Nationale Ombudsman M. Oosting; 'IND grootste klachtenleverancier'

Het gedaalde aantal klachten over de Immigratie- en Naturalisatiedienst stemt Nationale Ombudsman M. Oosting voorzichtig hoopvol. 'Ze zijn er zeker nog niet'.

DEN HAAG, 18 MAART. De Nationale Ombudsman, M. Oosting, zet zijn bril nog eens recht. Ja, hij is hoopvol gestemd over de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Het verzelfstandigd agentschap van het ministerie van justitie, dat hem de afgelopen jaren zo veel werk bezorgde, lijkt zijn achterstand in de behandeling van asielaanvragen in te halen. Maar hij wil niet te vroeg juichen - tenslotte is de dienst nog altijd de grootste klachtenleverancier. “Ze zijn er zeker nog niet.”

Vorig jaar heeft de Nationale Ombudsman 764 schriftelijke klachten ontvangen over de IND; 10,6 procent van de totale instroom van 7210 zaken. In 1996 kwamen er nog 1168 klachten over de dienst binnen. Dat was een forse stijging ten opzichte van 1995, toen de ombudsman 846 schriftelijke klachten over de IND ontving.

Soms klagen vluchtelingen over de afwijzing van hun asielaanvraag. Hen verwijst de Ombudsman door naar de rechter om beroep aan te tekenen. Vaker gaan de klachten over de lange wachttijden. Het kan anderhalf jaar duren voordat een ambtenaar van de IND uitsluitsel geeft over een asielaanvraag. De interventiemethode - waarbij de ombudsman rechtstreeks belt met een van de betrokken ambtenaren - helpt soms, meent Oosting. “Dan blijkt het dossier op een plek te liggen waar ze het even niet hadden gezien.”

De daling van het aantal klachten over de IND heeft twee oorzaken, meent Oosting. Ten eerste heeft de IND veel personeel aangenomen om de enorme achterstanden weg te werken. “Die inhaalslag werpt zijn vruchten af.” Ten tweede profiteert de IND van een daling van het aantal asielzoekers. Kwamen er drie jaar geleden 52.000 vluchtelingen binnen, vorig jaar waren dat er ruim 34.000. Al waarschuwt Oosting voor te veel optimisme. Want in het laatste kwartaal van vorig jaar is het aantal klachten bij de ombudsman over de IND weer toegenomen. En in diezelfde periode kreeg de IND te maken met een onverwacht groot aantal Koerdische en Afghaanse asielzoekers.

Ook in het buitenland laat de Nederlandse dienstverlening aan vreemdelingen wel eens te wensen over, meent de Ombudsman. Hij signaleert in zijn jaarrapport een “opvallende stijging” van het aantal klachten (totaal 21) over Nederlandse ambassades, met name over de lange onderzoeken naar de rechtsgeldigheid en legalisatie van buitenlandse documenten. Op een na betreffen de klachten Nederlandse ambassades in de Dominicaanse Republiek, Ghana, India, Nigeria en Pakistan.

Oosting: “Ik begrijp dat het moeilijk is. Stel, een Ghaneese vrouw wil trouwen met een Nederlander. Hoe toont ze op de ambassade in Ghana aan dat ze niet al is getrouwd?”. Toch, zegt Oosting, moeten de ambassades zich ook aan de wettelijk vastgelegde termijnen houden. En daar schort het aan. “Buitenlandse Zaken denkt soms dat die wetten alleen voor Nederlanders gelden. Dat is een misvatting. Ze gelden voor alle onderdelen van de Nederlandse overheid, ook als deze zijn gevestigd in het buitenland.”

Opvallend is de kritiek van de ombudsman op de honorair consul, naar aanleiding van een de klacht van een verkrachtte Nederlandse vrouw in Martinique. De honorair consul spande zich onvoldoende in en stond de vrouw niet te woord.

“Een dramatische gebeurtenis”, meent Oosting, die de klacht gegrond verklaarde.

“We hebben eerder klachten gehad over honoraire consuls. Buitenlandse Zaken heeft die mensen niet aan een touwtje. Het departement kan aan zijn eigen personeel hoge eisen stellen, bij de honorair consul ligt dit anders. Ik ben daar niet gerust op. Buitenlandse Zaken is niet gretig om klachten over de honorair consul door te spelen naar de man zelf. Ik kan dat soms begrijpen. Maar het is de vraag of dat ook te aanvaarden is.”