De terugkeer van de generaals

Militaire dictaturen zijn in Latijns Amerika al bijna tien jaar passé. Inmiddels is echter een opmerkelijke terugkeer te zien van militairen in de politiek. “De generaals varen op de frustratie over de schrijnende onveiligheid.”

MEXICO-STAD, 18 MAART. Glimlachend liet de Chileense generaal Pinochet zich afgelopen woensdag beëdigen in de politieke functie die hij voor zichzelf had gecreëerd: senator voor het leven. Buiten sloeg de politie in op de demonstranten die eraan wilden herinneren dat Pinochet een moordenaar is. Zeventien jaar stond hij aan het hoofd van een militaire dictatuur waarbij duizenden mensen werden gevangengezet, gemarteld en in massagraven gegooid.

Traangaswolken dreven het parlement binnen, terwijl tientallen senatoren de dictator confronteerden met foto's van zijn slachtoffers. Maar Pinochet bleef glimlachen. Zeker van zijn gelijk. En zeker van de macht die hij als senator nog steeds over Chili kan uitoefenen. “Ik heb geen enkel protest gezien”, zei de generaal toen hij na zijn eed het parlementsgebouw uitstapte waarop een levensgroot spandoek tegen hem wapperde.

De scène symboliseert het feit dat de overgang naar een echte democratie in Chili nog steeds niet voltooid is. Hoewel er al acht jaar een gekozen burgerregering is, controleert het leger nog steeds grote delen van de staat. Het hooggerechtshof, de nationale veiligheidsraad en een deel van de senaat worden bemand door militairen die direct door het leger zijn toegewezen. Wat dit betreft is Chili een uitzondering in Latijns Amerika.

Toch is de glimlachende Pinochet van vorige week tevens symbool van een ontwikkeling in heel Latijns Amerika: generaals die zich opnieuw en met steeds meer succes aan het politieke roer stellen van de gebrekkige democratieën van het continent.

Het meest opzienbarende voorbeeld is Bolivia. Deze zomer werd daar ex-dictator Hugo Banzer door een meerderheid van de bevolking tot president gekozen. De campagne van de generaal concentreerde zich op twee thema's: de corruptie van de politiek, en de onveiligheid op straat. Beide zaken hebben epidemische vormen aangenomen op het continent.

“Latijns Amerika heeft zich de laatste tien jaar ontwikkeld tot de meest gewelddadige regio ter wereld”, schreef de Wereldbank vorig jaar in een schokkend rapport. De meeste moorden worden in Latijns Amerika gepleegd, en niet in Afrika zoals men altijd dacht. In Latijns Amerika wordt ook twee keer zoveel gemoord als in de beruchte Amerikaanse getto's. Het jaarlijks gemiddelde in Latijns Amerika ligt op 20 moorden per 100.000 inwoners, tegenover 10 in de Verenigde Staten. Colombia spant de kroon met 90 moorden per jaar op elke 100.000 inwoners. “In plaats van een aberratie vrees ik dat Colombia een voorloper is”, voorspelde de Washingtonse econoom Francisco Thoumi vorig jaar op een congres over het Wereldbankrapport in Rio de Janeiro. Hij doelde daarmee niet op het politieke geweld - “nog slechts een fractie van het totale dodental” - maar op de ware explosie van de criminaliteit in de grote steden van Latijns Amerika. De armen worden er door elkaar of door de politie afgemaakt, terwijl de rijken zich verschansen in hun zwaarbewaakte luxe-bunkers.

De criminaliteit is een direct gevolg van de harde economische maatregelen die door het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank aan jonge Latijns-Amerikaanse democratieën zijn opgelegd, geeft de Wereldbank zelf toe. “De economische herstructurering van de jaren tachtig bracht grote verarming en een dramatische vermindering van kansen op werk voor grote delen van de stadsbevolking met zich mee”, schrijft de Wereldbank in haar rapport. Met name de gedeklasseerde middenklasse is in die situatie gevoelig voor krachtige militaire taal en autoritaire oplossingen.

Niet alleen in Bolivia, maar ook in Venezuela en Colombia hebben voormalige legerleiders zich kandidaat gesteld voor het presidentschap. In Colombia rijst de ster van de met weinig gevoel voor mensenrechten behepte oud-commandant Harold Bedoya als kandidaat voor de presidentsverkiezingen in mei. In Venezuela staat ex-couppleger Hugo Chávez tweede in de peilingen voor de verkiezingen van december. Ten slotte is in Paraguay al maanden een gevecht gaande tussen de zittende (burger)president Wasmosey en ex-legerleider Oviedo om het presidentschap. Oviedo wil zich kandidaat stellen. Wasmosey heeft hem voorlopig opgesloten. Maar deze week nog liet Oviedo opnieuw weten zijn strijd voor het presidentschap niet op te geven.

Ook op meer indirecte manieren werkt het leger zich in Latijns Amerika de politiek binnen. Het meest extreme voorbeeld is Peru. Daar is burgerpresident Fujimori inmiddels niet meer dan een schaamlap voor de macht die feitelijk bij het leger ligt. De anders zo voorzichtige Peruaanse ex-secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Peréz de Cuellar, noemde Fujimori onlangs een “paranoïde dictator” die “slechts dankzij en met het leger regeert”. Zo ligt ook in Guatemala de macht nog steeds bij het leger. Ex-legerleider Efraín Ríos Montt is daar de man achter de schermen van de burgerregering.

Ten slotte is er 'het geval' Mexico. Daar is al 69 jaar dezelfde partij aan de macht, maar het leger hield zich altijd op de achtergrond. Sinds president Zedillo in 1994 aan de macht kwam, is de rol van het leger plotseling toegenomen. De president benoemde generaals tot hoofd van de politie en geheime diensten. Ook de drugsbestrijding kwam in handen van het leger. Vorig jaar bleek het nieuwe hoofd van de drugsbestrijding, generaal Guttierrez Rebollo, zelf lid te zijn van een drugskartel. De vermenging tussen militairen en drugshandel is in Mexico mogelijk nog groter dan in Colombia. “Het was mijn taak de marihuanaplanten te begieten”, vertelde een soldaat eens over zijn diensttijd.

Maar ook voor de binnenlandse orde wordt het leger meer en meer ingezet. Hoewel verboden in de grondwet, zijn grote delen van het land nu gemilitariseerd. Vooral de Indiaanse plattelandsbevolking is slachtoffer van de onfrisse praktijken van de Mexicaanse militairen. Onlangs werd een militair door de krijgsraad veroordeeld tot veertien jaar gevangenisstraf. Hij had een artikel geschreven waarin hij een boekje opendeed over de drugshandel en de martelpraktijken binnen het leger. Een dag later werd hij door zijn superieuren gearresteerd en beschuldigd van het 'verduisteren van paardenvoer'.

Volgens de econoom Thoumi draagt dit allemaal niet bij tot het oplossen van het geweldsprobleem in Latijns Amerika. “Wanneer politici en militairen zich verrijken aan drugsgelden. Wanneer het leger zich met moord en marteling bezighoudt. Waarom zouden de armen zich dan moeten gedragen?”

    • Marjon van Royen