Affaires kosten Clinton veel tijd

Terwijl president Clinton zich bezighoudt met het vredesproces voor Noord-Ierland en de uitbreiding van het ziekenfonds voor ouderen, stippelt hij ook persoonlijk de strategie uit waarmee het Witte Huis reageert op het gestaag groeiende seksschandaal.

SAN DIEGO, 19 MAART. Toen president Clinton vorig jaar op reis was in Europa, en in Den Haag de vijftigste verjaardag van het Marshall-plan bijwoonde, deed het Amerikaanse Hooggerechtshof een uitspraak met grote gevolgen voor zijn presidentschap. De opperrechters oordeelden dat het proces dat Paula Jones tegen hem heeft aangespannen niet uitgesteld hoefde te worden tot hij geen president meer is. Het argument van het Witte Huis dat de rechtszaak onverantwoord veel tijd en aandacht van de president zou opslokken, wezen ze beslist van de hand.

De rechtszaak van Jones begint pas op 27 mei. Maar de afgelopen twee maanden is al duidelijk geworden dat het proces, en de affaires die het heeft losgemaakt, een veel groter beslag op de tijd en aandacht van de president leggen dan de opperrechters voorzagen. De advocaten van Jones gingen op zoek naar een patroon van seksueel wangedrag bij Clinton: en zo brachten ze de affaire-Lewinsky aan het rollen en kwamen ze Kathleen Willey op het spoor.

Maar nu is het de president die stelt dat de schandalen hem niet van zijn werk houden. Hij doet zijn best om het Amerikaanse volk gerust te stellen dat de staatszaken niet lijden onder alle affaires. Clinton houdt zich intensief bezig met het vredesproces voor Noord-Ierland en met de uitbreiding van het ziekenfonds voor ouderen, zo luidt de boodschap van het Witte Huis. De media en de onafhankelijke aanklager mogen geobsedeerd zijn door de schandalen, de president waakt over het landsbelang.

Gisteren bleek echter dat Clinton zich wel degelijk ook intensief en in detail bemoeit met de manier waarop het Witte Huis op de schandalen reageert. Toen Kathleen Willey zondagavond op de televisie vertelde dat de president in 1993 geprobeerd had om zich in het Witte Huis aan haar op te dringen, zei Clinton dat hij niet naar het programma had gekeken. Maar James Carville, een informele politieke adviseur van de president, zei gisteren dat Clinton hem niettemin had opgebeld om advies over de vraag of hij de hartelijke brieven die Willey hem had geschreven, openbaar moest maken.

Met het vrijgeven van de brieven, maandag, heeft Clinton zich op glad ijs begeven. Het feit dat Willey hem een jaar na het vermeende incident nog schreef dat ze zijn “number one fan” was, die hem bovendien “iedere dag dankt voor uw hulp bij het redden van de prachtige staat” (waarin het land verkeert), deed zeker afbreuk aan de geloofwaardigheid van haar beschuldigingen. De warme toon van de brieven leek moeilijk te rijmen met Willey's verklaring op de televisie dat ze geschokt en woedend was over Clintons vermeende handtastelijkheden.

Maar door Willey's geloofwaardigheid in twijfel te trekken, deed Clinton ook afbreuk aan zijn eigen reputatie, vooral bij de vrouwenbeweging. Hij bediende zich immers van dezelfde tactiek waarmee conservatieve politici zeven jaar geleden Anita Hill aanvielen, toen Hill kandidaat-opperrechter Clarence Thomas van ongewenste intimiteiten beschuldigde. Hoe konden de aantijgingen van Hill nu waar zijn als ze nog jarenlang voor hem was blijven werken, luidde destijds het conservatieve argument. Geestverwanten van de president, onder anderen Clintons huidige directeur communicatie Ann Lewis, waren over die aanval op Hill destijds hoogst verontwaardigd. Nu noemt Lewis het gedrag van Willey zèlf “een contradictie”.

Maar commentatoren wijzen Clinton en de zijnen erop dat dergelijk gedrag van vrouwen misschien niet zozeer een contradictie is, als wel een kwestie van overleven en vooruitkomen in de wereld. “Vrouwen kunnen niet altijd een principieel standpunt innemen als mannen die macht over hen hebben te ver gaan”, schrijft columnist Maureen Dowd in The New York Times. “Vrouwen zijn niet gek: ze hebben geleerd de onbetamelijkheden van mannen uit de weg te gaan, en ze hebben ook geleerd er hun voordeel mee te doen.” Dat Clinton, ooit de favoriet van de vrouwenbeweging, nu op dit punt de les moet worden gelezen, moet pijnlijk zijn voor een groot deel van zijn achterban.

De betrouwbaarheid van Willey is de afgelopen dagen overigens niet alleen door het Witte Huis ondergraven. Een uitgever heeft verklaard dat hij door Willey was benaderd met een plan om een boek te schrijven, waarvoor ze een voorschot van 100.000 zou hebben gevraagd. Daarmee zou Willey een financieel motief hebben om haar beschuldigingen zo sensationeel mogelijk te maken. Verder blijkt dat Willey, toen Newsweek in augustus als eerste over het voorval met Clinton berichtte, tegen haar dochter heeft gezegd dat het artikel “een hoop vuiligheid” was. En een vriendin van Willey heeft onder ede verklaard dat Willey haar aangespoord heeft over de zaak te liegen. Met name moest de vriendin beweren dat Willey hevig ontdaan was toen ze haar meteen na het voorval in vertrouwen nam; in feite sprak ze er pas jaren later met de vriendin over.

De eerste opiniepeilingen na het televisie-optreden van Willey, suggereren dat nog altijd meer dan zestig procent van de Amerikanen vindt dat president Clinton zijn werk goed doet. Maar de helft van het publiek zegt ook zijn respect voor de president verloren te hebben. Wat daarvan de politieke gevolgen zijn, valt nog niet te overzien.

Aanklager Starr werkt gestaag door aan zijn strafrechtelijke onderzoek, dat zich niet in de eerste plaats lijkt te richten op het seksuele gedrag van de president, maar op de vraag of hij systematisch heeft gelogen, de rechtsgang heeft tegengewerkt en mensen heeft aangezet om meineed te plegen. De Republikeinse leider in het Huis van Afgevaardigden, Newt Gingrich, en zijn partijgenoot Henry Hyde, voorzitter van de Huis-commissie voor Justitie, kwamen gisteren overeen om een kleine commissie te benoemen die moet bekijken of de bevindingen van Starr ernstig genoeg zijn om eventueel een impeachment-procedure in gang te zetten. Het publiek mag aangeven genoeg van de schandalen te hebben, de juridische en politieke molens malen door.

    • Juurd Eijsvoogel