Brits budget degelijk én radicaal

De Britse labourregering gaat in haar jongste begroting verder met 'modernisering' van de welvaartsstaat. Toch is er kritiek van de Londense City, omdat het gevaar voor economische oververhitting blijft.

LONDEN, 18 MAART. De Britse begroting voor het belastingjaar 1998-1999 die minister van Financiën Gordon Brown gisteren presenteerde, is door werkgevers- én werknemers-organisaties bejubeld als even degelijk en voorzichtig als radicaal.

Verhoging van de indirecte belastingen op benzine, alcohol en sigaretten compenseert hij door verlaging van de sociale premies en de vennootschapsbelasting. Tegelijkertijd begint hij met een ingrijpende hervorming van het belasting- en uitkeringsstelsel, die werkgelegenheid en productiviteit moet bevorderen en als fundament moet dienen voor modernisering van de Britse welvaartsstaat.

Maar de City, Londens financiële centrum, klaagde dat Brown zich teveel op micro-economische maatregelen heeft geconcentreerd. Volgens analisten en economen heeft de regering een belangrijke kans laten liggen om door een bescheiden verhoging van de belastingdruk de groei van de consumentenbestedingen te remmen. Het gevaar van oververhitting van de Britse economie heeft hij niet bezworen.

Door de fiscale terughoudendheid van Brown neemt de kans op een nieuwe renteverhoging sterk toe. Nadat de Britse basisrente sinds de verkiezingen van vorig jaar mei al vijf keer is verhoogd tot 7,25 procent, heeft de Bank of England dit jaar tijdens haar maandelijkse bijeenkomsten steeds voor handhaving van de rentestand gekozen. Maar de commissie die daarover beschikt, was de laatste maanden zo verdeeld dat de stem van Eddie George, de gouverneur van de bank, tot twee keer toe uitkomst moest brengen. Nadat de inflatie vorige maand tot 2,6 procent is gestegen, verwachten de financiële markten in april een rentestijging van een kwart procent.

Vooruitlopend op zo'n monetaire ingreep steeg de koers van het pond ten opzichte van de D-mark gisteren met twee pfennig tot het hoogste niveau in negen jaar. Obligaties kwamen onder druk. De FTSE 100, de index van de honderd meest verhandelde bedrijven op de Londense beurs, steeg tot een historisch hoogtepunt van 5.834,9.

Volgens Robert Buckland, econoom bij de firma HSBC James Capel, had Brown er wijs aan gedaan om het afremmen van de economie niet aan de Bank of England over te laten. Renteverhoging leidt automatisch tot koersstijging van het Britse pond, en Britse exporteurs hebben het al zo zwaar. Het pond is de afgelopen drie jaar ten opzichte van de gulden met meer dan een derde in waarde gestegen.

Garry Young, van het National Institute of Economic and Social Research, denkt dat de gisteren gepresenteerde begroting het gevaar vergroot dat de Britse economie op een 'harde landing' af koerst. Of de groei van de economie loopt te snel terug, of het niveau van de consumentenbestedingen blijft zodanig hoog dat nieuwe renteverhogingen niet uit kunnen blijven. Dat kan uitmonden in een recessie volgend jaar. Ook David Kern, chef-econoom van de NatWest Group, onderkent die risico's. Maar hij meent dat de kans van een 'zachte landing' op de middellange termijn juist toeneemt omdat de begroting een stabiel fiscaal raamwerk schept.

De minister van Financiën voorspelde gisteren een economische groei van 2,5 procent voor dit jaar, tenminste als de stijging van de lonen kan worden ingetoomd. Anders komt de economische groei waarschijnlijk een half procent lager uit. De inkomenstoename in december bedroeg 4,6 procent in vergelijking met het jaar daarvoor. Voor 1999 voorziet Brown een economische groei van tussen de 1,75 en 2,25 procent.

Het begrotingstekort komt in het lopende belastingjaar uit op 5 miljard pond, ruim acht miljard pond minder dan was geraamd. De prognose voor het komend jaar is verlaagd van 5,3 tot 3,9 miljard pond. Brown verwacht dat inkomsten en uitgaven in het jaar 2000 in evenwicht zijn.

Labours tweede begroting bevestigt Browns faam als zuinige Schot die de hand op de knip houdt. Brown wil de macro-economische blunders vermijden die zijn partij op economisch gebied zo'n slechte naam hebben bezorgd. Zeventien keer had hij het in zijn begrotingstoespraak over “prudentie” en “stabiliteit”.

Tegelijkertijd ontpopt Brown zich als radicale hervormer. Met een groot aantal micro-economische maatregelen probeert hij structurele weeffouten in de Britse economie te repareren. Drempels voor uitkeringstrekkers om te werken wil hij slechten door een speciale bijstand voor families te vervangen door een belastingaftrek voor gezinnen. Investeringen wil hij stimuleren door de vennootschapsbelasting voor kleine bedrijven van 21 naar 20 procent terug te brengen en lenen fiscaal aantrekkelijker te maken. Ook de vennootschapsbelasting voor grotere ondernemingen gaat omlaag: van 31 naar 30 procent.

Brown houdt zelfs nog geld over om de kinderbijslag met twintig procent te verhogen, een maatregel die vooral gericht is op de vier miljoen kinderen in Groot-Brittannië die leven onder de armoedegrens. Openbaar vervoer en onderwijs krijgen elk 500 miljoen pond extra, en gezondheidszorg 250 miljoen. Dat geld moet worden gebruikt om de wachtlijst voor ziekenhuizen te bekorten. Vóór de verkiezingen had Labour een verkorting met 100.000 patiënten in deze regeerperiode beloofd, maar lijst groeide met 100.000 tot het recordniveau van 1,25 miljoen.