Op elk doek van Fang ligt gevaar op de loer

Tentoonstellingen: Fang Lijun, from Bejing to Amsterdam and back again. Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. T/m 13 april, dag. 11-17u. Fang Lijun, the Amsterdam paintings. Galerie Serieuze Zaken, Lauriergracht 96 I, Amsterdam. T/m 15 april, wo t/m za 12-18u.

Het grootste deel van zijn jeugd bracht de Chinese kunstenaar Fang Lijun (Handang, 1963) binnenshuis door. De Culturele Revolutie was in volle gang en Fangs familieleden werden gezien als kapitalistische grootgrondbezitters. Zijn vader vond het te gevaarlijk om hem buiten te laten spelen, omdat hij door de andere kinderen in elkaar geslagen werd. Dus kreeg Fang papier, potloden en tekenkrijt om zich bezig te houden. Zo werd de basis voor zijn kunstenaarschap gelegd.

Inmiddels is Fang Lijun uitgegroeid tot een van de kopstukken van de Chinese avant-gardekunst. Handelaren uit de hele wereld azen op zijn schilderijen die nu al meer dan honderdduizend per stuk gulden opleveren. Het afgelopen jaar werkte de Chinees in zijn atelier in de Rijksakademie in Amsterdam aan nieuwe schilderijen voor zijn tentoonstelling in het Stedelijk Museum. Een Amerikaans echtpaar bood hem tijdens de open dagen van de Rijksakademie een bedrag van een miljoen dollar voor alle schilderijen die hij in 1998 zou schilderen. Hij weigerde het aanbod.

Het handelsmerk van Fang Lijun is een kale, schreeuwende Chinese man, die over de hele wereld bekend is, sinds hij in 1995 voorop New York Times Magazine werd afgedrukt. De identiteitsloze Chinees, die in veel van Fangs schilderijen terugkeert, is niet bijzonder aantrekkelijk met zijn brede kaken, zijn korte voorhoofd en zijn wimperloze, dichtgeknepen ogen. Toch blijft hij, wanneer je hem eenmaal gezien hebt, hinderlijk op je netvlies branden. Het is niet duidelijk of hij gaapt, schreeuwt, lacht of huilt. Is hij een gevangene, een rebel, een skinhead of een monnik? Fang laat alle mogelijkheden open, en wellicht kunnen daarom zovelen zich in de figuur herkennen. Zijn open mond kan duiden op een roep om vrijheid, maar kan ook een verveelde gaap of een cynische schaterlach zijn.

Fangs grote, kleurrijke doeken hebben vaak een mysterieus, maar onheilspellend karakter. De uniforme figuren verwijzen naar het nog immer starre, totalitaire Chinese regime en de voortdurende angst van de bevolking. Ook in elk van Fangs recente schilderijen, die in het Stedelijk Museum te zien zijn, ligt het gevaar op de loer. Op het eerste gezicht lijken groepjes mensen onbekommerd te zwemmen in een oneindige plas water, maar vanuit de diepte doemen angstaanjagende wezens op: een immense haai, een zeemonster en een schim van een gezicht, tientallen malen groter dan de zwemmers.

Deze waterschilderijen behoren tot de beste op de tentoonstelling. In tegenstelling tot de knallende, felgekleurde doeken die we gewend zijn van Fang, zijn deze werken ingetogen en sereen. De waterpartijen zijn fabelachtig secuur geschilderd en strekken zich uit over het totale oppervlak van het doek. Soms is het water helderblauw met lichte rimpelingen veroorzaakt door de spartelende figuren, dan weer is de zee geschilderd als een groene vlakte waarboven een waterig zonnetje door de mist probeert te dringen.

De schilderijen van Fang Lijun getuigen van een heel eigen, unieke stijl. Er zijn slechts zijdelings verbanden te leggen met de impressionistische schilderijen van Monet, de magisch realistische werken van Pyke Koch of de zwembadschilderijen van David Hock- ney.

Verstoken van de invloed van Westerse kunstenaars heeft Fang Lijun in een klein dorpje honderd kilometer onder Peking zijn eigen kenmerkende stijl kunnen ontwikkelen. Een stijl die, wat betreft de fijne, hyperrealistische manier van schilderen nog het meeste doet denken aan de socialistische volkskunst die jarenlang werd voorgeschreven door Mao. Het is te hopen dat Fang Lijun, nu hij meedraait aan de top van de hedendaagse kunst en museumdirecteuren en kunsthandelaren aan alle kanten aan hem trekken, zich kan handhaven en zijn pure schilderstijl verder kan ontwikkelen.