Cynisme en afkeer van politiek

DEN HAAG, 19 MAART. Afkeer van 'de politiek' berust in Duitsland vaker op cynisme jegens politici, politieke partijen en het politieke spel dan in ons land. In Nederland wordt de kloof tussen burgers en de politiek vaker bepaald door apathie, namelijk door gebrek aan interesse of een naar eigen oordeel onvoldoende vermogen om te begrijpen wat er in de politiek gebeurt.

Dit is een van de uitkomsten van een vergelijkend onderzoek onder kiezers in Nederland en West- en Oost-Duitsland, dat vanmorgen is gepubliceerd bij het begin van de derde Nederlands-Duitse Conferentie. Deze tweedaagse conferentie, dit keer in het Oude Stadhuis te Delft, heeft als hoofdthema de afstand tussen burger en politiek, in Duitsland vaak Politikverdossenheit genoemd.

Het onderzoek is gehouden in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken en in samenwerking met het Duitsland Instituut georganiseerd door de afdeling politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Het project, waarvoor eind februari/begin maart een enquête werd gehouden onder representatieve steekproeven van 1000 Nederlandse, 600 West-Duitse en 400 Oost-Duitse respondenten, stond onder leiding van de Amsterdamse hoogleraar Cees van der Eijk.

Politieke apathie volgens de definitie van de onderzoekers blijkt in Nederland te bestaan bij een groot deel van de volwassenen. Met de stelling “Soms is politiek zó ingewikkeld dat mensen als ik niet begrijpen wat er gebeurt” was bijvoorbeeld in Nederland 55 procent van de volwassen ondervraagden het eens. In West- en Oost-Duitsland was de instemming met deze stelling zelfs respectievelijk 58 en 64 procent.

Kiesgerechtigde Nederlanders blijken nogal wat minder cynisch te staan jegens het politieke bedrijf dan West- en (vooral) Oost-Duitsers. Dertig procent van de Nederlandse ondervraagden is het bijvoorbeeld oneens met de stelling dat “onze regeringsleiders meestal de juiste beslissingen nemen”. In Oost- en West-Duitsland zijn die percentages 51 en 56. Het onderzoek laat voorts zien dat politieke apathie duidelijk samenhangt met leeftijd, inkomen en opleiding, maar niet met geslacht of religie. Politiek cynisme hangt in Nederland en in Duitsland daarentegen helemaal niet samen met inkomen, opleiding of leeftijd maar komt voor “in alle lagen en segmenten” van beide bevolkingen. In Nederland leidt politiek cynisme vaker tot het uitbrengen van 'een proteststem' of tot niet opkomen bij verkiezingen dan in Duitsland. Een opvallende uitkomst is ook dat politieke apathie of cynisme niet in betekenende omvang leidt tot steun voor extreme partijen.

Het idee jaarlijks een Duits-Nederlandse conferentie te organiseren om in beide landen meer wederzijds begrip te bevorderen ontstond in 1993 bij de ministers van Buitenlandse Zaken Kinkel en Kooijmans.

Dat was enkele jaren na de Duitse eenwording, toen in Nederland veel verontwaardiging was ontstaan over de aanhoudende aanslagen op buitenlanders in Duitsland. Dat leidde toen tot een miljoenenpiek met de Nederlandse briefkaartenactie “Wij zijn woedend”.

Ook de sombere resultaten van een enquête naar het Duitsland-beeld onder Nederlandse jongeren van het instituut Clingendael, najaar 1993, gaf Kinkel en Kooijmans een reden voor hun initiatief. Nadien veranderde het pychologische klimaat enigszins ten goede, dit mede doordat de aanslagen op buitenlanders minder talrijk werden, de Duitse bondskanselier, Kohl, twee geslaagde bezoeken aan Nederland bracht, en doordat Nederland zelf een heftiger debat over asielvraagstukken en zijn vreemdelingenbeleid kreeg en de koningin en premier Kok er aan hadden herinnerd dat niet alle Nederlanders in de Tweede Wereldoorlog in het verzet zijn gegaan.