Verdachte verplegers verbaasd over hoge eisen

Voor het hof in Den Haag heeft het openbaar ministerie gisteren respectievelijk levenslang en tien jaar gevangenis geëist tegen twee verplegers. Hoofdverdachte André schudde bij ieder verwijt het hoofd, zijn zwager John leek zich vooral te ergeren.

DEN HAAG, 18 MAART. Moord en diefstal. Dat zijn de verdenkingen tegen twee Haagse verplegers. Hoofdverdachte André du M. zou vijf bejaarde dames uit de Haagse verzorgingsflat Waalsdorp hebben 'geholpen'. In zijn eigen woorden betekent dat “middelen geven die het stervensproces versnellen”. Het zou gaan om insuline, morfine en valium. Ook wordt hij verdacht van diefstal uit de luxeappartementen van verschillende bewoners van Waalsdorp. André wordt tevens verdacht van het medeplegen van moord op de hoogbejaarde Haagse miljonaire mevrouw Sloos-Fischer die in de nabijgelegen verzorgingsflat Clingendael woonde. André ontkent. Van dit laatste feit wordt ook zijn zwager John H. verdacht.

Het was immers John die kort voor haar dood met de bejaarde dame in het huwelijk trad. Om het geld, zo veel werd wel duidelijk tijdens de rechtszitting. Hij was de enige erfgename en zou na haar dood meer dan 3,5 miljoen gulden erven. Dat is op zichzelf overigens niet strafbaar. Het openbaar ministerie verwijt de verpleger echter met het handelen van André te hebben ingestemd. In ruil voor de helft van de erfenis had André de verzorging van mevrouw Sloos-Fischer op zich genomen.

Volgens procureur-generaal mr. J. Nuis hebben de twee verplegers in overleg de vrouw voedsel en vocht onthouden, haar te veel slaappillen gegeven en haar op een heimelijke manier de laatste eer bewezen. De procureur-generaal eiste daarom 10 jaar gevangenisstraf tegen John wegens medeplichtigheid. Ook hij ontkent.

De Haagse rechtbank veroordeelde in april vorig jaar André du M. tot levenslange gevangenisstraf. John H. kreeg acht jaar cel opgelegd. Beide verplegers, maar ook het OM, gingen tegen het vonnis in beroep. Du M. deed dat omdat hij ervan overtuigd is uit 'menselijkheid' te hebben gehandeld en niemand moedwillig van het leven te hebben beroofd. “Ik heb mensen in een uitzichtloze situatie geholpen, daar waar huisartsen het lieten afweten”, aldus zijn verklaring voor de rechtbank en later ook voor het hof. De behandeling van het hoger beroep begon op 5 januari van dit jaar. Op de derde zittingsdag verzocht de advocaat van John, mr. M. van Strien, haar cliënt in vrijheid te stellen. Diverse getuigen immers hadden verklaard dat de 94-jarige mevrouw Fischer (de dame heet dan niet langer Sloos-Fischer omdat zij met John H. in het huwelijk was getreden) niet per se door toedoen van de verplegers zou zijn overleden. Volkomen onverwachts werd toen het verzoek om John H. in vrijheid te stellen door het hof ingewilligd, omdat “er strafvorderlijk geen ernstige bezwaren meer waren die de gevangenhouding van H. noodzakelijk maakten”. Op de volgende zittingsdag betoogde de procureurgeneraal dat gevangenhouding van H. wel zinvol was. Hij presenteerde een nieuw onderzoek en hij las het vonnis van de rechtbank opnieuw voor, het vonnis dat de rechtbank over H. had uitgesproken. Ook wees hij op het afgetapte telefoongesprek waarop te horen is dat de twee verdachten hopen dat de politie niets te weten zal komen. Onduidelijk blijft in die telefoontap wat de politie dan te weten zou kunnen komen. Het hof bleef echter bij zijn standpunt verpleger John H. niet gevangen te houden.

Gisteren maakte John een geïrriteerde indruk, of zoals de pg zei: “De vreselijke spijt die verdachte eerder zei te hebben (...) heef inmiddels plaatsgemaakt voor de houding van een verontwaardigde erfgenaam.” John heeft aan de vrijheid geroken en ergerde zich gisteren zichtbaar aan de beschuldigingen die hem ten deel vielen.

Ook André schudde steeds zijn hoofd. Toen de diefstallen ter sprake kwamen, verscheen er een blik van onbegrip op zijn gezicht. Of heeft hij spijt? Hij heeft verscheidene diefstallen bekend, maar zoals de aanklager het verwoordt, klopt het volgens hem niet. Achteraf, zegt hij, heeft hij verkeerd gehandeld. “Ik had geen geschenken aan mogen nemen”, aldus een enigszins berouwvolle André. Geschenken? Pure diefstal, vervolgde de openbare aanklager. De gedragsregels voor de verpleging zijn overtreden, er is misbruik gebruik gemaakt van de macht die verplegers hebben in dergelijke situaties en er is geen enkel respect getoond voor hulpbehoevende bejaarden.

De verdediging van zowel André als John probeerde het hof ervan te overtuigen dat het bewijsmateriaal van de procureur-generaal heel mager was. Vooral de moord op mevrouw Fischer is volgens de raadslieden geenszins te bewijzen. Er zou zo veel onduidelijkheid en gerechtvaardigde twijfel zijn, dat op dit punt vrijspraak dient te volgen, aldus advocaat Van Strien. “En als er al een causaal verband bestaat tussen de toediening van slaaptabletten en de dood van mevrouw Fischer, dan is dat de verplegers niet te verwijten. Zij handelden immers op voorschrift van de huisarts.” Op de zitting verklaarde huisarts S. Zeilmaker dat hij inderdaad Dormicum-tabletten had voorgeschreven om mevrouw Fischer in een sluimerende toestand te houden. Zeilmaker: “Het recept is van mij. Dat is mijn handschrift. Ik heb een hoeveelheid tabletten Dormicum 15 mg afgegeven voor een periode van dertig dagen, één tablet 's avonds in te nemen. Wat mij betreft had het ook twee keer per dag gegeven mogen worden.”

André en John hebben meerdere tabletten toegediend. Hoeveel precies is niet te achterhalen. Zij beroepen zich ook steeds op het woord van de huisarts.

De als deskundige opgeroepen apotheker, professor D. Uges, kon het dan ook niet laten bij het hof op te merken: “Wat vreemd, dit recept is toch door een huisarts voorgeschreven? Wie staat hier dan, de huisarts of de verpleegkundige?”

De procureur-generaal vond die stelling te gemakkelijk. Hij vond ook dat verschillende getuige-deskundigen te veel beïnvloed waren door de verdediging.

Uitspraak over twee weken.