Belang in ECT plaatst Nedlloyd voor dilemma

NEDLLOYD IN 1997 De Brits-Nederlandse rederij P&O Nedlloyd wil zich losmaken van overslagbedrijf ECT en een eigen containerterminal op de Maasvlakte hebben. Bestuursvoorzitter Leo Berndsen van Nedlloyd is daar op twee manieren bij betrokken.

Vestigingsplaats: Rotterdam Personeelsleden: 13.000 Omzet: 3,046 miljard gulden Nettowinst: 72 miljoen gulden Belangrijke gebeurtenis: Verkoop belang (40,1 procent) in Smit Internationale ROTTERDAM, 19 MAART. Met internationale schaalvergroting en rigide kostenbesparingen probeert containerrederij P&O Nedlloyd te ontkomen aan de wurggreep van de dalende marges in de containervaart. Tegen die achtergrond moet de wens worden gezien van de Brits-Nederlandse rederij voor een eigen containerterminal op de Maasvlakte. P&O Nedlloyd slaat zijn containers nu nog over bij overslagbedrijf ECT (Europe Combined Terminals). Bestuursvoorzitter Leo Berndsen van Nedlloyd - dat een 50 procentsbelang in de containerrederij P&O Nedlloyd heeft - zit daardoor in een ambivalente positie. Eenerzijds moet hij rekening houden met het belang van de zeerederij, anderzijds behoort Nedlloyd met Pakhoed en Internatio-Müller tot de drie grootaandeelhouders van ECT.

De beslissing van P&O Nedlloyd te breken met ECT lijkt een probleem te scheppen voor het zogeheten Delta 2000-8 project op de Maasvlakte, waaraan zowel ECT als het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam zich voor een miljard heeft gecommitteerd. Delta 2000-8 omvat de bouw van acht nieuwe containerterminals. Om dit project te laten slagen heeft ECT grote klanten nodig. Maar de realiteit is dat twee van de grootste klanten, Maersk en P&O Nedlloyd, hun eigen weg willen gaan. Het Deense Maersk ruziet nu al meer dan een jaar met ECT, het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam en het ministerie van Economische Zaken over de inrichting van een eigen terminal op de Maasvlakte.

Begin dit jaar hebben de drie grootaandeelhouders van ECT een investeringsbank in de arm genomen om op termijn hun belang in ECT - dat geen kernactviteit is voor deze bedrijven - te verkopen. Pakhoed en Internatio-Müller zijn in de haven van oudsher actief als stuwadoor, terwijl Nedlloyd zijn groei juist als rederij bereikte. Zij lijken daardoor historisch een sterkere band te hebben met het overslagbedrijf ECT dan Nedlloyd.

Pakhoed-voorzitter Klaas Westdijk gaf enkele weken geleden al aan bij het zoeken naar een koper voor het ECT-belang van Pakhoed “naar een fatsoenlijke oplossing te streven voor ECT.” Berndsen is daartoe ook wel bereid maar, zo zei hij gisteren tijdens een toelichting op de jaarcijfers, “niet tot elke prijs.”

Het belang van een eigen terminal in Rotterdam voor de zeerederij heeft bij Nedlloyd hogere prioriteit dan de deelneming in ECT. Alle betrokkenen melden niettemin dat de opties voor zo'n nieuwe P&O Nedlloyd terminal nog volledig open zijn. Berndsen vroeg zich gisteren af: “Waarom zou onze eigen terminal niet op het terrein kunnen komen van ECT?” Voorlopig gaat ECT, Europa's grootste containeroverslagbedrijf, daar ook van uit. Het bedrijf beweert dat het project 2000-8 nog springlevend is. De wensen van Maersk en P&O Nedlloyd ten spijt.

Ook P&O Nedlloyd-directeur Rutger van Slobbe, verantwoordelijk voor de terminaloperaties bij de rederij, kan zich wel iets bij het optimisme van het overslagbedrijf voorstellen. “Bij ECT zitten de experts. Dus waarom zou je daar geen gebruik van maken?” Maar, waarschuwt hij tevens, “ experts zitten over de hele wereld. Je kunt overal goed personeel vandaan halen.”

De uitgangspunten van Van Slobbe en P&O Nedlloyd-bestuurslid Paul Bijvoets voor een eigen terminal zijn duidelijk. Zij willen hun eigen activiteiten strak onder controle hebben.

P&O Nedlloyd slaat nu jaarlijks op de Maasvlakte 280.000 containers over. Daarmee is Rotterdam een van de belangrijkste havens voor de rederij. Aan terminalkosten is ze alleen in Rotterdam al 80 miljoen gulden per jaar kwijt. Dat bedrag moet omlaag, vindt de Brits-Nederlandse onderneming.

Goedkopere containeroverslag is des te belangrijker nu P&O Nedlloyd verdere schaalvergroting nastreeft. In Japan wordt de laatste hand gelegd aan vier containerschepen, de grootste ter wereld, die de Brits-Nederlandse rederij dit jaar opgeleverd krijgt. Op 7 juli wordt in Rotterdam de eerste gedoopt. Daarnaast heeft ze zojuist bij twee werven in Duitsland vijf nieuwe mammoet-schepen besteld, elk met een capaciteit van 5000 twintigvoetcontainers. Een groot gedeelte van hun lading zal in Rotterdam terechtkomen.

Nedlloyd-voorzitter Berndsen staat vierkant achter de plannen voor schaalvergroting en kostenbesparing in de containervaart. Die levert Nedlloyd immers beduidend minder rendement op dan de sector Europees Transport en Distributie. Die divisie nadert inmiddels de door Berndsen geëiste 10 procent rendement op het geïnvesteerde vermogen.