Europa heeft irreële ambities in het Midden-Oosten

Aan goede bedoelingen geen gebrek terzake van het Midden-Oosten, althans dat denkt Europa. Gesprekspartners ter plekke plaatsen daarentegen vraagtekens bij de rol die de EU zichzelf toebedeelt. En terecht, vinden Frans Weisglas en Geert Wilders.

Europa leert het nooit. Al decennia probeert het tevergeefs een rol als vredestichter in het Midden-Oosten te krijgen. Steeds opnieuw faalt Europa echter in het verwerkelijken van deze ambitie en loopt het als een olifant door de porseleinkast, daarbij vrijwel alle partijen voor het hoofd stotend. Zo ook weer deze week. Als voorzitter van de Europese Unie bezoekt de Britse minister van Buitenlandse Zaken Robin Cook het Midden-Oosten, zijn eerste bezoek aan de regio als Brits minister. Maar voordat hij ook maar één stap in het Midden-Oosten had gezet kon hij al een heuse diplomatieke rel op zijn conto schrijven.

Met zijn voornemen de Jeruzalemse wijk Har Homa te bezoeken bruuskeerde Cook de Israeliërs op de bekende Europese wijze - wie herinnert zich bijvoorbeeld niet het omstreden bezoek van minister Van Mierlo aan het Orient House enige jaren geleden en het bezoek van de Franse president Chirac aan Israel in 1996 waar hij pleitte voor de oprichting van een Palestijnse staat? Cook maakte met zijn bezoek aan Har Homa de aan het begin van zijn reis in Kairo door hem gesproken woorden dat “Europa al het mogelijke moet doen om het vredesproces nieuw leven in te blazen” tot een volstrekt holle frase. Het is immers onmogelijk om tegelijkertijd openlijk te demonstreren tegen het beleid van een van de twee partijen en bemiddelaar te zijn tussen die partijen.

In plaats van als bemiddelaar een bijdrage te leveren aan een voortgang van de vredesbesprekingen in de regio zorgde Cook met zijn optreden slechts voor verdere polarisatie tussen Palestijnen en Israeliërs. Partijen namen hun stellingen in en verhardden hun standpunten. Van Israelische zijde werd Cook zelfs te verstaan gegeven dat een bezoek aan Har Homa onder begeleiding van Palestijnse vertegenwoordigers Europa op een rode kaart zou komen te staan als het gaat om welke rol dan ook bij het vredesproces in de regio. Cook heeft die rode kaart dan ook prompt gekregen door bij zijn bezoek aan de omstreden wijk Har Homa onder luid Israelisch protest toch met de Palestijnse vertegenwoordiger Salah al-Ta'mara te spreken. Hij heeft daar niemand een dienst mee bewezen en weinig respect geoogst. Dat is zeer te betreuren. Ook de Amerikanen plaatsten bij monde van de woordvoerder van Buitenlandse Zaken, James Rubin, vraagtekens bij dit optreden van Cook.

In de afgelopen twintig jaar is weinig veranderd. Europa legt nog steeds paternalistische en belerende verklaringen af die een allesomvattende vrede in de regio geen stap dichterbij brengen. Europa lijkt vooral zijn eigen behoefte te bevredigen en te handelen uit frustratie over het ontberen van voldoende politiek gezag in het Midden-Oosten om enige rol van betekenis te spelen. Het doet er echter beter aan vooral zijn wel ontwikkelde economische rol verder tot bloei te brengen - Europa is de grootste financiële donor van de Palestijnen - en de machtspolitiek aan de Verenigde Staten over te laten. In tegenstelling tot het vaak verdeelde Europa als het gaat om de buitenlandse politiek, zijn geen andere landen dan de Verenigde Staten in het verleden in staat gebleken om partijen aan de onderhandelingstafel te krijgen en niet zelden tot concessies te bewegen.

Dat is Europa nimmer gelukt, integendeel. Het getuigt van een onthutsende politieke naïveteit dat Europa al decennia lang nauwelijks heeft weten bij te dragen aan vrede in het Midden-Oosten en niettemin bijna ieder jaar opnieuw tracht naast de Amerikanen een plaats aan de onderhandelingstafel te verwerven. Is het niet Chirac dan wel Van Mierlo of Cook. Partijen in het Midden-Oosten worden horendol van de jaarlijks terugkerende profileringsdrift van de vrienden uit Europa.

Europa is recentelijk niet ten onrechte apathie en verdeeldheid verweten toen het ging om de jongste Irak-crisis. De Fransen en Engelsen stonden lijnrecht tegenover elkaar toen het ging om het leveren van troepen om de Amerikanen te ondersteunen en ook de overige EU-lidstaten waren onderling verdeeld. Ook ten aanzien van het te voeren beleid jegens Iran is verdeeldheid geruime tijd het toonbeeld van de Europese buitenlandse politiek geweest en staat het Europese beleid tegenover het nog steeds vigerende Amerikaanse beleid van politiek isolement. Maar vooral ten aanzien van het Israelisch-Arabisch conflict maakt Europa zichzelf vleugellam. In plaats van de suprematie van de Verenigde Staten in het vredesproces te erkennen en een aanvullende en ondersteunende rol op zich te nemen, probeert Europa ook een hoofdrol te spelen.

Het realiseert zich niet dat het nastreven van dergelijke irreële ambities net zoals het doen van betuttelende uitspraken, partijen in de regio slechts uit elkaar drijven en valse tonen opleveren. Europa heeft deze week weer eens aangetoond niet in te zien dat respect en vertrouwen van beide partijen nodig is om een rol van honest broker in het vredesproces te kunnen spelen. Uit het gegeven dat minister Van Mierlo de Israelische actie op de handelwijze van Robin Cook als “te gek voor woorden” omschreef, blijkt helaas dat ook hij daarvan in het geheel niet doordrongen is.

    • Frans Weisglas
    • Geert Wilders