Van Kralingen doorbreekt codes van de Kleine Zaal

Concert: Miranda van Kralingen (sopraan) en Tan Crone (piano). Gehoord: 17/3 Kleine Zaal Concertgebouw Amsterdam.

Het debuut van de sopraan Miranda van Kralingen in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw resulteerde gisteravond in een recital dat uniek en origineel was, informeel en vooral ook erg theatraal. Van Kralingen, die in haar vroege jaren wat acteerde, pas laat haar zangstem ontdekte en nu vooral in Duitsland een succesvolle operacarrière heeft, is wars van de loodzware conventies op recitalgebied. Samen met pianiste Tan Crone doorbrak Van Kralingen al na het eerste nummer - Haydns Fidelity (1794) uit zijn Londense tijd - de code om alleen maar serieus te zingen en op zijn vroegst bij de toegift zich sprekend tot het publiek te richten.

Dit recital kreeg met deels geïmproviseerde toelichtingen de sfeer van het onopgeprikte zondagochtend-koffieconcert. “Ik dacht dat jij nu wat zou zeggen” - “O, ja. Poulenc schreef dit voor Denise Duval. Ze leeft nog, althans kort geleden nog.” Beschaafd gelach.

“Niet professioneel”, vonden de dames achter mij, maar het was wel heel verfrissend, uiteindelijk toch goed gedoseerd en gepresenteerd, maar even weinig streng bestudeerd als het hele optreden.

Van Kralingen is een echte actrice die in de suggestieve dictie van haar korte vertalingen van Poulencs cyclus La courte paille (1960) al vooruitliep op de superieure wijze waarop ze deze schetsjes op het podium brengt - 'zingen' is daarvoor een veel te beperkte term. Er is wel wat aangrijpenders en diepzinnigers gedaan op het podium van de Kleine Zaal met handenwringend gekweel in de bocht van de vleugel. Dit optreden was vooral anders, ontwapenend en onderhoudend.

Van Kralingen zingt frank en vrij, terwijl haar voorkomen ravissant is - een variatie op Baudelaire's slotwoorden van Duparcs lied L'Invitation au voyage: 'là, tout n'est qu'ordre, luxe, calme et volupté.' Haar hoogblonde krullen die voor de pauze rond haar gelaat kringelden, had ze daarna opgestoken - “een hele verbetering”, aldus de jaloerse dames achter mij.

Van Kralingen buit haar présence en natuurlijke acteerkunst maximaal uit. In Haydns The mermaid's song deed ze tijdens 'Follow, follow, follow me' een paar stapjes alsof ze een polonaise begon. En in Poulencs Ba, be, bi, bo, bu ... zag je de gelaarsde kat spelen en dansen en zingen. Zingen kan Van Kralingen ook echt en goed - vooral hoog en nòg hoger, totaal moeiteloos en ongeforceerd, zodat de klank zijn heldere en milde esthetiek bewaart. Aan raffinement en diepte in kleuring en frasering ontbreekt het zeker wel wat, zodat de broeierig-beschouwelijke laat-romantische stemmingen in Brahms-liederen als Geheimnis en Feldeinsamkeit niet werkelijk tot hun recht kwamen.

Miranda van Kralingen is op haar best als ze een personage kan spelen, zoals in de Haydn-liederen, die ze soms bracht alsof ze werden gezongen door Cherubino uit Mozarts Figaro, of als er een directe relatie is tussen tekst en uitbeelding, zoals in Brahms' Salamander. Bij de liederen die de zangeres Pauline Viardot maakte van mazurka's van Chopin is dat verband er veel minder, en die werden daarom uit de partituur gezongen, zoals ze uitlegde. Het klonk virtuoos en spectaculair, bijna alsof Paganini zong.

Bijzonder was ook de vertolking van de kort geleden ontdekte Romance de Mignon van Duparc op de door Victor Hugo vertaalde tekst van Goethe. 'Kennst du das land wo die Zitronen blühen' werd 'Le connais-tu ce radieux pays ou brille dans les branches l'or des fruits?' Van Kralingen deed hier maximaal recht aan de opgeschroefd-stralende tekst.

In de toegift - aangekondigd als 'Ik wil jou van Satie' - bracht Van Kralingen alle ervaring uit haar cabarettijd op het podium: daar stond in zwart broekpak een Franse versie van Marlène Dietrich, die onbeschaamd flirtte met het publiek en - aanschuivend op de pianokruk - rug aan rug Tan Crone opvree.