Eten uit het medicijnkastje

De receptioniste is in operatie-uniform gekleed en het behang maakt reclame voor Prozac. Restaurant Pharmacy van kunstenaar Damien Hirst in Londen oogt als een medische kliniek, maar je kunt er gewoon eten.

Pharmacy, 150 Notting Hill gate, Londen W11, 0044/171 2212442

Van de buitenkant ziet het eruit als apotheek, naar eigentijds ontwerp. Etalages vol van de meest begeerlijke medicijnen. Veel pillen om de darmen te ontstoppen. Veel poeders ook om de stortvloed juist te stremmen. 'Pharmacy' staat er veelbetekenend boven de gapende deur.

Maar binnen bij de balie ontstaat de vervreemding. “Heeft u een afspraak?” vraagt de receptioniste terwijl ze een spuugbakje aanreikt. Haar handen houdt ze in rubberen handschoenen verborgen. Ze gaat in operatie-uniform gekleed.

Van binnen zou het een privékliniek voor plastische chirurgie kunnen zijn. Haal op die hangborsten. Weg die kraaienpoten. Klaar terwijl u wacht.

Maar wat is dan de functie van die reusachtige bar waar een man in het zwart de meest kleurige cocktails brouwt? Waarom staan er barkrukken die ogen als gigantische aspirines op een steeltje? Dit zou ook het hoofdkwartier van dr. Strangelove of een andere waanzinnige wetenschapper kunnen zijn.

Pharmacy is een creatie van kunstenaar Damien Hirst die geldt als boegbeeld van de Britart. Bij het grote publiek is de winnaar van de prestigieuze Turner Prize vooral bekend geworden door zijn dode schaap op sterk water. Critici noemen Pharmacy “zijn meest lucratieve kunstinstallatie”. Anderen spreken smalend over “een trendy thema-restaurant”.

Pharmacy ís een restaurant, ook al doen staf en stijl er alles aan om die functie te maskeren. 'Recepten' staat er met paarse letters boven de spiegelkast waarin de geluidsinstallatie is weggemoffeld. Een schilderij van ziekenhuisafval - veel rubber, injectienaalden en bandages - dient als achterwand van de piesbak op de mannen-wc.

Met Pharmacy grijpt Hirst terug op een thema dat hem tien jaar geleden al intrigeerde. In het Institute of Contemporary Art in Londen stelde hij een medicijnkast tentoon die rijkelijk was gevuld met poeders, zalfjes en pillen. 'God', zo heette het werk. Een titel die hij aan het nummer God Save The Queen van de Sex Pistols ontleende. Gevraagd naar een toelichting op het werk verklaarde hij destijds dat hij medicijnkasten “altijd als lichamen had gezien maar ook als een stedelijk landschap met een innerlijke hiërarchie”. Een ober in de eet-apotheek weet nog te melden dat Hirst als kleine jongen al door scheikunde en laboratoria werd geobsedeerd.

Sporen van die hartstocht treft de bezoeker overvloedig aan op de eerste verdieping van het restaurant, waar het reusachtige model van een DNA-molecuul aan stalen kabels bungelt. Een aangepaste versie van het periodiek systeem beslaat een wand. De menukaart is op stemmig ruitjespapier gedrukt. Als behang lijkt de catalogus gebruikt van een rijk gesorteerde farmaceutische onderneming: Mesnex, Daraprim, Alkeran, Prozac. Aan de muren hangen werken die Hirst eerder in de Tate Gallery exposeerde. Kleurige vlinders die zijn vastgeplakt op een fluorescerende ondergrond.

Kan er ook nog worden gegeten in dit steriele kunstobject, dat een investering van anderhalf miljoen pond heeft gevergd? Jazeker, daarvoor is zelfs de Franse chef-kok Sonya Lee ingehuurd die haar opleiding ontving in het vermaarde Parijse restaurant Alain Du Casse. Voor de barmaaltijden die allemaal zijn gegroepeerd rond de enige Britse bijdrage aan de gastronomie, de 'toast', kan zij onmogelijk verantwoordelijk worden gesteld. Toast met spek en witte bonen komt op drieënhalve pond. Melba toast met kaviaar kost het tienvoudige.

Het vispasteitje van de lunchkaart bestaat grotendeels uit een dikke laag aardappelpuree waaronder in een zee van room een flardje visfilet drijft. Maar de fazant en kastanje-soep van het avondmenu schijnt goddelijk te zijn. Het kruid dat alle schotels smakelijk, tenminste toch verteerbaar maakt, is het modieuze imago van Damien Hirst. Onmisbaar in elke medicijnkast als paracetamol.