Machteloos Ajax de gevangene van zijn eigen cultuur

MOSKOU, 18 MAART. Spartak Moskou had zich in feite twee weken geleden al geplaatst voor de halve finales van het UEFA-Cuptoernooi. Het optimisme waarmee Ajax-coach Morten Olsen voor de return naar Moskou reisde bleek gisteravond even gekunsteld als misplaatst. Op de ontluisterende 3-1 nederlaag in de Arena volgde in het steenkoude Dinamo-stadion een zakelijke 1-0 zege voor Spartak, die door de Russen uitbundig werd gevierd.

Alleen in de schijnwereld van een ploeg die nog maar enkele jaren geleden het Europese voetbal regeerde, kon Ajax zich na zijn roemloze uitschakeling nog de sterkste wanen.

Mierzoet klonk de lofzang van Olsen op “die prachtige Russische voetbalschool” toen zijn winnende collega Oleg Romantsev naast hem zat. Dat was ook terecht, want zelfs met een potsierlijke ijsmuts op zijn hoofd danste Titov nog als een ballerina over het aardappelveld in Moskou. En net als in Amsterdam presenteerde spits Shirko zich als de koele afmaker in een linie die door de sierlijke middenvelders Ketsjinov en Alenitsjev zo kunstzinnig werd bediend. Als in een kopie van het eerste duel gunden de Russen gisteravond het meeste balbezit aan zijn veelal machteloze opponent en ook nu had Ajax geen antwoord op de welhaast griezelige efficiëntie in het spel van Spartak Moskou.

Merkwaardig was dan ook het bittere zelfbeklag van Olsen toen hij in kleine kring zijn hart luchtte. “Het is belachelijk dat Ajax hier heeft verloren”, mopperde de Deense trainer. “Over twee duels waren wij absoluut de beste.” Had Olsen het gevoel voor realiteit even verloren? Evenals zijn coach had ook Danny Blind de videobeelden van de wedstrijd in Amsterdam intensief bestudeerd. “En dan zie je dat die Russen in het eerste half uur slechts één doelpoging hebben ondernomen, een slap rollertje. Wij zijn uitgeschakeld door twee fouten die zelfs mijn zoontje van zeven jaar oud niet meer maakt. En ook in Moskou hebben wij de wedstrijd gedomineerd.”

Maar bij een temperatuur van ver onder het vriespunt was het overwicht van Ajax optisch bedrog. Slechts zelden kwamen de Russen werkelijk onder druk te staan en alleen met een roze bril op kon Olsen kansen opsommen die er nauwelijks waren geweest. Schoten van Dean Gorré, soms aardige acties van spits Shota Arveladze, maar ze verbleekten bij de kopbal van Shirko op de paal en de schitterende volley van Ketsjinov op de lat. Als Spartak massaal oprukte naar het doel van Edwin van der Sar was het ook meteen alarmfase 1 voor het kwetsbare Ajax, dat juist in de confrontaties met de Russische kampioen de gevangene was van zijn eigen cultuur.

Uren later - in het vliegtuig op weg naar huis - piekerde Ronald de Boer nog over de wijze waarop Ajax de geraffineerd spelende Russische ploeg had moeten bestrijden. En weerklonk daar niet de echo van het credo dat steevast door zijn leermeester Louis van Gaal werd gepredikt? “Het was weer hetzelfde liedje als in Amsterdam. Een verdedigend ingestelde ploeg als Spartak heeft het eenvoudiger dan wij. En met zulke goede voetballers voeren zij dat systeem ook heel doeltreffend uit. Wij bleven volharden in onze tactiek. Eigenlijk zou je dat overboord moeten gooien. Wij willen altijd op de helft van de tegenstander spelen, we hadden minder idealistisch moeten zijn en thuis een 0-0 moeten durven accepteren.”

De Boer had “een naar gevoel” overgehouden aan de eerste Europese duels met een Russisch elftal in de geschiedenis van Ajax. Net als Olsen meende De Boer dat Ajax niet van Spartak had behoren te verliezen. Maar leefde ook de dirigent op het middenveld niet in het verleden? Onbewust werd zijn gekleurde visie geschraagd door het benauwende gevoel dat het Ajax van drie jaar geleden de gebreken bij Spartak feilloos zou hebben aangetoond. “Maar Babangida of Van der Meyde is geen Finidi. En Laudrup is geen Overmars”, zei aanvoerder Blind. “Dit elftal bestaat uit artistieke voetballers met specifieke kwaliteiten.”

En met opvallende beperkingen die ook in Moskou pijnlijk duidelijk aan het licht kwamen. Laudrup kan nog toveren met een bal als de tegenstander RKC, NEC of Volendam heet. Maar verdedigen doet hij niet en een betere rechtsback dan Khlestov had de ruimte die hem werd geboden bij zijn aanvallende acties beter benut. De 18-jarige Andy van der Meyde kende minder plankenkoorts dan zaterdag tegen Volendam, maar zijn Europese debuut had op een beter moment kunnen plaatsvinden.

Ook op andere posities heeft Ajax spelers voor wie het rigide concept met drie aanvallers een te zware belasting vormt. De onzekere Sunday Oliseh is momenteel geen schim van de man die begin dit seizoen indruk maakte met fraaie rushes en snoeiharde schoten. De bijna chronisch geblesseerde Litmanen had als (te) late invaller geen invloed op de wedstrijd, terwijl juist van hem een mirakel werd verwacht. Mario Melchiot en invaller Tom Sier - voor de al na een half uur met een kuitblessure uitgevallen Frank de Boer - speelden in de mandekking en ook zij behoren niet tot de Europese top.

“Daar zitten wij nu net onder”, meende Ronald de Boer. “Maar wat is dan Europese top?”, vroeg Blind, uitdagend. “Is dat Bayern München of AC Milan? Of Manchester United, dat dertig jaar lang niets in de Europa Cup heeft gepresteerd? Ik speel nu twaalf jaar bij Ajax en ik heb tien jaar tenminste de kwartfinales van een Europees toernooi bereikt, dat is volgens mij Europese top. Het is begrijpelijk dat wij met een nieuw elftal op Europees niveau een stapje terug hebben gedaan.”

Juist de bewakers van het Ajax-systeem, zij die het gezicht en de identiteit van de club weerspiegelen, namen mokkend afscheid van het Europese podium. Met een zuur gezicht telde Ronald de Boer zijn zegeningen. “We staan in de Nederlandse competitie twaalf punten voor op PSV en we hebben de halve finales van de beker gehaald. Ik kan alleen maar tevreden zijn over dit seizoen.” Het klonk bijna als valse trots, want het zal Ajax immers te denken geven dat de ongenaakbare koploper in Nederland slechts een modale deelnemer in Europa was.

    • Robèrt Misset