'Duurzame energie kan sneller worden ingezet'

NUON, het energiedistributiebedrijf voor Gelderland, Flevoland en Friesland, is koploper in Nederland met duurzame energie. Annemarie Goedmakers, directeur duurzame energie: “Het tempo kan in heel Nederland veel hoger. Het volgende kabinet heeft een staatssecretaris voor energie nodig.”

ARNHEM, 18 MAART. Zonder een flinke impuls van de overheid zal het niet lukken om duurzame energie in Nederland een snellere opmars te laten maken en dat is nodig om het milieu beter te beschermen, vindt dr. Annemarie Goedmakers. Sinds twee jaar is ze directeur Duurzame Energie bij NUON, het energiebedrijf voor Gelderland, Flevoland en Friesland.

NUON is wat duurzame energie betreft landelijk koploper. Het jaarverslag dat vandaag uitkwam en aan koningin Beatrix is aangeboden die met minister Wijers op werkbezoek was bij NUON, vermeldt een aandeel van 2,5 procent 'duurzaam' (zon, wind, waterkracht, aardwarmte, stortgas) op het totaal. Dat moet in het jaar 2000 5 procent worden, 2 procent hoger dan de landelijke doelstelling van de energiebedrijven. In 2010 wil NUON 10 procent halen, een doel dat minister Wijers (Economische Zaken) pas in 2020 voor het hele land heeft gesteld.

“Wijers heeft al veel voorbereid, maar het schort nog aan de uitvoering. En ik vind die 10 procent in 2020 (17 procent van de elektriciteitsopwekking) wel erg laag. Er is veel meer mogelijk. Neem bijvoorbeeld het trage tempo waarin we windmolens plaatsen. Vorig jaar is er in Nederland slechts 25 megawatt bijgebouwd, waarvan ruim 16 MW in het NUON-gebied. Zo haal je de landelijke doelstelling van 1.000 MW in het jaar 2000 nooit.”

Goedmakers vindt dat Economische Zaken “er veel harder aan moet trekken”. “Er moet een duidelijk actieprogramma komen. Het is vooral een kwestie van ruimtelijke ordening. De procedures moeten gestroomlijnd worden. De ambtenaren van EZ weten dat, maar ze verschuilen zich achter het ministerie van VROM en het volgende kabinet. Ook bij andere duurzame energiebronnen staan wetten en bezwaren (van onder andere de milieubeweging) tussen droom en daad. Het volgende kabinet heeft een staatssecretaris voor energie nodig om er echt vaart achter te zetten.”

De financiële mogelijkheden voor het plaatsen van windmolens door particulieren - vooral van belang voor landbouwbedrijven - zijn gelukkig verbeterd, stelt ze vast. “Dat zal zeker helpen. Alleen al in Flevoland heb je 2.000 boerenbedrijven en plenty ruimte. Als de helft daarvan de komende twee jaar een windmolen plaatst, haal je de doelstelling in 2000 al. Je zou ook de 600 gemeenten in Nederland moeten stimuleren om waar enigszins mogelijk - bijvoorbeeld op een industrieterrein - een locatie voor een of meer molens aan te wijzen.”

Op de korte termijn zal Nederland het vooral van kleinschaligheid moeten hebben, verwacht Goedmakers, “want even snel een paar grote plekken verzinnen voor complete windparken zoals wij er nu een paar hebben aangelegd, dat is lastiger. Die locaties zijn er overigens wel: de Afsluitdijk, de dijk Enkhuizen-Lelystad, delen van de Friese kust en ook in Groningen, Noord-Holland en Zeeland kan er nog veel meer. Ook de kuststrook langs de Wieringermeer en de Maasvlakte zijn geschikt.”

Goedmakers wijst op de 8.000 kilometer hoogspanningslijnen die Nederland rijk is. “Op elke kilometer staan enkele grote masten, daar windt niemand zich over op, maar wel over die ruim 1.000 windmolens die we nu hebben. De vogelsterfte bij hoogspanningsmasten en -lijnen is een factor 10 hoger dan bij windmolens.”

Ook wat zonne-energie betreft blijft er volgens haar veel potentieel onbenut omdat het prijsverschil met elektriciteit die met aardgas of kolen wordt opgewekt, nog groot is.

“Er valt veertig maal zoveel zon op Nederland als we aan energie gebruiken. Het gebruik van zonnewarmte door de plaatsing van zonnecollectoren en -boilers neemt toe omdat die investering zichzelf terugverdient. Maar stroomopwekking met zonnecellen is nog erg duur. Door verruiming van de markt en productie op grotere schaal worden de cellen goedkoper. Dat proberen wij door onze 'Natuurstroom' aan de man te brengen. We hebben nu 4.400 klanten - op het totaal van 1 miljoen - die dit product afnemen. Het aantal huishoudelijke klanten voor Natuurstroom is vorig jaar verdubbeld, het aantal zakelijke klanten verviervoudigd.”

NUON investeerde in 1996 33 miljoen gulden in windmolens en zonnecentrales die Natuurstroom opwekken. Vorig jaar was dat 15,5 miljoen en dit jaar verwacht Goedmakers dat het bedrag door een paar grote projecten oploopt tot 40 miljoen.

“Door het slim aan te pakken kun je enorme investeringen genereren. Natuurstroom is per kilowattuur 7 cent duurder dan 'conventionele' stroom. Op basis van de contracten met onze klanten doen we elk jaar voor het bedrag van de verwachte opbrengst nieuwe investeringen in duurzame stroomopwekking. Oorspronkelijk hadden we dit systeem alleen voor huishoudelijke klanten opgezet, maar al gauw bleek er op de zakelijke markt zeker zoveel interesse te bestaan.”

Annemarie Goedmakers denkt met minister Wijers dat de 'ecotax' (Regulerende energiebelasting - REB) in de geliberaliseerde energiemarkt het beste instrument is om duurzame energie te stimuleren. “Klanten die Natuurstroom kopen, betalen die belasting niet. Dat betekent een premie van 3 cent per kilowattuur. Als je de REB verdubbelt zoals het kabinet voorstelt in het Nationaal Milieubeleidsplan-3 dan wordt dat 6 cent en dan heb je het verschil met 'conventionele' elektriciteit al bijna overbrugd.”