Eenvoudige film bezorgt Imamura Gouden Palm

Unagi (The Eel). Regie: Shohei Imamura. Met: Koji Yakusho, Misa Shimizu, Fujio Tsuneta, Mitsuko Baisho. In: Rialto en The Movies, Amsterdam; Lantaren/Venster, Rotterdam; 't Hoogt, Utrecht; Cinemariënburg, Nijmegen; Haags Filmhuis.

Unagi van de Japanse meester Shohei Imamura is een film die in twee delen uiteenvalt. Het eerste deel duurt kort en het tweede lang en al tijdens het kijken wrikt het tussen die twee. In de eerste vijf minuten gaat de kantoorklerk Yamashita 's nachts uit vissen, zoals hij al jaren gewoon is. Zijn vrouw geeft hem voedsel mee. Als hij vroeger dan gebruikelijk terugkomt, vindt hij haar met een ander in bed. Anonieme brieven hadden hem al op dit overspel voorbereid. Yamashita pakt een bijl en vermoordt eerst de minnaar en dan zijn vrouw. Bebloed stapt hij op de fiets en rijdt naar het politiebureau.

Het tweede deel begint als Yamashita uit de gevangenis ontslagen wordt en aan de rand van een klein dorp een kapperszaak begint. Iedereen is aardig tegen Yamashita, van de boeddhistische priester die als zijn reclasseringsambtenaar fungeert tot de schaarse dorpsbewoners die zijn zaak bezoeken. Yamashita is alleen aardig tegen de paling die in de gevangenis zijn huisdier is geworden. Van mensen heeft de moordenaar genoeg.

Unagi is de eerste film van de inmiddels 75-jarige Imamura sinds Black Rain (1989) en de tweede film waarvoor hij, na The Ballad of Nayarama (1983), een Gouden Palm won op het Filmfestival van Cannes. Die film zat vol veelbetekenende visuele rijmen en contrasten. Imamura liet bijvoorbeeld een man en een vrouw ruw neuken tussen de bomen en stelt dan scherp op een kwinkelerend vogeltje op de voorgrond. Unagi oogt eenvoudiger. Verdwenen is de uitgebouwde diersymboliek (op de paling na) en de spectaculaire besneeuwde bergen zijn vervangen door een kalme rivier omzoomd door grasland.

Ook het verhaal van Unagi lijkt eenvoudiger. In Narayama ging het om een gruwelijk ritueel uit het verleden dat voorschrijft dat oude boeren en boerinnen door hun kinderen op een berg worden achtergelaten om te sterven. In Unagi gaat het om een man die in de maatschappij terugkeert nadat hij een dubbele moord heeft gepleegd. Toch is Unagi de film om van wakker te liggen. Want Yamashita krijgt van Imamura een tweede kans op geluk, en vanaf dat moment dwingt de regisseur je om uit dit specifieke verhaal een algemene moraal te halen. Niet alleen Yamashita, maar ook de kijker moet met de dubbele moord in het reine komen, en Imamura waakt ervoor die twee samen te laten vallen. Sommige gevoelens en sommig gedrag worden veel sneller afgehandeld dan andere, waardoor Imamura een wig drijft tussen de ervaringen van de hoofdpersoon en de verwachtingen van de kijker. Berouw en verdriet krijg je bijvoorbeeld niet te zien en daardoor in deze film ook nauwelijks te voelen. Praten tegen een paling wordt niet ontroerend; praten over een paling werkt niet verhelderend.

Yamashita wordt gelouterd door het liefste meisje van de wereld van zelfmoord te redden. Verschrikkelijk vrolijk vrouwelijk is daarna deze Keiko, die de kapperszaak waar ze na haar redding gaat werken met een leuk geschikt vaasje bloemen en lekkere hapjes voor alle bezoekers tot het gezelligste trefpunt van de buurt maakt. Ook het hart van Yamashita wil ze opfleuren - 's nachts staat ze klaar op de brug om hem een maaltje aan te reiken, en als ze wist wat hij gedaan had, zou ze hem vast vergeven.

Deze sentimentaliteit wordt weer doorbroken door een paar lollige bijrollen - een van de kappersklanten probeert buitenaardse wezens bij de rivier te laten landen - en een subplot over Keiko's verleden, waarin geld en gangsters een rol spelen. Steeds absurder en mysterieuzer wordt Imamura's film in de tweede helft. Het kan het realisme van de eerste vijf minuten niet doen vergeten.