Verklaring Vaticaan

Als individuele katholiek weiger ik boete te doen voor een schuld die ik niet heb. De dag voor zijn deportatie hadden we een joodse collega van mijn vader in huis die afscheid kwam nemen. Hij had kunnen blijven, maar zijn enige schuilplaats zou de kolenkast zijn geweest. Bovendien zou mijn vader, wanneer de man zou worden ontdekt, zijn weggevoerd terwijl in een gezin van acht kinderen gemakkelijk één zijn mond voorbij had kunnen praten.

Hij is zich gaan melden en zei ons: “Ik leef geen drie weken meer.” Inderdaad is hij binnen drie weken vermoord, hier in Nederland nog. Door wie, dat weten we niet.

De kerk mag zich afvragen in hoeverre ze de beminde gelovigen verkeerd heeft opgevoed. Een Duitse lerares vertelde me dat ze bij het bidden van de kruisweg één statie hadden, waar werd gezegd: “Laat ons bidden voor de perfide joden.” Dan moesten ze blijven staan. Bij alle andere staties moesten ze knielen.

Wij hoefden bij die bewuste statie niet te staan. Ons is altijd geleerd dat de joden met de uitroep “zijn bloed kome over ons en over onze kinderen” de vervolgingen over zich hadden afgeroepen.

Ik vind dat individuele katholieken, die onder hun vrienden joden hadden, maar hen helaas niet beter konden helpen, nu niet moeten boeten. Laat de kerk erkennen hoe dom en kortzichtig zij is geweest door de jodenvervolgingen voor te stellen als een straf voor Golgotha.