landbouw en structuurgeld (samen ruim 80 procent van de begroting), wil ze deze herfst met voorstellen komen voor haar meerjarenbegroting na 2000. “De afdrachten houden een aantal landen bezig”, constateerde gisteren Commissievoorzitter Santer.

Minister Zalm schreef Santer vorige week een brief met een voorstel voor een 'nettobegrenzer' op de afdrachten van lidstaten aan de EU. Op de vraag wat hij vindt van deze brief, antwoordde Santer: “We moeten rekening houden met wat lidstaten zeggen over hun afdrachten.”

Behalve Nederland klagen ook Duitsland, Zweden en Oostenrijk over een te hoge afdracht aan Brussel. Over de betalingen dreigt nog een heftig gevecht los te barsten. Want als één land minder gaat betalen, zullen anderen meer moeten opbrengen. Santer waarschuwde dat dit debat, dat naar verwachting in de loop van volgend jaar wordt beslecht, de uitbreiding niet mag tegenhouden.

De Commissie-voorzitter zei voorts dat de Commissie er op rekent dat met een jaarlijkse economische groei van 2,5 procent in de lidstaten en 4 procent in kandidaat-lidstaten het EU-budget in 2006 1,13 procent van bnp zal zijn. Dat is onder het voorziene plafond van 1,27 procent.