Kamer: meer hulp sanering schulden

DEN HAAG, 18 MAART. Particuliere hulporganisaties krijgen van de Tweede Kamer meer ruimte om mensen te helpen die in de schulden zitten. De bewindvoering in zaken waarin de rechter beslist over de schulden kan waarschijnlijk vanaf 1 oktober dit jaar namelijk door zowel de gemeentelijke kredietbanken (GKB's) als door particuliere 'schuldhulpinstanties' worden verricht.

Mensen met grote schulden kunnen vanaf dan via een rechterlijke uitspraak nog slechts voor een beperkte tijd aansprakelijk worden gesteld voor die schulden. De nieuwe regeling, een aanpassing op de Faillissementswet die al in 1995 door de Tweede Kamer was aangenomen maar vastliep in de Eerste Kamer, maakt het mogelijk dat de rechter een periode vaststelt waarin de schuldenaar zijn schulden zoveel mogelijk aflost.

Na die periode, die maximaal vijf jaar mag duren, zijn de schuldenaars niet meer aansprakelijk voor de eventuele overgebleven schulden. De rechter benoemt ook een bewindvoerder die hierop moet toezien. Dat kan één van de twintig daarvoor geschikt te maken GKB's zijn of een particuliere schuldhulpverlener. Tot nu toe was in de wet vastgelegd dat alleen de GKB's dat zouden mogen doen.

Naar verwachting gaat het om 12.000 schuldenaars per jaar. Het kabinet trekt voor de regeling een bedrag van 25 miljoen gulden uit: tien miljoen voor de advocatuur en vijftien miljoen voor de bewindvoering. De GKB's krijgen komend jaar al 1,4 miljoen om aanpassingen in de organisatie te bekostigen die noodzakelijk zijn voor de voorziene taakuitbreiding. De particuliere instanties krijgen geen geld. De rechter wijst pas een bewindvoerder aan als de schuldenaar er alles aan heeft gedaan om met zijn eisers een zogenoemde minnelijke schikking overeen te komen. Jaarlijks lossen ongeveer 30.000 schuldenaars hun problemen op dergelijke wijze op, meestal via een van de GKB's.

J. Cremers, directeur van de in december opgerichte branche-organisatie Integrale Schuldhulp en Bemiddeling voor particuliere schuldhulpverleners, is blij met de aanpassing van de wet, maar meent dat de GKB's nog steeds in een bevoorrechte positie zitten. “Wij kijken al tegen een achterstand aan en door de financiële impuls die het kabinet nu voor de GKB's afgeeft wordt die alleen maar groter”, aldus Cremers.