Beelden Anthony Caro in National Gallery te zien

Caro at the National Gallery; Sculpture from painting, The National gallery, Trafalgar Square WC2, Londen. Dagelijks geopend tot 4 mei. Ma., di., do., vrij. en za geopend van 10 tot 18u., woe. van 10 tot 20u., zo. van 12 tot 18u. New Aspects of Anthony Caro, Annely Juda Fine Art, 23 Dering Street W1. Tot 18 april geopend. Maandag tot en met vrijdag van 10 tot 18u, za. van 10 tot 13u.

LONDEN, 19 MAART. De 73-jarige Anthony Caro is er als eerste levende beeldhouwer in geslaagd om het Britse bolwerk van de traditionele schilderkunst binnen te dringen. De National Gallery toont zes werken die geïnspireerd zijn op baanbrekende schilderijen van Giotto, Mantegna, Rembrandt, Goya, Matisse en Monet. Speciaal voor deze expositie heeft Caro drie sculpturen gemaakt die geënt zijn op De Stoel van Van Gogh.

De bekendste eigentijdse Britse beeldhouwer - leerling van Henry Moore, leraar van Richard Long, Gilbert & George en Tony Cragg - is zijn leven lang gefascineerd geweest door schilderkunst. Dat hij geen schilder geworden is, heeft hij ooit eens in een interview verklaard, kwam alleen omdat hij met twee dimensies niet uit de voeten kon. Bij zijn eerste eenmans-tentoonstelling in 1957 noemde hij als inspiratiebronnen De Kooning, Bacon en Dubuffet.

Kennismaking met schilders van de New York School leidde in 1959 tot een beslissende kentering in zijn carrière. Vanaf dat moment zou hij alleen nog maar abstracte beelden maken. Zoals hij op de video zegt die voor de tentoonstelling in de National Gallery gemaakt is: omdat hij de figuratieve kunst niet waarheidsgetrouw genoeg vond. Zijn leidslieden waren niet alleen abstracte Amerikaanse schilders als Robert Motherwell en Kenneth Noland maar ook kubisten als Picasso en Braque. Hij noemt zichzelf op de video “misschien wel de laatste kubist”.

Caro's eerste werk dat op een schilderij gebaseerd is, stamt uit 1970. De Marokkanen van Matisse had voor het sculptuur Garland als bron gediend. Anders dan Picasso bij zijn variaties op Manet, Velázquez en Delacroix voelt Caro niet de behoefte commentaar te leveren op het werk van zijn illustere voorgangers. Schilderijen die grote indruk op hem maakten, gebruikt hij slechts als uitgangspunt. Ze stellen hem in staat om voort te bouwen op traditie en tegelijkertijd vernieuwend te zijn.

Bij de meeste sculpturen in de National Gallery zou onmogelijk zijn vast te stellen welk schilderij als voorbeeld gediend heeft, als de bron niet werd genoemd. Overeenkomsten tussen het orgineel en Caro's versie vallen in het niet bij de verschillen. De Britse beeldhouwer heeft herhaaldelijk verklaard dat hij niet is geïnteresseerd in transponeren. Elk schilderij dat door Caro wordt herschapen, dient een ondoorgrondelijke metamorfose te ondergaan.

Aangrijpend is De afdaling van het kruis (naar Rembrandt), waarbij het kruis door twee t-balken wordt gevormd. De sculptuur roept associaties op met de elektrische stoel en de guillotine. Prominentste onderdeel is een steile glijbaan die onontkoombaar neerwaarts dwingt.

Caro's varianten op de De Stoel van Van Gogh zijn al even onrustbarend als het orgineel dat ook op de tentoonstelling is te zien. De vredige keukenstoel met rieten zitting is vervangen door een hunebed van klei waarin de beeldhouwer voor het bakken zijn zitvlak gedrukt heeft. De wijkende tegelvloer heeft plaats gemaakt voor een stalen raamwerk dat nauwelijks ruimte laat. Alles trekt en wringt in de nissen van Caro die even massief als claustrofobisch zijn. Een indrukwekkend eerbetoon van een grote beeldhouwer aan de schilderkunst.