Ontmanteling RTL-nieuws getuigt van kortzichtigheid

De directie van de HMG wil flink gaan bezuinigen op de nieuwsuitzendingen. Wie denkt dat hij op den duur televisiepubliek aan zich kan binden door goede nieuwsrubrieken te vervangen door goedkope rommel om zo de winst te vergroten, maakt een grote vergissing, aldus Raymond van den Boogaard.

De directie van de Holland Media Groep (HMG), die in Nederland de televisiezenders RTL4, RTL5 en Veronica drijft, heeft besloten zijn tot nu toe betrekkelijk serieuze en veelzijdige televisiejournaals om zeep te helpen. Niet omdat die journaals slecht zijn, of dat er te weinig mensen naar kijken, maar omdat HMG denkt dat de winst (naar verluidt tien miljoen in 1997) kan worden opgekrikt door het uitzenden van goedkoop geproduceerde rotzooi als nieuws. Dat trekt, is de redenering, misschien wel minder kijkers dan de huidige journaals die zich, bijvoorbeeld in hun buitenlandse berichtgeving, met die van de NOS kunnen meten. Maar de kostenbatenverhouding is beter.

HMG is een commerciële onderneming, die buiten last van de gemeenschap haar werk doet, en derhalve alle recht heeft naar eigen goeddunken inhoud te geven aan haar winststreven. HMG is in 1996 gevormd rondom RTL4 en RTL5, die destijds naar verluidt samen ten minste zeventig miljoen gulden per jaar winst maakten, en Veronica, dat van publiek commercieel werd. Het is geen geheim dat met name de Nederlandse investeerders zich zeer hebben verkeken op deze constellatie. Voor een deel is het geringe commerciële succes een gevolg van factoren gelegen buiten de eigen bedrijfsvoering: de komst van een vrij agressief opererende concurrent, SBS6, en afnemend vertrouwen bij adverteerders in het medium televisie.

Maar het contrast met de winstgevendheid van de eerdere constructie, waarin RTL4 en RTL5 in essentie waren opgezet en werden geleid door de Compagnie Luxembourgeoise de Télédiffusion (CLT), is te groot om niet tenminste de veronderstelling te opperen, dat de Nederlandse HMG-bestuurders op het gebied van televisie (en radio) misschien in kundigheid wat achterblijven bij hun Luxemburgse voorgangers. De helft van de Nederlandse televisie (in marktaandeel) in de schoot geworpen krijgen en dan jarenlang verlies, of maar een beetje winst maken - dat is een hele prestatie.

CLT (tegenwoordig CLT-UFA geheten) is een discreet opererende onderneming, die in talrijke Europese landen commerciële televisie en radiostations drijft. Veelal geschiedt dat in goed overleg met landelijke overheden, zoals bij Channel 5 in Engeland, dat uitzendt met een door de overheid verkochte zendlicentie en moet voldoen aan programmatische voorschriften van de Britse overheid, of RTL-TVI in Wallonië, waar afspraken bestaan ten aanzien van een batenverdeling met de Waalse publieke omroep.

CLT opereert voorzichtig: men wacht zich wel voor programmering die lokale krachten, politiek of maatschappelijk, tegen de haren instrijkt. Het ontstaan van de Nederlandse RTL-tak, aanvankelijk Véronique geheten, was in 1989 natuurlijk wel enigszins conflictueus. Omdat in Nederland de omroeppolitieke kongsi tussen Hilversum, CDA en PvdA kortzichtig vasthield aan een algeheel verbod op commerciële televisie, was er voor een ondernemer op dit gebied geen andere keuze dan Nederlandse wet- en regelgeving te omzeilen.

CLT heeft bij de programmering van Véronique en de latere RTL4 en RTL5 echter steeds gestreefd naar een relatief hoogwaardig televisieproduct, dat zoveel mogelijk een Nederlands karakter droeg en dat niet zou indruisen tegen lokale normen van goede smaak. De nu met opheffing bedreigde RTL-journaals, bijna stijver nog dan hun NOS-voorbeeld, vormden van deze strategie een goede illustratie.

Sinds echter HMG de touwtjes in handen heeft, is in de stijl van optreden veel veranderd. Het begon met de uitkleding van Veronica. Alles met enige inhoud, informatie of inventiviteit is geschrapt en daarvoor in de plaats kwamen en komen programma's die de denk- en gevoelswereld van de cultureel laagstontwikkelde en gedepriveerde lagen van de Nederlandse samenleving als uitgangspunt hebben.

Zoals een uitzending met Theo van Gogh, die er in een zogeheten datingshow in slaagde zo'n vijftig grove synoniemen voor het begrip 'homoseksuelen' te debiteren. Of een uitzending waarin seksuele frustraties in de bevolking worden uitgebuit terwille van kijkersvoyeurisme. Of de deze week voor het eerst vertoonde serie, waarvan de belevingswereld van de voetbalhooligan alfa en omega is. In zijn platheid is het huidige Veronica druk op weg een unicum in Europa te worden.

HMG wil dit soort programma's graag voorstellen als krasse staaltjes van onconventioneel televisiemaken. Maar dat zijn ze niet: daarvoor zijn ze te duidelijk voor een habbekrats gemaakt, te knullig van opzet en gespeend van originaliteit. Eerder is het zo dat HMG Veronica en, naar te vrezen valt, ook zijn andere commerciële televisiestations programmatisch in de ramsj heeft gedaan. Elke vorm van vakmanschap, originaliteit of inventiviteit is terzijde geschoven terwille van voor een appel en een ei gemaakte programma's op het laagste niveau.

Dat is ook te zien bij RTL4. De meest bekeken televisiezender van Nederland wordt inmiddels grotendeels gevuld met in het buitenland - zo te zien per kilo - ingekocht beeldmateriaal, dubieuze sponsorprogramma's en goedkoop gepraat van mensen die in betere tijden op RTL4 'sterren' waren, die groot opgezette amusementsprogramma's presenteerden. Verder lopen er nog wat stokoude programma's, want iets nieuws van betekenis wordt niet meer verzonnen. De opheffing van het huidige RTL-nieuws wekt in deze context nauwelijks verwondering.

Natuurlijk is dit van HMG een kortzichtig beleid. Op korte termijn is het best mogelijk dat de kostenbatenverhouding verbetert. Op langere termijn zijn onderinvestering en ramsj dodelijk voor een media-onderneming. Internationaal gezien wordt de televisie-industrie gekenmerkt door steeds hogere investeringen - niet alleen in geld, maar ook in vakmanschap en inventiviteit - terwille van steeds geringe marktaandelen. Het eigen product uitkleden, zoals HMG doet, betekent in feite dat men de strijd al gestreden acht. Wie denkt dat hij, in een steeds hoger opgeleide en welvarender samenleving, waarin bovendien steeds meer aanbod is aan elektronisch amusement in allerlei vormen, op langere duur publiek aan zich kan binden door het uitzenden van trash van de meest achterlijke soort, maakt een gevoelige vergissing.

Is het erg dat HMG zichzelf de das omdoet? Het is zeker een geschenk uit de hemel voor de publieke omroep, vooral als die voortgaat op de ingeslagen weg en wél bereid is tot inventiviteit en een publieksvriendelijkheid die recht doet aan de geëmancipeerde kijker van nu. De crisis bij HMG lijkt ook voordelig voor de bedrijvers van allerlei vormen van betaaltelevisie, die kunnen profiteren van de langzaam voortschrijdende afkeer van trash-tv, met name onder beter opgeleiden en meer koopkrachtigen.

Erg is het dus niet, hoogstens jammer. Als de Nederlandse wetgever in de jaren tachtig gewoon een concessie had verleend aan een commerciële omroep, zoals in andere landen is gebeurd, dan hadden we nu in Nederland een sterke commerciële televisie kunnen hebben die zich zou houden aan bepaalde standaarden voor informatie en cultuur, en waarvan de baten gedeeltelijk aan de Nederlandse schatkist of het publieke bestel hadden kunnen toekomen. In plaats daarvan hebben we een commerciële televisie die zijn stervensproces nog jaren zal rekken met het uitzenden van de meest ergerlijke rotzooi. De huidige kortzichtigheid van HML zal niet worden beloond.