Lijst 0 moet de Schiedammer het museum in lokken

De kunstenaars Edwin Janssen en Tracey Mackenna bedachten het personage Koos van der Sluis en zijn fictieve politieke partij voor een project in het Stedelijk Museum Schiedam. “Het is verbazingwekkend hoe snel je bekendheid krijgt”, stellen de kunstenaars vast. De tentoonstelling 'Ed en Ellis in Schiedam' van Tracy Mackenna en Edwin Janssen is t/m 19 april te zien in het Stedelijk Museum, Hoogstraat 112, Schiedam. Di. t/m za. 11-17 uur, zo. 12.30-17 uur. Informatie: (010)2463666

SCHIEDAM, 19 MAART. Met zijn grote brillenglazen, grijze snor en beige houtje-touwtje-jas ziet hij er niet erg modieus uit. Op straat is hij een onopvallende verschijning, toch is zijn hoofd levensgroot op honderden posters afgedrukt. Koos van der Sluis is lijsttrekker van Lijst O. De afgelopen weken trok hij met promotiemateriaal door de straten van Schiedam om kiezers te werven voor zijn plaatselijke partij. Maar de Schiedammers die op 4 maart jongstleden op de stemcomputer naar het knopje met zijn naam zochten, kwamen bedrogen uit. Van der Sluis bestaat niet en Lijst O is een fictieve partij, zonder partijprogramma en zonder leden.

Het kunstenaarsduo Edwin Janssen (Amstelveen, 1961) en Tracey Mackenna (Schotland, 1963) bedacht het personage Koos van der Sluis en zijn partij voor een project in het Stedelijk Museum Schiedam. Acteur John Buijsman werd gevraagd gestalte te geven aan zijn karakter. Van der Sluis personifieert volgens Janssen en Mackenna de doorsnee Schiedammer: een vriendelijke, hardwerkende man van eenvoudige komaf. Door hem folders met de belofte 'gratis koffie en gratis entree' te laten uitdelen in de drukke winkelstraat van Schiedam hopen de kunstenaars de 'gewone' Schiedammer het museum in te lokken.

In het museum is een zaal ingericht als informatielokaal van Lijst O. Een promotiefilmpje volgt Van der Sluis in zijn dagelijks leven. Hij vertelt hoe hij al op zijn veertiende aan het werk moest en dat hij nu wegens zijn slechte rug thuis zit. Zijn vrouw heeft hem twee jaar geleden verlaten en sindsdien woont hij alleen op zijn flatje in Schiedam. In zijn vrije tijd speelt hij met een stel vrienden, die in het museum werken, in een coverbandje nummers van The Shadows. Daarnaast heeft hij zeeën van tijd om zich in de gemeentelijke politiek te verdiepen. Zijn slogans zijn 'Geen gelul, stem Lijst O' en 'Schiedam pluis met Koos van der Sluis'.

Mackenna en Janssen leerden elkaar in 1996 kennen tijdens de tentoonstelling Manifesta in Rotterdam. Sindsdien vormen zij zowel professioneel als in het dagelijks leven een stel. Met hun projecten treden zij vaak buiten de gevestigde kunstinstituten en trekken ze de straat op om in contact te komen met de plaatselijke bevolking. Het beeld dat zij op deze manier kregen van Schiedam was dat van een treurige stad die met haar zelfbeeld worstelt.

“Schiedam is een verdrietige en troosteloze stad,” zegt Edwin Janssen. “Vroeger was de stad bekend om haar jenever en de scheepsbouw, maar dat is allemaal ter ziele. Economisch gezien gaat het slecht met de stad. Veel Rotterdammers met lage inkomens trekken naar Schiedam wegens de goedkope huizen. Koos van der Sluis is een metafoor voor deze stad.” Volgens Tracey Mackenna, die nog nooit in Schiedam geweest was, heeft de stad een rijke geschiedenis en zijn er veel plannen voor de toekomst, maar bevindt zij zich nu in een impasse. Terwijl elders in het land extreem rechts bij de gemeenteraadsverkiezingen werd weggevaagd, behielden de centrumdemocraten in Schiedam hun zetel in de raad.

Hoe gemakkelijk het was om aan publiciteit voor hun project te komen, bleek toen de lijsttrekker van de plaatselijke partij Platform Schiedam de landelijke pers benaderde, omdat hij woedend was dat de posters van Lijst O op de verkiezingsborden over zijn affiches waren geplakt. Hij wilde de verkiezingen om die reden ongeldig laten verklaren. Janssen: “Het is verbazingwekkend hoe snel je bekendheid krijgt. Als we een echte partij hadden opgericht, waren we waarschijnlijk een heel eind gekomen. Wij hebben echter geen politieke bedoelingen. Het project moet meer een humoristische persiflage zijn op de lokale politiek. Alhoewel de meeste mensen beweren dat Koos er zo Schiedams uitziet, is hij toch een soort Koot-en-Bie-typetje. Maar als je kijkt hoe de lijsttrekkers van de andere partijen eruit zien, is de werkelijkheid misschien nog wel doller. De lijsttrekker van de PvdA heeft een grote baard en roept allemaal platte slogans. En Henk Metaal van Gemeente Belangen Schiedam adverteerde met de kreet 'een ijzersterke keus'. Dat is net zo dom.”

Ideologie speelt geen grote rol in het werk van Mackenna en Janssen. “In de jaren zestig en zeventig had je echt politieke kunst, maar dat werkt niet meer tegenwoordig,” zegt Janssen. “Wij proberen met onze kunst aansluiting te vinden bij wat er maatschappelijk gebeurt. We trachten los te komen van de codes van de besloten kunstwereld. Maar anderzijds willen we de context van de kunst ook niet helemaal verlaten. We blijven kunstenaars en het heeft ook zijn voordelen om het museum als uitvalsbasis te gebruiken.”

Mackenna en Janssen behoren tot een generatie kunstenaars die reflecteert op hun eigen positie als kunstenaar, ook in sociaal-economische zin. Janssen: “Vroeger moest je blij zijn als je een tentoonstelling in een museum had, ook als er bijna geen budget was. Wij proberen veel zakelijker te opereren, houden alles in eigen hand. Dat was vroeger een beetje vies, dat deden kunstenaars niet. De individualiteit van de kunstenaar werd altijd erg gecultiveerd: de eenzame schepper die werkte aan het ultieme kunstwerk. Inmiddels is de kunstwereld, net als de samenleving, gedifferentieerd. Er zijn veel kunstenaars die heel procesmatig werken, zoals wij, en niet meer werken aan een esthetisch eindproduct. Je kunt niet eens meer spreken van één kunstwereld. Mensen die met Internet bezig zijn hebben het over hele andere dingen dan mensen die schilderen.”

Binnenkort zal het tweetal ook in andere steden met hun projecten de straat op gaan. In Tokyo, Oxford en Glasgow zullen zij opnieuw proberen contacten te leggen tussen mensen die elkaar anders nooit zouden ontmoeten. Door verbindingen te leggen tussen de kunstwereld en de dingen die op straat gebeuren, hopen zij mensen te ontmoeten die anders nooit in het museum komen. Mackenna: “Wij richten ons niet op het kunstpubliek. Dat is heel gedresseerd en komt toch wel naar het museum.”