Deviezenreserve loopt verder terug

AMSTERDAM, 18 MAART. De geldmarktrentes kwamen de afgelopen verslagweek in het geheel niet van hun plaats. Alleen 'aan de lange kant van de curve' was enige beweging te bespeuren: in navolging van een geringe daling van de kapitaalmarktrente daalde het 12-maands interbancaire geldmarkttarief met 4 basispunten naar 3,70 procent.

Voor de serene rust in de geldmarkt lijken twee oorzaken te bestaan. In de eerste plaats verwachten de financiële markten geen renteverhogingen van de Duitse (en dus Nederlandse) centrale bank meer, nu het economische herstel in Duitsland vooralsnog beperkt blijft en de inflatiedreiging gering is.

De huidige rust hangt tevens samen met het verloop van de kasreserveperiode, die nu voor ruim de helft verstreken is. Pas tegen het einde, op 27 maart aanstaande, is weer enige beweging te verwachten; vooral in de daggeldrente.

In de laatste dagen van de kasreserveperiode stellen banken namelijk alles in het werk om 'precies uit te komen' op hun kasreserverekening. Tezamen moeten de banken, tussen 27 februari en 27 maart, immers gemiddeld ruim 5 miljard gulden bij De Nederlandsche Bank aanhouden. Blijkt op de laatste dag van de kasreserveperiode dat zij meer dan het gemiddeld noodzakelijke bedrag hebben aangehouden, dan ontvangen zij over dit meerdere geen rentevergoeding.

Het saldo op de kasreserverekening daalde afgelopen verslagweek met 310 miljoen gulden ondanks de ruimere speciale belening (plus 64 miljoen gulden) en de afname van de bankbiljetten in omloop met 181 miljoen gulden.

De oorzaak van de verkrapping lag bij een buitenlandse centrale bank die een guldenslening heeft geëmitteerd. De storting daarop ging ten koste van de kaspositie van het Nederlandse bankwezen. De buitenlandse centrale bank verkocht de guldens (circa 580 miljoen gulden) vervolgens aan De Nederlandsche Bank, in ruil voor vreemde valuta.

Overigens is de voorraad buitelandse geldsoorten ook afgenomen doordat de dollar licht verzwakte. Daarentegen heeft De Nederlandsche Bank trekkingsrechten op het Internationaal Monetaire Fonds verkocht aan en andere centrale bank, hetgeen de voorraad buitenlandse geldsoorten weer enigszins deed toenemen (188 miljoen gulden). Deze laatste twee mutaties zijn echter geldmarktneutraal.

Per saldo daalde de post 'vorderingen en waardepapieren in buitenlandse geldsoorten' uiteindelijk met 481 miljoen gulden.

Bron: ING Economisch Bureau