Herzien

Kunnen gebouwen zorgen voor een lach? Zeker wel. In Las Vegas, het wereldcentrum van gokken en vermaak, kan zelfs hard worden gelachen om de steeds absurdere casino's. Gokpaleizen worden daar uitgedost als complete steden, zoals Caesars Palace, waar een gigantische shopping mall het uiterlijk kreeg van een overdekte oud-Romeinse stad met de naam 'shoppus non stoppus'.

Maar het gaat in Las Vegas niet alleen om platte grappen. Soms zijn de geestigheden bedoeld voor fijnproevers. Zo zit het gigantische casino New York New York vol subtiele verwijzingen naar de architectuur van het echte New York die de gemiddelde Las Vegas-gokker ontgaan, maar architectuurtoeristen doen glimlachen.

In Nederland valt er om gebouwen zelden te lachen. Ondanks het beroemde boek 'Learning from Las Vegas' van de architecten Robert Venturi en Denise Scott-Brown heeft de Las Vegas-traditie hier nagenoeg geen wortel geschoten. Nederlandse architecten zijn serieus. Ze zijn er trots op dat zoiets oppervlakkigs als het postmodernisme aan hen voorbij is gegaan. En dus geven ze gokpaleizen het aanzien van een saai kantoor. Zo is het casino van Zandvoort aan Zee ondergebracht in een spiegelglazen doos die net zo goed als onderkomen van een organisatie-adviesbureau langs de snelweg zou kunnen dienen.

Maar niet ver van het Zandvoortse casino staat een van de weinige gebouwen in Nederland die kunnen wedijveren met de beste Las Vegas-architectuur. Het heeft de naam 'Zandvoort circus' gekregen en herbergt een bioscoop en een spelautomaten- en gokkastenhal. Meestal zijn gokhallen deprimerende, halfduistere oorden waar de jongensprostitutie welig tiert. Maar in Zandvoort niet. Hier heeft onderkomen van spelautomaten en gokkasten een vrolijk, opbeurend en zelfs geestig karakter gekregen. De bioscoopzijde van het gebouw is voorzien van kolossale vlaggen die, geheel volgens de architectuurwetten van Las Vegas, natuurlijk niet echt zijn en nooit wapperen. De gok- en spelletjeshal is, waarschijnlijk geïnspireerd door Circus Circus in Las Vegas, vermomd als circustent met drie tentpunten als feestmutsen. De ingang is een 'decorated shed', een losstaand geveldeel gesierd met de letters 'Zandvoort circus', precies zoals Venturi en Scott-Brown hadden beschreven in hun analyse van de casino's in Las Vegas.

'Zandvoort circus' werd dan ook ontworpen door Sjoerd Soeters, misschien wel de enige Nederlandse architect die het niet erg vindt om voor postmodernist te worden uitgemaakt. Het is Soeters uitbundigste gebouw tot nu toe geworden en het ziet er na zeven jaar intensief gebruik nog steeds goed uit. Een paar jaar geleden waren de vlaggen wat armoedig geworden, doordat verschillende van de kleine gekleurde tegeltjes hadden losgelaten, maar nu is daar een oplossing voor gevonden. De vlaggen bestaan nu zo te zien uit schokbestendige golvende metaalplaten. Het enige van het exterieur dat de tijd minder goed heeft doorstaan, zijn de twee kunststof bekroningen van de tentpunten die viezig geel-bruin zijn geworden.

Ook het interieur, met het knallende geel, paars, oranje, blauw, groen en al die andere kleuren, is bijna nog even vrolijk als het oorspronkelijk was. Bij een herhaald bezoek aan de gokhal wordt men natuurlijk niet meer verrast door het gebouw. De grap is er van af. Maar wat dan des temeer opvalt, is hoe goed het gebouw in elkaar zit: spelletjes spelen doet men beneden, voor het gokken moet men over hellingbanen naar in de ruimte zwevende plateaus waar de fruitautomaten staan. In de geslaagde grap blijkt een wervelende ruimte te zitten.

Je zou denken dat na het succes van Soeters gokhal de Las Vegas-traditie ook in Nederland zou zijn aangeslagen. Ook hier wordt immers de vermaaksarchitectuur steeds belangrijker. Maar nu blijkt het Zandvoort circus toch een incident te zijn geweest: de nieuwe casino's, bioscopen, musicaltheaters en al die andere gebouwen waar Nederlanders hun vertier zoeken, zijn nog even ingetogen als vroeger. Nederlandse architecten blijven onveranderlijk ernstig.