Britse popgroep Cornershop heeft plotseling succes; Gitaren van de radio, sitars uit de tempel

Eerst kreeg de Britse popgroep Cornershop veel aandacht omdat de leden Indiase immigrantenkinderen zijn. Nu boekt de groep ook succes met haar muziek. “We zijn muziek gaan maken, omdat er niets gebeurt in Northampton”, zegt zanger Tjinder Singh.

Cornershop: When I Was Born For The 7th Time (Wiiija Records). Cornershop speelt vanavond in de Melkweg in Amsterdam.

AMSTERDAM, 18 MAART. Een paar jaar geleden speelde de Engelse groep Cornershop in Nederland nog voor een handvol mensen, nu trekken ze volle zalen. In Engeland is het succesverhaal nog opmerkelijker: de laatste single, 'Brimful Of Asha', die hier nog bleef steken in de onderste regionen van de Top 100, kwam daar binnen op één. Voor de ommekeer zorgde het vorig jaar verschenen album When I Was Born For The 7th Time, dat door het Amerikaanse popblad SPIN tot plaat van het jaar werd uitgeroepen en ook in Nederland in de top tien van de beste cd's volgens popcritici kwam. De groep werd het voorprogramma tijdens de Amerikaanse tournee van Oasis, waarbij Oasis-gitarist Noel Gallagher zo van ze onder de indruk was dat hij ze niet alleen bij elke mogelijke gelegenheid prees, maar ook elke avond als gastmuzikant meespeelde.

Toen Cornershop begon, eind '92, kreeg de groep veel aandacht van de Engelse pers omdat het voor het eerst was dat tweede-generatie Indiase immigranten de traditionele muziek van hun cultuur mengden met Britse pop. De eerste platen lieten een opmerkelijke combinatie horen van lawaaiige rock met Punjabi-folkmuziek: harde elektrische gitaren samen met sitars. “Voor mij was het heel vanzelfsprekend”, zegt zanger/gitarist Tjinder Singh, zoon van een Singaporese moeder en Indiase vader. “Toen ik opgroeide hoorde, ik beide soorten muziek: de ene op de radio, de andere in de tempel en op trouwerijen. Voor de pers waren we vooral een curiositeit, een leuk talkshow-onderwerp.”

In Northampton, waar hij opgroeide, was niet veel te doen, zegt Singh. “De voornaamste reden om muziek te gaan maken was dat we niets opwindends om ons heen zagen of hoorden. We wilden ook anderen stimuleren, daarom begonnen we tegelijkertijd ook met fanzines en het opzetten van avonden waar DJ's konden draaien en bands optreden. En we organiseerden festivals. Om mensen aan het werk te zetten.”

In de teksten was een met humor en sarcasme verwoord engagement te horen, dat niet bij woorden bleef: zo verbrandde de groep demonstratief posters van de populaire zanger Morrissey, toen deze dubieuze rechtse uitspraken deed en flirtte met het racistische National Front - iets onverteerbaars voor Singh, voor wie racisme een dagelijkse realiteit was. Recent maakte hij zich kwaad over Kula Shaker-zanger Crispian Mills, die het gebruik van het hakenkruis verdedigde omdat het een oud Oosters symbool is. “Hij kraamt onzin uit. Mensen zouden nu posters van hèm moeten verbranden. Dat zo'n figuur het zo ver kan schoppen, toont aan hoe triest het met de muziekindustrie gesteld is.”

De schitterende cd When I Was Born For The 7th Time laat een nog grotere diversiteit horen dan de twee albums en vijf EP's die eerder verschenen. Opvallend is de integratie van lome, funky hiphopritmes. Hiphop-producer The Automator en rapper Justin Warfield werkten mee aan het album. Maar er staat ook een country-achtig liedje op, 'Good To Be On The Road Back Home Again', een duet met zangeres Paula Frazer van de groep Tarnation. En een nummer waarin beat-dichter Allen Ginsberg een gedicht voordraagt, gecombineerd met Indiase straatgeluiden: 'When The Light Appears Boy'. Het werd vlak voor Ginsbergs dood opgenomen in zijn huis in New York, vertelt Singh. “Hij was geweldig om mee te werken, heel open. Hij moet toen geweten hebben dat hij niet lang meer had. 'When The Light Appears Boy' is gebaseerd op Blake's visioenen van de dood, en het gaat ook over Bob Dylan. Ginsbergs homoseksualiteit en affiniteit met Oosterse filosofie zitten er ook in verwerkt, het geeft een aardig compleet beeld van hem.”

Het bekendste liedje van Cornershop is het aanstekelijke 'Brimful Of Asha', dat vergezeld gaat van een vrolijke clip, waarin een meisje singletjes draait op haar platenspeler. Het refrein, 'Brimful of Asha on the 45' is onweerstaanbaar om mee te zingen, ook al heb je geen idee waar het over gaat. “'Brimful' betekent 'veel van”', legt Singh uit, “en Asha is Asha Bhosle, een zangeres die veel gedaan heeft voor Indiase films. Zij doet de stemmen die werden geplaybackt door aantrekkelijke actrices. Het liedje gaat over haar en over andere dingen waar ik van hou, die ik associeer met singles.” Naast Asha worden ook de Indiase zangers/zangeressen Sadi Rani, Mohammed Rufi en Lata Mangeshka, de Franse Jacques Dutronc en platenmaatschappijen Argo en Trojan Records genoemd. '45' slaat op het toerental waarop singles worden gedraaid.

Twee jaar geleden ging Singh voor de derde keer naar India, nadat hij er als tiener op vakantie was geweest. “Ik vond het vreselijk, echt een aaneenschakeling van rampen. De corruptie en de manier waarop het leven daar niets betekent - dat zie je aan het idiote verkeer, het kan de mensen echt niets schelen. Het is triest dat mensen die het goed doen in het buitenland, hun eigen land niet op orde kunnen krijgen.”

Hij praat met een mengeling van afkeer en bezorgdheid over het land waar zijn vader vandaan kwam. Maar ook met liefde. “Muziek is daar veel meer een onderdeel van het dagelijks leven dan in Engeland. Dat is heel inspirerend. Als een buschauffeur je een kaartje geeft, doet hij dat zingend. Het is er een heel natuurlijke expressievorm.”

    • Sietse Meijer