Denkend aan rond Nederland

Je wist het al van tevoren, zo denk je achteraf te weten. Je loopt in Twente, met het boekje 'Twentepad' op zak van de Stichting Lange-Afstand-Wandelpaden. Daarin schreef Steven van Schuppen in 1996 over de 'Cirkels van Jannink'. Dat waren graancirkels, maar ditmaal niet van buitenaardse wezens.

De Enschedese textielfabrikanten Jannink lieten hier, op de Manderheide tegen de Duitse grens, eind jaren twintig twee cirkelvormige stukken grond in cultuur brengen. Die ronde vorm was naar Amerikaans voorbeeld gekozen, vanuit de gedachte dat ploegen en maaien in een spiraal keren overbodig zou maken.

De cirkels van Jannink zijn nu in handen van het Overijssels Landschap. “Laten we hopen”, zo schrijft Steven van Schuppen, “dat deze natuurbeheerder dit alleraardigste landschapshistorische curiosum met het nodige creatieve respect weet te behandelen en de dwanggedachte zal weten te weerstaan om het landschap dogmatisch terug te schoffelen tot 'oer-heide'.”

Op de kaart zien de cirkels, wit weergegeven in een groen landschap, er boeiend uit. Als witte ballen liggen ze tegen de Duitse grens aangerold. Hoe zou Nederland er uitzien als die aanpak landelijk was toegepast? Landschap en natuur zouden beter af zijn - aan elkaar grenzende cirkels laten nu eenmaal meer ruimte vrij voor wilde ontwikkelingen dan rechthoeken. In de cirkelende akkergroeven zouden kleine dieren zich op hun gemak voelen, meer dan in die rechte voren die aan twee kanten open zijn. Zelfs een maïsveld zou in plaats van de recht-toe-recht-aan lelijkheid bolvormige weelde kunnen lijken. En zouden Nederlanders zelf minder rechtlijnig denken? Zou je linksdraaiende en rechtsdraaiende boeren krijgen?

Op de heide worden we afgeleid door een wulp, die jodelend door de lucht trekt. De heide zelf ligt er doods en kleurloos bij. Het enige kleuraccent komt van een graafmachine verderop. Die staat verrassend dicht bij waar de cirkels moeten zijn waar we nu naar uitkijken. Sterker nog, hij staat erop. Op de oostelijke. Die is al afgegraven. En de westelijke, zo blijkt nu uit de grote hoop aarde in de verte, ook. Hoera! Hier komt heide!

De rest van de Manderheide is al heide. Die heide is hier en daar afgeplagd te zien aan de vuilwitte littekens van kaal zand. Mensen houden van heide, maar heide zelf houdt niet van heide. Heide vergrast en heide verbost. Waar in Nederland ruimte voor natuur vrijkomt, moet die grond 'arm' zijn: karig en uitgemergeld. Pas als iedere voedingsstof ontbreekt, geven we grond terug aan natuur. En als ze er nog inzitten, halen we ze eruit. Voor het gemak halen we dan maar de hele bovenlaag weg, zoals bij de twee cirkelvormige stukjes Twente. Natuurbeheerders zijn schraperig.

Verderop in Twente blijkt dat het ook voor de boeren al voorjaar is. Land, water en lucht zijn vergeven van gier, oude weilanden worden door mestinjectoren doorsneden en geperforeerd. De mest van de bio-industrie wordt niet meer onder het tapijt geveegd, maar in het weiland gespoten. En een oude, cirkelvormige akker, die graven we af. Want we beschermen de natuur.

J.G. ten Hoopen van de Afdeling Beheer en Planning van het Overijssels Landschap bevestigt desgevraagd dat de cirkels worden omgevormd. Vindt hij het niet jammer dat die historische grond verdwijnt? “Nou, zo historisch is die grond niet, hoor. Je hebt het over het begin van deze eeuw. Wij richten ons op het landschap dat vanaf achthonderd na Christus ontstaan is, het werkelijk oude cultuurlandschap. Eigenlijk mag je het zo niet zeggen, maar die cirkels waren toch een gril.”

Wel een boeiende gril, vindt ook Ten Hoopen. Er is wel degelijk jarenlang geoogst, beaamt hij enthousiast. “Daar zijn prachtige verhalen over. Over het personeel van de fabriek dat dan kwam helpen op het land. Of over Gerhard Jannink, die met zijn dubbeldekker over kwam vliegen om te zien hoe zijn cirkels ervoor stonden. Er is vele jaren vooral rogge geoogst, later ook wel maïs. Maar de grond bleek toch te moeilijk en te droog.”

Als je die grond toch per se armer wilt hebben, waarom dan niet enige jaren zonder bemesting gulzige gewassen geteeld? Dat duurt te lang, aldus Ten Hoopen. “We waren daar aan begonnen, met maïs, maar dat bleek ten minste 25 jaar te duren. Dus hebben we gekozen voor verschraling in één keer. We streven naar schraal land met een heide-achtige vegetatie, die onder meer boomleeuweriken moet trekken.”

Doet het Overijssels Landschap wat om iets van de cirkels te bewaren - al was het maar voor de vorm? 'Jazeker. Die cirkels blijven nog generaties lang zichtbaar. Het blijven open stukken land, met beperkte begroeiing.'' En wie weet - als je daar door de oogharen naar kijkt, kun je er een cirkelend dubbeldekkertje boven zien, bestuurd door een textielbaron die graag boer was.

    • Frans van der Helm