Harnoncourts Beethoven gestopt door piep-apparaat

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt, m.m.v. Charlotte Margiono (sopraan). Gehoord: 18/3 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 19, 20/3. Radio uitz. 11/4 Radio 4.

Het dissonerende akkoord waarmee Beethoven zijn Eerste symfonie opent, werd bruusk verstoord door het gepiep van een apparaat. Voor Harnoncourt was dat zó onverdraaglijk, dat hij afsloeg, van de dirigentenbok afstapte en met zijn rug naar het publiek toe gedurende tenminste twee minuten uiting gaf aan zijn ergernis.

Daarna volgde een wervelende Eerste symfonie, waarin Harnoncourt met een feilloos gevoel voor timing en spanningsopbouw hoofdzaken van bijzaken wist te scheiden. Met de frisse retoriek van de fraseringen en de wendbaarheid van de orkestklank als meest opvallende kwaliteiten, profileerden Harnoncourt en het Koninklijk Concertgebouworkest zich als volleerden in de kunst van de welsprekendheid.

Woede en smart, daar draait alles om in Beethovens scène en aria Ah! Perfido, waarin de sopraan haar hart lucht over de ontrouw van haar geliefde. 'Ga, ellendeling! ga en ontvlucht me! De toorn der goden zult ge niet ontkomen!' De hoog oplaaiende emoties hebben het aangezicht van een veelkoppige draak, want verderop luidt het 'Voor hem leef ik, ik wil ook voor hem sterven.' In de vorm van een begeleid recitatief en een aria, laat Beethoven de voortdurend wisselende stemmingen op geniale wijze koorddansen op de notenbalk.

De inzet van het orkest was fel en dramatisch, maar sopraan Charlotte Margiono bekeek de ontrouw van haar geliefde met een weemoedige blik. Mildheid en relativeringsvermogen, in plaats van wanhoop en razernij kleurden haar Ah! Perfido. Margiono's wraak klonk nobel, terwijl haar liefde tot uiting kwam in ingetogenheid en moederlijke warmte. Heel mooi en verzorgd, maar met gierende passie zouden de noten meer tot leven zijn gekomen.

Dvoráks zwaarwichtige en ambitieuze Zevende symfonie wekte associaties met een eindeloze wandeling door het donkere woud. Grondig als hij is, belichtte Harnoncourt in het voorbijgaan de structuur van de grillige wortels en markante boomstammen. Maar aan het uitzicht van de omhoog kijkende wandelaar, die had kunnen waarnemen hoe het zonlicht het groene gebladerte een serene glans van verlangen naar de oneindigheid verleent, schonk Harnoncourt geen aandacht. Daardoor klonk Dvoráks met inzet uitgevoerde Zevende symfonie ernstig en indrukwekkend, maar niet altijd even betoverend.