Voorstel rond BSE verworpen

BRUSSEL, 18 MAART. De raad van ministers van Landbouw van de Europese Unie heeft gisteren een voorstel van de Commissie verworpen voor maatregelen tegen 'specifieke risicomaterialen' in verband met de gekke-koeienziekte (BSE). Eind vorig jaar verwierp de raad ook al een voorstel op dit punt.

In het voorstel wordt onderscheid gemaakt tussen lidstaten die nog geen gevallen van BSE hebben gehad en landen waar dergelijke gevallen wel zijn geweest. Voor landen die wel gevallen van BSE hebben gehad zouden streng omschreven methoden voor de slacht en de vernietiging van runderen, schapen en geiten gaan gelden. Deze lidstaten kunnen vervolgens om een uitzonderingspositie vragen, maar zouden dan toch worden geconfronteerd met strenge regels voor de slacht en vernietiging van uitsluitend runderen. Of een land in aanmerking komt voor een uitzonderingspositie zou moeten worden beoordeeld door het Wetenschappelijk Comité van de Commissie. In landen die nog geen inheemse gevallen van BSE hebben gehad - Denemarken, Duitsland en Italië - zijn geen maatregelen nodig.

Volgens onder anderen minister Van Aartsen (Landbouw, Natuurbeheer en Visserij) zou een gevolg van dat nieuwe beleid zijn dat per lidstaat verschillende maatregelen gaan gelden en dat betekent een forse stap terug vergeleken met het eerdere voorstel. Dat eerdere voorstel werd in december verworpen omdat het niet voorzag in een oplossing voor geneesmiddelen, die geen gelatine of talg meer zouden mogen bevatten. Daardoor zou tachtig procent van alle medicijnen verboden worden. Een meerderheid van de raad noemde de maatregelen onoverzichtelijk en oncontroleerbaar.