Vermeend, verzin een list

Staatssecretaris Willem Vermeend (Financiën) is uitzonderlijk creatief. Zo bedacht hij een regeling om de eigen 'banken' (concernfinancieringsmaatschappijen) van grote multinationals uit de Nederlandse Antillen en andere belastingparadijzen naar Nederland terug te lokken.

Het resultaat van de regeling is nog betwist, maar hij is in elk geval origineel. Ook een andere vinding van Vermeend is uniek: om optiebezitters en andere vermogenden te dwingen een steentje aan de schatkist bij te dragen in plaats van zich als fiscale klaplopers te gedragen, bedacht Vermeend een nieuwe belasting: de vermogensrendementsheffing. Die bestaat nergens in de wereld en het is nog de vraag of die er in Nederland komt. Want hoewel bijvoorbeeld de ondernemersvereniging VNO-NCW er enthousiast over is, vinden anderen dat de vondst alleen past bij ontwikkelingslanden of thuishoort in de negentiende eeuw. Maar dat is kinnesinne; het idee is vernieuwend. Op kleinere schaal zijn de fiscale faciliteiten voor de dienstfiets een staaltje van ongeëvenaard Hollands vernuft.

Des te verbazender is het dat Vermeend een acuut gebrek aan creativiteit en durf vertoont zodra de elektronische snelweg in zicht komt of de euro aan de horizon verschijnt. Terreinen waarop het kabinet grote ambities heeft. Op de elektronische snelweg mikte Nederland aanvankelijk op een leidersrol in de wereld; nu moeten we alle zeilen bijzetten om niet uit de kopgroep te zakken. Weliswaar zijn in talrijke grote researchprojecten met wisselend resultaat honderden miljoenen gestopt, maar de maatschappelijke invulling blijft sterk achter. 'Tom Poes, verzin een list' - woorden waarmee in het kabinet soms de creativiteit van Vermeend wordt opgewekt. Maar op dit terrein tevergeefs.

Een kabinetsnota met 200 pagina's aan voorstellen en gedachten voor de aanpassing van de meest uiteenlopende wetten aan de elektronische tijd bevat een bijdrage van welgeteld drie bladzijden van Vermeend. Dan moeten we waarschijnlijk zoeken in de uitgebreide verkenning voor een belastingstelsel voor de 21ste eeuw. Dat is bij uitstek de plaats om de invloed van de elektronische revolutie te bespreken. Niets te vinden. Alles wat we hebben is een geruchtmakend Volkskrant-interview van mei vorig jaar waarin Vermeend aankondigde de Internet-economie te zullen aanpakken. Een erg defensieve opstelling, maar het leek tenminste op een visie. Die moeten we nu afleiden uit bijvoorbeeld het feit dat Vermeend nog onlangs tot voor de Hoge Raad vocht tegen een pionier in het zakelijk gebruiken van de huiscomputer. De staatssecretaris wilde de man zijn aftrekpost ontzeggen, maar de Hoge Raad oordeelde dat de bewindsman de computerpionier niet alleen onnodig streng, maar zelfs onrechtmatig aanpakte.

Ook ondernemers die hun programmatuur voor de euro geschikt moeten maken, hebben het niet met Vermeend getroffen. Op juridische argumenten verwerpt hij een dringende wens uit de Tweede Kamer om het bedrijfsleven de mogelijkheid te geven een belastingvrije reserve te vormen voor de overschakeling op de euro. Net zoiets als de stroppenpot van de banken. VNO-NCW vindt Vermeends juridische argumenten discutabel. Duidelijk is dat bedrijven allang een europotje hadden kunnen vormen als Vermeend zich daar echt voor had ingezet. “Bij een zo ingrijpende gebeurtenis als de overgang op een nieuw muntstelsel past ook op fiscaal terrein een tegemoetkomende houding en géén terughoudendheid”, aldus VNO-NCW. De organisatie becijfert dat het toestaan van zo'n euro-reserve de schatkist eenmalig 36 miljoen gulden kost en dat is een fractie van wat bij sommige bedrijven als ongerichte bedrijfssubsidies in een bodemloze put verdwijnt.

Nog meer te klagen hebben de producenten van elektronische informatie. Als zij hun producten op papier drukken en op de post doen, is de btw 7 procent. Bieden ze de informatie elektronisch aan, dan moeten ze in hun rekening 17,5 procent btw verwerken. Maar als ze van buiten Europa verzenden, hoeven ze helemaal geen btw te betalen. Zo'n situatie vraagt om een visie van de wetgever. Meebuigen met de onstuitbare ontwikkeling is daarbij eerder aan de orde dan het star vasthouden aan verouderde begrippen. Helaas doet Vermeend het laatste door de elektronische informatie op het tarief van 17,5 procent vast te pinnen. Zijn hoofdbezwaar tegen het fiscaal gelijktrekken van een elektronische en een papieren krant of boek is dat “er onvoldoende overeenkomst is tussen boeken en gedigitaliseerde informatie”. Toch is de informatie hetzelfde, alleen de toegankelijkheid is verbeterd. Een verbetering die fiscaal wordt afgestraft.

Misschien vreest Vermeend de mindere fiscale controlemogelijkheden op het elektronische verkeer. Zo'n angst is een slechte raadgever. Van een land dat een elektronische leiderspositie ambieert mogen innovatieve oplossingen worden verwacht, daar had Vermeend toch patent op? De komende eeuw daagt ons fiscale stelsel uit met een digitale revolutie. Met de hakken in het zand komen we er niet. Het is geen overbodige luxe dat de staatssecretaris inmiddels een adviesgroep heeft ingesteld om zich beter op het elektronische tijdperk te oriënteren.