Kwaliteit scholen wordt vergelijkbaar

AMSTERDAM, 18 MAART. Middelbare scholen worden vanaf september ingedeeld in categorieën opdat ouders de kwaliteit van scholen kunnen vergelijken. De categorieën variëren van probleemschool tot gewone school. Schoolleiders en een aantal Kamerleden voelen echter niets voor de nu voorgestelde indeling in categorieën.

De Onderwijsinspectie wil met deze indeling “onbillijke” vergelijkingen tussen scholen voorkomen. Zo zullen havo-afdelingen op 'achterstandsscholen' niet worden vergeleken met havo-afdelingen op gewone scholen en zelfstandige gymnasia - zonder 'achterstandsleerlingen' - uitsluitend met soortgelijke, zelfstandige gymnasia.

Dit blijkt uit het nog vertrouwelijke prototype van de zogeheten 'kwaliteitskaart', die de Onderwijsinspectie in september voor het eerst zal publiceren in opdracht van staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs). De kwaliteitskaart is haar antwoord op de landelijke ranglijst van middelbare scholen die het dagblad Trouw in oktober publiceerde.

Gisteren bekritiseerden schoolleiders het model dat de Hoofdinspecteur Voortgezet Onderwijs, H. Meijerink, presenteerde tijdens een nationaal congres van de vereniging van schoolleiders (VVO). Sommigen willen niet worden ingedeeld in “een categorie met het officiële etiket 'zwak' ”, zoals één rector het noemde, omdat ze daardoor leerlingen kunnen verliezen. Ze vragen zich af hoe ze ooit weer uit zo'n hokje komen.

De Tweede-Kamerleden Lambrechts (D66) en Cornielje (VVD) vinden de indeling “een slecht idee”. Cornielje zal morgen eisen dat Netelenbos het vergelijkingsmodel naar de Kamer stuurt. D66 en VVD willen dat álle scholen met elkaar worden vergeleken, met één maat.

Volgens Lambrechts krijgen “ouders anders geen objectieve informatie, maar het verhaal: 'voor een achterstandsschool doet deze school het goed'. Wat als later blijkt dat zo'n leerling nog steeds achterloopt op studenten van andere, 'goede' scholen?” Cornielje vindt het “stigma” voor achterstandsscholen “heel slecht”. “Er zijn achterstandsscholen die het goed doen - die moeten ook vergeleken worden met scholen die buiten hun hokje vallen.” Volgens hem kunnen ouders zelf een keuze maken en letten ze daarbij toch niet alleen op cijfers.

Pagina 2: Pedagogisch klimaat moeilijk te becijferen

De inspectie zal de scholen indelen op grond van gegevens over de omgeving van een school, het aantal schooltypes dat ze aanbieden, de denominatie en de sociaal-economische achtergrond van hun leerlingen. De Inspectie zal op grond van gegevens over de omgeving (stad of platteland) van een school, het aantal schooltypes (VBO tot VWO) dat ze aanbieden, de denominatie en de sociaal-economische achtergrond van hun leerlingen, de scholen indelen.

Het dagblad Trouw bemachtigde de gegevens van de Inspectie voor zijn ranglijst vorig jaar via de rechter. Na de grote belangstelling die ouders en scholen toonden voor die ranglijst, vroeg staatssecretaris Netelenbos de Inspectie een eigen vergelijkingsmodel te ontwerpen voor de te publiceren 'kwaliteitskaart'. “In een moderne democratie hebben ouders en belastingbetalers recht op de gegevens over scholen waarover de overheid beschikt”, zo motiveerde ze dat vorige week opnieuw.

Scholen, vakbonden en politici bekritiseerden Trouw omdat de onderwijssocioloog J. Dronkers voor de ranglijst rapportcijfers had toegekend aan alle schoolvestigingen, die op onduidelijke wijze waren berekend. Zo was onduidelijk of de verzachtende factor 'veel allochtonen' hetzelfde woog als de factor 'veel zittenblijvers'. Bovendien vond met het onterecht dat scholen worden beoordeeld op 'kille' cijfers zonder het welzijn van leerlingen op school in acht te nemen. Maar gegevens over het pedagogische klimaat op een school zijn moeilijk objectief te meten, zei Meijerink gisteren: “We zijn ons bewust van de beperkingen.” Toch onderscheidt het model van de Inspectie wel diverse 'kwaliteiten', zoals enerzijds eindexamencijfers en anderzijds extra schoolfaciliteiten.

Daarnaast is onbekend wat leerlingen al kunnen als zij beginnen aan de brugklas, waardoor de effectiviteit van de school (wat de school bereikt met een leerling) niet is te meten. De Inspectie verwacht de benodigde 'instroomgegevens' wel te hebben in 1999.

    • Frederiek Weeda