Consensusregenten

Niet zo uitdrukkelijk gezegd, maar wel in de vorderende discussie en straks in de verkiezingsstrijd zijn kiezers en partijen het er over eens dat het in deze algemene verkiezingen gaat om het premierschap. Door PvdA of VVD te stemmen draagt men voor het eerst bij tot het kiezen van de minister-president.

Treurige bijkomstigheid: het past in het ideaal van de duidelijkheid, het streven van D66, dat zijn vervulling nadert terwijl deze partij zelf als politieke macht vervaagt. Voor de rest is zo'n onofficieel gekozen voorzitter van de ministerraad onder de gegeven omstandigheden de beste oplossing.

De eerste reden is natuurlijk dat beide heren op vaak zeer uiteenlopende manieren markant aan het volk verschijnen. Ze hebben de toon van hun politieke muziek met een dusdanig onderling verschil gezet dat ook de onverschilligste kiezer blindelings weet wie van de twee hij voor zich heeft: de suave realist van de consensus-diplomatie, of de confronterende realist die zich veel scherper uitdrukt maar, als puntje bij paaltje komt, de consensus niet minder is toegedaan (wat hij de afgelopen vier jaar vaak heeft bewezen). En toch, bij alle consensus, vertegenwoordigen ze twee werelden.

Dat maakt het kiezen gemakkelijker zonder dat het volk veel verstand van politiek hoeft te hebben. En dit komt goed uit. Want als er al voldoende kiezers zijn die weten waar het straks om draait, tot in de finesse van de partijprogramma's, dan zijn er toch steeds minder die dat willen bewijzen. De grote partijen verliezen al jaren leden; de trend van de opkomst is in neergaande lijn. Wat jaren geleden is voorspeld, begint waarheid te worden: in de verkiezingen gaat het tussen personen, die dan door de wijze waarop ze zich in hun loopbaan bekend hebben gemaakt, de betrouwbare aanwijzing over hun beleid geven. Niet meer dan dat.

Zo verandert de verhouding tussen de kiezers en de gekozenen, uiteindelijk het landsbestuur, van een contract zoals geformuleerd in de partijprogramma's - met alle ruimte die een coalitievorming daarvoor nog biedt - in een kwestie van vertrouwen, een 'relatie' tussen kiezers en regeringsleider. In uiterste consequentie: de onofficieel maar feitelijk wel gekozen minister-president krijgt van een zekere meerderheid carte blanche, zolang hij niet al te veel afwijkt van het repertoire en de wijze van uitvoering die hem populair hebben gemaakt. Het kan goed werken. Maar de instellingen die bij deze gang van zaken uiteindelijk het loodje leggen, zijn de politieke partijen.

En hier ontstaan de nadelen. De partijen, zich bewust van hun betrekkelijke zwakte, scharen zich achter de leider, worden ondergeschikter en nemen een afwachtende houding aan. Initiatieven uit de kaders voortgekomen, worden schaarser. De traditionele rol van een grote partij, het ontwerpen in grote trekken van een nationaal beleid volgens bepaalde overtuigingen of beginselen, wordt zwakker. Men hoedt zich ervoor, scherp gedefinieerde uitspraken over grote vraagstukken te doen, uit vrees de politieke leider in zijn bewegingsruimte te belemmeren, en tegelijkertijd misschien de tegenstander of concurrent in de coalitie te bevoordelen. Voor de partij is dit de entree in de vicieuze cirkel: want bij gebrek aan duidelijkheid zullen meer kiezers zich onverschillig tonen voor het programmatische bestanddeel.

Er is dan een uitweg ontwikkeld waardoor de grote partijen zich aan een uitspraak over belangrijke kwesties kunnen onttrekken, de politieke leiders niet voor de voeten worden gelopen en de democratie toch is gered. Dat is het referendum. De kiezers worden als het ware naar zichzelf terugverwezen. In Amsterdam zijn IJburg en de Noord-Zuidlijn van de metro de wanstaltige voorbeelden van dit 'democratisme' waaraan de gevestigde partijen zich geen buil konden vallen. Hoewel het belang van deze twee projecten ver boven het lokale uitgaat, omdat de oplossing regelrecht van invloed is op de hele Randstad, heeft de landspolitiek zich in de hoofdstad in quarantaine weten te zetten. Het niet onbelangrijke gevolg was dat paars in Den Haag zich niet aan duidelijke uitspraken hoefde wagen. Het is van de baan.

Maar nu is sinds jaren al een vraagstuk langzamerhand het meest nationale van de landspolitiek. Dat is Schiphol. Het laat zich niet ruimtelijk in quarantaine zetten, maar er is een andere oplossing voor gevonden. De kwestie Schiphol is tijdloos gemaakt. Achteraf bezien is dat begonnen toen duidelijk werd dat de luchtvaart met alles wat erbij hoort in permanent conflict zou zijn met de omgeving van het vliegveld en het milieu in het algemeen. Toen zijn de grote discussies gekomen, over de alternatieven, luchthaven in zee, Markerwaard, nut en noodzaak, andere metingen, nieuwe studies, Schiphol op slot, bijna op slot, enzovoort. Terwijl deze 'voorbereidingen tot de democratische besluitvorming' in volle gang waren, groeide de luchthaven, waarschijnlijk harder dan alles wat er verder in ons p.model groeit. Het is de omgekeerde salamitactiek: de worst wordt steeds groter. En nu is het hoge woord eruit: de groei van Schiphol wordt 'over de verkiezingen heen getild', in afwachting van nieuwe studies.

Dit betekent dat de politieke partijen het agendapunt dat het gevaarlijkst wordt gevonden kunnen schrappen. De kiezer kiest, maar niet in deze grootste nationale kwestie. Het praktisch gevolg is dat het volgende kabinet de omgekeerde salamitactiek kan voortzetten.

Er is nog een ander debat gaande: over de zwakker wordende controle van de Tweede Kamer, de ongrijpbaarheid van de bureaucratie, en de toenemende macht van particuliere belangen in de maatschappij van de vrije markt, ten koste van de overheid. In dit geheel is de kwestie Schiphol een demonstratiemodel. Als niet alleen de luchthaven maar ook de kiezer over de verkiezingen is heen getild, gaat de uitbreiding verder, onder de dan weer ongrijpbare verantwoordelijkheid van bestuurders wier voorgangers van een jaar of 35 geleden 'regenten' werden genoemd. Deze bestuurders zijn van een ander type, hun verhouding tot de kiezers is minder een contract op grondslag van een programma, meer een relatie die aan hun persoon is gebonden. Maar vergissen we ons, of gedragen ze zich weer als regenten? Moderne regenten van het p.model; consensusregenten.