Hervormingen in Duitsland onontkoombaar

Wie een politiek in memoriam voor Helmut Kohl wil gaan schrijven, moet voorzichtig te werk gaan. De kanselier is geen John Major en de conservatieve partijen in Duitsland staan er heel anders voor dan de Britse Conservatieven een jaar geleden. Het herenigingsproces heeft, even afgezien van de kosten voor de Duitsers van nu, wellicht de onvermijdelijke machtserosie vertraagd en Kohl wat extra tijd gegund.

Maar ook aan de nawerking van wereldschokkende gebeurtenissen komt ooit een eind.

Met de zege van Gerhard Schröder in zijn deelstaat Nedersaksen lijkt te gaan gebeuren wat enkele maanden geleden nog als onmogelijk gold: Zijne Eeuwigheid, zoals fractievoorzitter Joschka Fischer van de Groenen in de Bondsdag de kanselier heeft betiteld, zal de politieke eeuwigheid wellicht toch niet beschoren zijn.

Het einde van het tijdperk-Kohl zou wel eens meer van symbolische dan van reële politieke of economische betekenis kunnen zijn. Dat is evenzeer een huldeblijk aan de grootheid van Kohl als aan de stabiliteit van het Duitse volk in deze tijd. Duitsland heeft vandaag Kohl niet nodig, zoals het jonge Duitse keizerrijk meer dan een eeuw geleden Bismarck nodig had als remmende factor en beheerste reus. Duitsland is een solide democratie, door zijn eigen verleden ingeënt tegen de ketterijen van de geschiedenis.

De eventuele machtsovername door Schröder, nu hij de deelstaatverkiezingen heeft hervormd tot een soort primaries naar Amerikaans model, betekent niet alleen een nederlaag van de kopstukken binnen de SPD maar ook een stap op weg naar modernisering, zo niet noodzakelijkerwijs democratisering van het Duitse politieke leven. Voor alles zou de machtsovername echter het aantreden van een nieuwe generatie politici inhouden. Dat zou ook het geval zijn wanneer Walter Schäuble kanselier zou worden.

Duitsland zal ná Kohl niet minder pro-Europees zijn, en ook niet arroganter, meer Duits, nationalistischer, meer naar binnen of naar buiten gekeerd, niet eens per se moderner. In diepste wezen zal een Duitsland zonder Kohl een Duitsland zijn dat voor het eerst in zijn recente geschiedenis zal worden geleid door iemand die geen reële persoonlijke, rechtstreekse en emotionele banden met de Tweede Wereldoorlog heeft. En dat betekent dat een land met te veel geschiedenis, een land waarvan het politieke centrum binnenkort opnieuw zal worden verlegd, terug naar Berlijn, onvermijdelijk geleid gaat worden door een man met een te korte herinnering, een man zonder verleden. Dat is meer dan een eenvoudige wisseling van generaties.

Helmut Kohl was en is een groot kanselier, omdat hij de overgang belichaamt van het verleden naar de toekomst van Duitsland. Juist omdat hij levende herinneringen bewaarde aan het leed en de verwoestingen van de oorlog, was de Europese gezindheid van de kanselier een zaak van persoonlijke overtuiging, en niet eenvoudigweg een dogma. In de woorden van een Franse historicus die korte tijd flirtte met het communisme: “Communisten geloven dat zij weten, gelovigen weten dat ze geloven.” Datzelfde verschil geldt voor de Europese gedachte. De kanselier was op dat punt jarenlang de beste pedagoog, door simpelweg herinneringen op te halen aan zijn kindertijd, zijn actieve dienst bij de brandweer, toen hij als jongen van dertien, veertien jaar de lijken opgroef in de nog smeulende as en het puin van de laatste bombardementen; door ook te zinspelen op de tragische, maar toch zo alledaagse geschiedenis van zijn eigen familie door twee wereldoorlogen heen, die elk een zware tol eisten.

De onwaarschijnlijke maar zeer echte vriendschap die groeide tussen François Mitterrand en Helmut Kohl, tussen de geraffineerde, bereisde en in hoge mate cynische Franse president en de meer provinciale maar serieuzere Duitse kanselier, is eigenlijk ontstaan uit hun gemeenschappelijke fascinatie voor en bespiegelingen over hun ervaringen en herinneringen uit de oorlog. Het spreekt vanzelf dat de kanselier, als volleerd politicus, zijn eigen emoties voor directe politieke doeleinden gebruikte, maar dat doet geenszins afbreuk aan zijn vermogen het verleden bij het heden te betrekken. Kohls cruciale rol is geweest dat hij de nadruk legde op een meer pedagogische functie van de politiek, uitgaande van het geloof dat men als politicus de verantwoordelijkheid en de plicht heeft de bevolking te onderwijzen, haar voor te gaan in de richting die men nodig en juist acht voor haar toekomst.

Waar het uiteindelijk om draait is deze vraag: wie zal beter in staat zijn Duitsland de noodzakelijkerwijs impopulaire hervormingen op te leggen die nodig zijn voor een samenleving die boven haar stand leeft. Het antwoord op deze vraag is allerminst gemakkelijk te geven. De één, kanselier Kohl, zal een metamorfose moeten ondergaan, de ander, Schröder, moet besluiten wie hij is. Gerhard Schröder kan dan een campagne voeren à la Clinton en zichzelf vergelijken met Blair. Maar net als Frankrijk, en anders dan Groot-Brittannië, heeft Duitsland geen mevrouw Thatcher gekend. Wie de volgende kanselier ook zal zijn, hij komt onvermijdelijk voor de taak te staan maatschappelijke hervormingen door te voeren.