Experiment met antistollingsmiddel; Bij farmaceutisch onderzoek 17 doden

UTRECHT, 19 MAART. Een internationaal onderzoek naar een preventief geneesmiddel voor mensen die een lichte beroerte hebben gehad is in 1996 onmiddellijk stopgezet na de dood van zeventien patiënten uit de onderzoeksgroep. De slachtoffers zijn voor het grootste deel Nederlanders.

Dat heeft onderzoekscoördinator dr. J. Gorter van het Academisch Ziekenhuis Utrecht (AZU) gisteren bevestigd. Het onderzoek is in mei 1996 stopgezet. De resultaten werden vorig jaar gepubliceerd in het tijdschrift Annals of Neurology. Doel van het onderzoek was de beste behandelingsmethode te vinden voor mensen die een “waarschuwingsberoerte” (TIA) hebben gehad.

Op het moment dat het onderzoek werd gestaakt deden er 1.316 mensen aan het experiment mee. Van hen kregen 665 patiënten aspirine toegediend, een middel dat de kans op een nieuw herseninfarct met 15 tot 20 procent verkleint. De andere 651 mensen kregen een antistollingsmiddel om te voorkomen dat zich opnieuw bloedpropjes in de slagaders zouden vormen. In deze groep deden zich bij 53 mensen ernstige bloedingen voor, waaraan zeventien mensen overleden. In de 'aspirinegroep' kregen zes mensen soortgelijke complicaties, waaraan één persoon overleed.

De onderzoekers vermoeden dat het antistollingsmiddel het bloed teveel verdund heeft, waardoor het kon weglekken via beschadigde vaatwanden.

Minister Borst (Volksgezondheid) ziet in het gebeurde geen aanleiding om in te grijpen. “Het gaat hier om ontwikkelingsgeneeskunde. Daarbij worden bestaande behandelmethoden vergeleken met nieuwe. Dit kan alleen met medewerking van patiënten. Die is in dit geval gevraagd en verkregen”, aldus Borst.

Het onderzoek is voorgelegd aan de medisch ethische commissies van alle 58 deelnemende ziekenhuizen, die de opzet goedkeurden. Volgens Borst zijn risico's bij dit type onderzoek nooit volledig uit te sluiten. “Het doel van dergelijk onderzoek is om op den duur sterfgevallen te voorkomen. Ook bij dit onderzoek hebben patiënten meegewerkt met de hoop op genezing. Juist daarom vind ik het triest voor alle betrokkenen.”

In de zomer van 1997 zijn 58 deelnemende ziekenhuizen - behalve in Nederland ook onder andere in Italië, Groot-Brittannië en Australië - begonnen met een nieuw onderzoek. Hierin zijn de dosering van het antistollingsmiddel en de selectiecriteria aangepast.

Voor het nieuwe onderzoek zijn 4.500 patiënten nodig. Tot nu toe zijn er volgens klinisch epidemioloog A. Algra van het AZU 135 deelnemers gevonden.