Jorritsma over ramp DC3; 'Kritiek op twee piloten niet terecht'

DEN HAAG, 19 MAART. Minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) heeft gisteren afstand genomen van kritiek op de piloten van de Dakota DC3 die in september 1996 neerstortte in de Waddenzee. Daarbij kwamen 32 mensen om het leven.

De minister besprak enkele conclusies uit het rapport van de Raad voor de Luchtvaart met de Tweede-Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat.

Volgens Jorritsma had de Raad, het hoogste college dat in ons land vliegrampen onderzoekt, de passages over de piloten van het 'antieke' vliegtuig anders kunnen opschrijven. “Dan hadden die conclusies ook nooit verkeerd kunnen worden geïnterpreteerd”, aldus Jorritsma. In zijn eindrapport over de ramp in de Waddenzee bij Texel zegt de Raad dat “het niveau van bedrevenheid en ervaring” van de twee oudere piloten niet voldoende was om de technische en besturingsproblemen op te lossen. Volgens de minister is daarmee niet de schuld voor het ongeluk in de schoenen van de omgekomen piloten geschoven. “De Raad voor de Luchtvaart is er niet voor om schuldigen aan te wijzen”, aldus Jorritsma. Ze zag de gewraakte passage meer als een suggestie om meer te doen aan de voorbereiding van bemanningsleden.

De bemanning van de Dakota DC3 kreeg in de middag van 25 september 1996 kort na het opstijgen van Texel voor een vlucht naar Schiphol te maken met twee forse storingen achter elkaar. Eerst begaf de linkermotor het, daarna raakte de linkerpropeller defect. Als gevolg hiervan kon de propeller niet in de vaanstand (ruststand met de minste weerstand) worden gezet, waarbij het toestel nog redelijk bestuurbaar was geweest. Terwijl de piloten de storingen trachtten te verhelpen, verloor het vliegtuig snel hoogte. Een paar minuten na het uitvallen van de motor stortte de Dakota van 200 meter neer.

Direct na het verschijnen van de rapport van de Raad voor de Luchtvaart heeft voorzitter A. Groeneveld van de Dutch Dakota Association (DDA), de organisatie die eigenaar was van het vliegtuig, zich met klem verzet tegen het kritische oordeel over de piloten. Het is volgens hem onmogelijk te trainen voor dergelijke ernstige storingen en bovendien zouden de piloten niet hebben geweten dat de propeller niet in de vaanstand stond. Was dat wel het geval geweest, dan hadden ze volgens Groeneveld een noodlanding op zee gemaakt. Aan boord van het toestel waren behalve vier stewardessen ook 23 ambtenaren van de provincie Noord-Holland en drie werknemers van Ballast Nedam, sponsor van de DDA.