Een leven met meer lef

AMSTERDAM. Pas om vijf uur 's ochtends wordt het druk in het nachtcafé aan de Westerdokse kade. Pooiers met hun vrouwen, hasjkoeriers en cocaïnehandelaren komen binnen. Op het toilet wordt gesnoven en gedeald. In schemerige hoekjes staan mensen stijf van de coke of zijn dronken.

In deze bar kan een woordenwisseling gemakkelijk in een schietpartij ontaarden. Het is een harde jungle waarin je meedogenloos moet kunnen zijn. Er gelden eigen regels. Belangrijkste: vertrouw niemand. Rippers liggen altijd op de loer om je van drugs of geld te beroven. Het maatje kan overlopen naar de concurrent of zich ontpoppen als politie-informant. Het gevaar komt van twee kanten: uit eigen kring en van justitie.

Ondanks dat heeft het wereldje veel aantrekkingskracht op sommige jongeren. Eenmaal kennisgemaakt met het nachtleven, dure auto's en vrouwen kunnen ze niet meer zonder.

Crimineel zijn is een verslavende levensstijl.

Bij het zakendoen in dit wereldje moet je “walgelijk correct” zijn, zegt Jaap Bos (pseudoniem). Als jij je niet aan je afspraken houdt, dan weten ze je te vinden. Jaap Bos zelf, een midveertiger, noemt zich geen crimineel, omdat hij niet gewelddadig is. Hij is van zowat alle markten thuis. Zo heeft hij een hasjtransport naar Duitsland gedaan en een graantje meegepikt in de vrouwenhandel: aan de bemiddeling voor huisvesting van Poolse meisjes is een aardig centje te verdienen. Maar bovenal noemt Jaap zich schrijver. “Mijn pen is mijn wapen.”

Een pen, nagemaakte pasjes en een stapeltje valse paspoorten zijn voldoende om gestolen cheques te verzilveren. Jaap koopt de cheques al jaren bij zijn connecties in. Begin jaren negentig betaalde hij dertig gulden voor een gestolen cheque. Tegenwoordig betaalt hij vijfenzeventig tot over de honderd gulden: door de opmars van het plastic geld heerst schaarste op de chequesmarkt.

Hij is nét terug uit Parijs. Daar ging het mis. Terwijl hij aan het schrijven was, werd hij op heterdaad betrapt. Wegens een procedurefoutje stond hij echter een etmaal later weer buiten.

Zijn vak is niet voor iedereen weggelegd. Je dient stressbestendig en alert te zijn. “Je moet het uitstralen: dit zijn mijn checques.” Op elke schrijverstournee moet hij even slikken voor het eerste postkantoortje. Eenmaal weer buiten, zijn alle remmen los. “Dan is het takka, takka, takka: innen, innen, innen.”

Wat drijft een mens om crimineel te worden? In het algemeen denkt men, ook menig criminoloog, dat hebzucht de voornaamste motivatie is. Mensen zouden crimineel worden om snel en makkelijk hun zakken te vullen - vooral als zij in de bovenwereld daartoe geen kansen zien of krijgen. Maar is dat zo?

Als Jaap gewild had, was hij een tamelijk keurige restauranthouder te Amsterdam-Oost. Want dat was Jaap. Maar in de bovenwereld vond hij niet wat hij zocht. Jaaps verhaal lijkt op dat van andere criminelen. Bij hen zijn diepere drijfveren dan de simpele wens om rijk te worden. Er lijken drie motieven in het spel: vrijheidsdrang, verlangen naar avontuur en de lust zich uit te leven.

Jaap verlangde naar een leven zonder het keurslijf van wet, regel en fatsoen. Een leven waarin geen enkele dag hetzelfde is. Hij verruilde zijn bestaan voor de 24-uursavontuurseconomie, waar het om de 'kick' gaat. Jaap noemt het een spel met risico's die hij incalculeert. Als hij wordt opgepakt, hoor je hém niet janken. Hij koos voor a-morele vrijheid, voor het onbekommerd uitleven van zijn zwarte kant.

Eenmaal tussen de penose brokkelde zijn geweten af. Zo bracht zijn schijnhuwelijk hem tienduizenden guldens op, maar bezorgde dat zijn schijn-schoonfamilie torenhoge schulden. “Komt schoonmoeder over, kust ze knielend m'n handen. Nog dankbaar ook”, zegt hij grinnikend. Hij voelt geen mededogen met de honderden mensen die dankzij zijn 'schrijverschap' gedupeerd zijn. Hun cheques zijn bij een inbraak gestolen en vervolgens verzilverd. Een inbraak is vervelend, zegt hij. “Maar daar komen ze overheen.” Het geld dat van hun rekening valselijk wordt afgeschreven, kan nooit een probleem zijn, meent hij. Daar zijn verzekeringen voor.

Een oppassende burger loopt de deur aan de Westerdokse kade voorbij. Hij heeft daar niets te zoeken. Toch is ook hij gefascineerd door de onderwereld. Maar hij wil veilige misdaad, via de kabel. Crimeprogramma's en politieseries zijn razend populair. Is hij, diep in zijn hart, misschien jaloers op de Westerdokkers die onbekommerd hun zwarte kant uitleven, onbeschaamd slecht zijn? Benijdt hij hen om hun avontuurlijker bestaan? De oppassende burger lijkt bang voor vrijheid en avontuur. Routine domineert zijn leven. Een kleurloos bestaan waarin het grootste avontuur vakantie heet, maar wel met een hostess en goed verzekerd.

Een crimineel, hoe afkeurenswaardig ook, levert toch een bijdrage aan zijn samenleving. Hij confronteert haar met haar vrijheidsgehalte en het gehalte aan avontuur. In een kleurloos bestaan herinneren criminelen aan een leven met meer lef.