Verkiezingen Kosovo 'absurde komedie'

De Albanezen in Kosovo kiezen zondag een schaduw-president en een schaduw-parlement van hun schaduw-republiek. Maar de oppositie boycot de verkiezingen.

PRIINA, 17 MAART. Kosovo gaat zondag stemmen, maar veel keus hebben de kiezers niet. Vanochtend maakte de Democratische Liga van Kosovo (LDK) van Ibrahim Rugova, president van internationaal niet erkende Republiek Kosovo, dat er maar één kandidaat zal zijn voor het presidentschap: Rugova. De partijen die de oppermacht van de LDK konden bedreigen, doen niet mee.

Het wekte gezien de spanningen in Kosovo verbazing dat Rugova de verkiezingen laat doorgaan. Zijn LDK bleek gisteren niet in staat een kandidatenlijst te presenteren, vijf dagen voor de verkiezingen. De enige man die tegenwicht biedt aan Rugova, Adem Demaçi van de Parlementaire Partij voor Kosovo (PPK), ziet af van deelname. “Een campagne van vier dagen!”, briest hij. “Rugova wil een nieuw mandaat om een dialoog met de Serviërs te beginnen. Hij bereidt onze capitulatie voor. Ik werk daar niet aan mee.”

Gisteren hadden behalve de LDK alleen de Liberale Partij en een vleugel van de sociaal-democraten, de ex-communisten, zich ingeschreven. Volgens Gorani Dukagjin, journalist van de krant Koha Ditore, passen leden van de eerste partij net in een autobus en die van de tweede partij in een taxi. Vanochtend bleek de LDK erin te zijn geslaagd nog enkele splinterpartijen over te halen om zich in te schrijven. “Ik schaam me voor deze absurde komedie”, zegt Dukagjin.

Ibrahim Rugova heeft de verkiezingen voor het presidentschap en het 130 zetels tellende parlement al enkele malen uitgesteld, omdat de situatie in Kosovo te gespannen zou zijn. Nu de situatie werkelijk gespannen is, gaan ze wel door. Vanuit een piepklein gebouwtje in de schaduw van het voetbalstadion van Priina leidt Rugova de Republiek Kosovo, opgericht na een referendum onder de Albanezen. In 1992 kreeg zijn LDK bij de parlementsverkiezingen 78 procent van de stemmen en werd Rugova als enige kandidaat president met 99,7 procent. Zo'n resultaat zit ditmaal dus ook wel in.

Niet dat de Kosovo-Albanezen zo enthousiast zijn over de resultaten van acht jaar Rugova. Zijn politiek tegen de Servische staat bestaat uit geweldloos verzet en het oprichten van een parallelle staat, inclusief eigen belastingen, scholen en ziekenhuizen. Zijn geduldige politiek staat echter onder druk. Ook binnen de eigen LDK klinkt kritiek op Rugova's inertie. Zijn 'premier' Bukoshi zei in december dat de partij verlegen zit om “energieke mensen”. “God helpt alleen hen die zichzelf helpen.”

Veel heeft Rugova namelijk niet bereikt. Het Dayton-akkoord was een zware klap voor de Kosovo-Albanezen: het wijdt geen woord aan Kosovo. Het overleven van een moslim-staat in Bosnië tegenover een enorme militaire overmacht geeft de Albanezen anderzijds weer moed.

Sinds 1995 treedt het Bevrijdingsleger van Kosovo (UÇK) op de voorgrond, dat Kosovo met moordaanslagen op Servische agenten en Albanese 'collaborateurs' hoopt te bevrijden. Onder de Albanese jeugd vindt het UÇK grote weerklank - en 70 procent van de bevolking in jonger dan dertig. “We hebben geen hoop, dus zijn we niet meer bang voor een oorlog”, zegt de 19-jarige Adile, een studente. “Als ik afstudeer, is er in Kosovo geen werk. In het buitenland erkennen ze mijn diploma van de Republiek Kosovo niet. Geduld moeten we hebben, zegt Rugova. Ons geduld is op.”

Rugova's tegenstander Adem Demaçi stelt dat de 'president' met de verkiezingen een mandaat hoopt te krijgen om voor de Serviërs door de bocht te gaan. Door niet aan de verkiezen deel te nemen, hoopt Demaçi hem dat mandaat te ontzeggen. Demaçi en zijn PPK zetelen in een huis in de Straat van de Servische Stijders. Hij is moeilijk te vinden, omdat zijn medewerkers over de telefoon deze straatnaam weigeren uit te spreken. Demaçi, een luid pratende oude man, staat een veel agressievere politiek dan Rugova voor. “Als ik Rugova was, zou ik de mensen toespreken als ze een betoging hielden. Ik zou een campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid beginnen. Ik zou elke dag iets nieuws verzinnen. Zoals in Belgrado begin vorig jaar, elke dag een betoging. Elke dag, elke dag, elke dag.”

De Europese Unie kan zich volgens Demaçi beter buiten het conflict houden. “Binnen Europa zijn teveel stromingen en richtingen, de EU reageert te traag. Daar zal Servië misbruik van maken. We hebben geen trek om Bosnië achterna te gaan.” Demaçi ziet alleen een rol voor de Verenigde Staten. Zij moeten Servië sancties opleggen, troepen in Macedonië en Albanië legeren, de Zesde Vloot naar de Adriatische Zee laten opstomen en Servië bij de volgende actie in Kosovo onbarmhartig bombarderen. Voor het UÇK kan Demaçi veel begrip opbrengen: “Het enige terrorisme in Kosovo is het Servische staatsterrorisme. De mensen van het UÇK strijden voor hun huizen en familie, de vrijheid van Kosovo. Servië begrijpt alleen de taal van het geweld.”

Demaçi moet toegeven dat de druk van het Westen nu vooral op de Kosovo-Albanezen is gericht. Want hun taaie weigering om te praten met de Servische delegatie, die elke ochtend monter het regeringsgebouw van Priina binnenwandelt voor een 'open dialoog', begint irritatie te wekken. Demaçi moet voorlopig niets van een gesprek weten. Dat is een “dictaat”, een “gesprek tussen meester en slaaf”, die de Albenezen dwingt “zich neer te leggen bij de status van nationale minderheid binnen Servië”. Een vertrek van de politietroepen, een internationale bemiddelaar aan de onderhandelingstafel, alle opties, inclusief afscheiding, openhouden en een een neutrale plaats voor de gesprekken, dat zijn de eisen van Demaçi.

De uitslag van de verkiezingen komend weekeind zijn niet zo relevant. Het parlement komt niet bijeen. Besluiten worden genomen door een kleine groep mannen. En hoe sterk Rugova's positie daar nog is, daar leert de komende verkiezing niets over.