'Maurice Papon is geen Barbie en geen Pétain'

Het langste en het laatste proces tegen oorlogsmisdadigers in Frankrijk nadert zijn ontknoping. Krijgt Maurice Papon, beschuldigd van betrokkenheid bij de deportatie van joden, levenslang?

BORDEAUX, 19 MAART. Eén keer lachte Maurice Papon gisteren in zijn kogelvrije verdachtenbank. Dat was toen de advocaat-generaal bij het Assisenhof in Bordeaux uitlegde waarom het met de nazi's samenwerkende Franse Vichy-regime van maarschalk Pétain hem drie keer promotie had aangeboden: “Niet wegens zijn blauwe ogen, maar omdat hij een sterke, vastberaden persoonlijkheid was.”

De ijdelheid brak even door het schild van minachting. De man in het grijze krijtstreeppak had eerder onverschilligheid geveinsd toen de openbare aanklager hem “een briljante, efficiënte administrateur zonder scrupules” had genoemd, “een man voor wie alles technisch was, een carrièrist, autoritair èn gehoorzaam, een redder van de joden die hij deporteert, een opportunist”.

Zijn blik was zelfs azijnig koel toen de drie beroepsrechters en negen leken-juryleden in herinnering werd geroepen dat de Duitse bezetters twee keer een enthousiaste beoordeling hadden geschreven over de toen 34-jarige Papon, die tussen '42 en '44 anderhalf jaar secretaris-generaal was geweest van de prefectuur van Bordeaux. In die tijd organiseerde hij de konvooien waarmee zeker 1.500 joden naar Auschwitz werden gedeporteerd.

Het langste en het laatste oorlogsproces van Frankrijk nadert zijn ontknoping. Na vijfeneenhalve maand, waarin 95 getuigen en deskundigen zijn gehoord, een dossier van 50.000 pagina's is behandeld en 22 advocaten namens nabestaanden en verenigingen van tweedegraads slachtoffers om de waarheid hebben gevochten - soms met elkaar -, is nu het woord aan het openbaar ministerie om namens het algemeen belang een eis te formuleren.

Ten laste gelegd: medeplichtigheid aan (niet verjarende) misdrijven tegen de menselijkheid. Volgende week volgen de drie advocaten van de verdachte en krijgt Papon zelf het laatste woord. Daarna gaat het Hof, waarschijnlijk donderdag, in conclaaf om pas tevoorschijn te komen als een vonnis is bereikt.

De nabestaanden en hun advocaten zijn er sinds gisteren niet gerust op dat de eis levenslang zal zijn. Vooral nadat advocaat-generaal Marc Robert had gezegd: “Maurice Papon is geen Barbie en geen Pétain.” Met die zin opende hij de weg naar een mild vonnis. Het leek een regelrecht ontkennend antwoord aan maître Alain Lévy, een van de meest vooraanstaande advocaten in het proces. Hij had maandag nog gesteld dat er “geen verschil [is] tussen Klaus Barbie, die 44 kinderen uit Izieu deporteerde en Maurice Papon, die 223 kinderen uit Bordeaux liet wegvoeren, vijf keer zo veel”. Barbie kreeg in 1987 levenslang, en stierf in gevangenschap.

Toen Lévy hem maandag een 'leugenaar en een oplichter' had genoemd, viel Papon uit zijn rol van verveelde topambtenaar, die zijn slanke vulpen slechts selectief beroert met zijn gepinkringde oude mannenhand. “U bent zelf een leugenaar”, was zijn vertoornde kreet, waarop de president hem dreigde met verwijdering.

Pagina 4: 'Schuldig wegens onverschilligheid'

Lévy typeerde onverstoorbaar Papons misdrijf tegen de menselijkheid: “Een kantoormisdrijf, de dader is afwezig, de slachtoffers zijn anoniem. De joden werden in Auschwitz gedood, maar hun leven hield op in Bordeaux.”

Tegen die anonimiteit verzetten zich enkele tientallen nabestaanden die gisteren rondom een bloemstuk en verwarmd door honderden waxinelichtjes voor het Paleis van Justitie in Bordeaux gele borden omhoog hielden. Om hun dierbare onbekende familieleden, die niet mochten leven, aan de vergetelheid te ontdrukken. Lucienne Stopnicki, 2 jaar, konvooi 26. Mirjam Dray, 1 jaar, konvooi 64. Jacqueline Bojmal, 8 jaar, konvooi 27. Tegen de dranghekken kopieën van akten uit het Franse doorvoerkamp Drancy. Daaronder ook de naam van een Nederlander uit Bordeaux, Bernard Roos.

Binnen hoorde de 87-jarige oud-minister (onder president Giscard d'Estaing) en oud-topambtenaar (tot onder Frankrijks bevrijder, de latere president De Gaulle) zich een 'verrader van de realiteit' en een 'manipulator van het geheugen' noemen. In een betoog van bijna zes uur ging de advocaat-generaal alle elementen na die nodig zijn om van een misdrijf tegen de menselijkheid te kunnen spreken.

Hij ontrolde de keten van verantwoordelijkheden, beginnend met de opstelling van het Endlösungsplan door “een paar gekken” en de uitvoering ervan door een hechte structuur, van Eichmann tot aan mensen als Papon. “Natuurlijk gehoorzaamde hij zijn Franse superieuren”, aldus de advocaat-generaal, “maar als dat hem van zijn individuele verantwoordelijkheid ontsloeg, dan was alleen Hitler schuldig geweest.” De prefect van Bordeaux had alle gevoelige zaken, waaronder 'de joodse kwesties' en de politie aan Papon gedelegeerd. Die trok zich niet terug uit de hiërarchische keten, uit de administratie van de dood, hij nam meer verantwoordelijkheden en tekende er voor.

Dat die handtekeningen slechts formaliteiten zouden zijn, dat hij joden van de transportlijsten had afgepingeld - de aanklager noemde het “leugens” en “onverdraaglijk”. “Hij voerde Duitse orders uit, en zocht hoogstens rugdekking bij Vichy.” Robert achtte de vereiste 'opzet' bewezen; Papon heeft in een zeldzaam moment van nederigheid erkend dat zijn gedeporteerden 'een wreed lot' wachtte, al pleit zijn advocaat Varaut voor Papons onwetendheid omtrent de kampen.

De perfecte Franse ambtenaar was “geen antisemiet, geen racist, maar een ambtenaar die ijverig meewerkt aan jodendeportaties, geen barbaar, maar een belangrijk rad in het systeem, en daarom schuldig wegens onverschilligheid, een gebrek aan moed”. Robert: “Alles moest netjes en op tijd verlopen. Razzia na razzia, konvooi na konvooi.” En toch die waarschuwing die de nabestaanden ongerust maakt.

“Dit is niet het proces tegen Bordeaux-tijdens-de-oorlog, noch het proces tegen Frankrijk, niet het proces tegen Vichy, evenmin het moment om af te rekenen met de naoorlogse zuivering, die Maurice Papon liet lopen omdat de hoofden er toen niet naar stonden om de jodenvervolging in de overwegingen te betrekken. Wij zijn hier om één man te beoordelen, en zijn medeplichtigheid aan het ter dood brengen van mensen. Morgen zullen we die medeplichtigheid verder onderzoeken. En een straf eisen die we rechtvaardig vinden.”